herhaling grammatica zinsdelen en woordsoorten

Zinsdelen
Weet je het nog?
pv, ww gez, ow, lv, mw
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Zinsdelen
Weet je het nog?
pv, ww gez, ow, lv, mw

Slide 1 - Tekstslide

Sommige ouders kopen in de dierenwinkel een huisdier voor hun kind.
Wat is de persoonsvorm?

Slide 2 - Open vraag

Sommige ouders kopen in de dierenwinkel een huisdier voor hun kind. Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Slide 3 - Open vraag

Sommige ouders kopen in de dierenwinkel een huisdier voor hun kind.
Wat is het onderwerp?

Slide 4 - Open vraag

Sommige ouders kopen in de dierenwinkel een huisdier voor hun kind.
Wat is het lijdend voorwerp?

Slide 5 - Open vraag

Sommige ouders kopen in de dierenwinkel een huisdier voor hun kind.
Wat is het meewerkend voorwerp?

Slide 6 - Open vraag

Wie ruimt na de les het lokaal op voor de docent?
Wat is de persoonsvorm?

Slide 7 - Open vraag

Wie ruimt na de les het lokaal op voor de docent?
Wat is het meewerkend voorwerp?

Slide 8 - Open vraag

Wie ruimt na de les het lokaal op voor de docent?
Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Slide 9 - Open vraag

Wie ruimt na de les het lokaal op voor de docent?
Wat is het onderwerp?

Slide 10 - Open vraag

Wie ruimt na de les het lokaal op voor de docent?
Wat is het lijdend voorwerp?

Slide 11 - Open vraag

Wat is de persoonsvorm?
Aan de leuke vrouw gaf de verliefde man een fles wijn.
A
de verliefde man
B
aan de leuke vrouw
C
een fles wijn
D
gaf

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het werkwoordelijk gezegde?
Aan de leuke vrouw gaf de verliefde man een fles wijn.
A
de verliefde man
B
aan de leuke vrouw
C
een fles wijn
D
gaf

Slide 13 - Quizvraag

Wat is het onderwerp?
Aan de leuke vrouw gaf de verliefde man een fles wijn.
A
de verliefde man
B
aan de leuke vrouw
C
een fles wijn
D
gaf

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het lijdend voorwerp?
Aan de leuke vrouw gaf de verliefde man een fles wijn.
A
de verliefde man
B
aan de leuke vrouw
C
een fles wijn
D
gaf

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het meewerkend voorwerp
Aan de leuke vrouw gaf de verliefde man een fles wijn.
A
de verliefde man
B
aan de leuke vrouw
C
een fles wijn
D
gaf

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de persoonsvorm?
Kan Aaron aan de rest van de klas de persoonvorm uitleggen?
A
Aaron
B
kan
C
kan uitleggen
D
de persoonsvorm

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het werkwoordelijk gezegde?
Kan Aaron aan de rest van de klas de persoonvorm uitleggen?
A
Aaron
B
kan
C
kan uitleggen
D
de persoonsvorm

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het onderwerp?
Kan Aaron aan de rest van de klas de persoonvorm uitleggen?
A
Aaron
B
kan uitleggen
C
aan de rest van de klas
D
de persoonsvorm

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het lijdend voorwerp?
Kan Aaron aan de rest van de klas de persoonvorm uitleggen?
A
Aaron
B
kan uitleggen
C
aan de rest van de klas
D
de persoonsvorm

Slide 20 - Quizvraag

Wat is het meewerkend voorwerp?
Kan Aaron aan de rest van de klas de persoonvorm uitleggen?
A
Aaron
B
kan uitleggen
C
aan de rest van de klas
D
de persoonsvorm

Slide 21 - Quizvraag

Nu jij!
Maak les 1 van Grammatica 3 in Blink af.
  • SomToday - Nederlands - Blink Nederlands/ Plot26
  • Klik dan op Grammatica 3 
  • ga naar les 1 
  • maak opdracht 1 t/m 9.

Klaar? Iets voor jezelf!

Slide 22 - Tekstslide