2. Zwaartekracht

2. Zwaartekracht
Ga rustig zitten op je plek.
Je jas en telefoon zijn aan de kapstok en in de kluis.
Pak je boek, pen, iPad voor je.
Startvraag: welke voorbeelden van krachten kan je noemen?
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

2. Zwaartekracht
Ga rustig zitten op je plek.
Je jas en telefoon zijn aan de kapstok en in de kluis.
Pak je boek, pen, iPad voor je.
Startvraag: welke voorbeelden van krachten kan je noemen?

Slide 1 - Tekstslide

De grootheid 'kracht' meten we in de eenheid...
A
kilogram
B
Newton
C
meter
D
Watt

Slide 2 - Quizvraag

De kracht waarmee het touw op de schommel werkt, heet de...
A
Zwaartekracht
B
Spierkracht
C
Spankracht
D
Magnetische kracht

Slide 3 - Quizvraag

In welke afbeelding is de krachtenpijl die de zwaartekracht aangeeft, correct getekend?
A
B
C
D

Slide 4 - Quizvraag

Dit gaan we leren:
Je kan voor zwaartekracht een juiste krachtenpijl tekenen.

Je kan berekenen hoe groot de zwaartekracht is die op een voorwerp werkt.

Slide 5 - Tekstslide

Een krachtenpijl geeft meerdere dingen aan:
- Welke kant de kracht op werkt;
- Waar de kracht wordt uitgeoefend (waar de pijl begint: het aangrijpingspunt);
- Hoe groot de kracht is (lengte van de pijl).
De spankracht begint waar het gewichtje aan de veer hangt. De zwaartekracht begint in het midden van een voorwerp.

Slide 6 - Tekstslide

De pijl is 3 cm en elke cm staat voor een kracht van 3 Newton. Hoe groot is de kracht op het gewichtje?
A
1 N
B
3 N
C
6 N
D
9 N

Slide 7 - Quizvraag

De krachtenschaal geeft aan hoeveel Newton elke centimeter aangeeft.

Bv.: 1 cm ≙ 50 N betekent dat elke centimeter gelijkstaat aan 50 N.

Bij de pijl zet je de letter F (kracht) en nog een kleine letter (bv. z voor zwaartekracht).

Slide 8 - Tekstslide

De zwaartekracht op een voorwerp van 100 gram is ongeveer 1 N.
Als je van een voorwerp de massa weet, kan je uitrekenen hoe groot de zwaartekracht op dat voorwerp is.

Zwaartekracht = massa van het voorwerp × sterkte van de zwaartekracht
De zwaartekracht is niet overal
in het heelal even sterk.

Slide 9 - Tekstslide

De sterkte van de zwaartekracht gaat in Newton per kilogram (N/kg).

Op aarde is dat ongeveer 10 Newton per kilogram, maar het hangt af van de massa en dichtheid van de planeet.

Slide 10 - Tekstslide

Let op: je gewicht is anders op andere planeten, maar je massa blijft altijd hetzelfde.
De formule voor de zwaartekracht is:
F = m x g

F = de kracht in Newton
m = de massa in kilogram
g = sterkte zwaartekracht in N/kg

Slide 11 - Tekstslide

Kan je hier zelf wel mee aan de slag?

Kom een werkblad halen met oefenopgaven.

Maak voor jezelf en lever in als je klaar bent.

Daarna:
Maken opdrachten (zie huiswerk SOM)
Formules lastig?

Doe mee met de verdere uitleg en het samen oefenen.

Slide 12 - Tekstslide

Rekenen met zwaartekracht
De massa van een blok is 2 kilogram. De sterkte van de zwaartekracht op aarde is 10 N/kg. Hoeveel kracht oefent de aarde uit op het blok?

1. Gegevens noteren en 2. Formule opschrijven
m = 2 kg
g = 10 N/kg
F = ?
Formule: F = m * g

Slide 13 - Tekstslide

Rekenen met zwaartekracht
De massa van een blok is 2 kilogram. De sterkte van de zwaartekracht op aarde is 10 N/kg. Hoeveel kracht oefent de aarde uit op het blok?

3. Formule invullen, 4. Rekenen en 5. Eenheid invullen
F = m * g
F = 2 kg * 10 N/kg
F = 20 N

Slide 14 - Tekstslide

Aan de slag
Maak het werkblad over Rekenen met zwaartekracht.
Daarna paragraaf 3.1, opdracht 1 t/m 5, en paragraaf 3.2, opdracht 3 t/m 5.

Hoe: werk in je (online) boek, gebruik de theorie bij de vragen.
Met wie: je mag rustig overleggen met je buur.
Tot: einde van de les.
Klaar? Maak van paragraaf 3.1 'Test jezelf'.

Slide 15 - Tekstslide