LC 6.2 Krachten opvangen

6.2 - Krachten opvangen
Benodigheden
- Werkboek
- Pen, potlood
- Rekenmachine
- Laptop
LessonUp: 
JA!
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

6.2 - Krachten opvangen
Benodigheden
- Werkboek
- Pen, potlood
- Rekenmachine
- Laptop
LessonUp: 
JA!

Slide 1 - Tekstslide

De massa van een boek is 690 gram. Bereken de zwaartekracht op het boek. Noteer alle stappen van de berekening.

Slide 2 - Open vraag

L6 -9 Je weet hoe je een vormvaste figuur kunt maken.
L6 -10 Je kunt een vector tekenen en lezen.
L6 -11 Je kunt aangeven hoe de krachten worden verdeeld bij verschillende bruggen.
Natuurlijk zijn de leerdoelen ook te vinden in de leerlijst!

Leerdoelen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

dfa
fdaf
  • Alle bouwwerken die door mensen zijn gemaakt en uit meer dan één onderdeel bestaan heten constructies.
  • Een figuur is vormvast als hij niet vervormt wanneer er een kracht op werkt.
  •  Je kunt figuren vormvast maken door er diagonalen in aan te brengen. Een diagonaal is een verbinding die ervoor zorgt dat er een driehoek ontstaat in een figuur. 
Vormvast en diagonalen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Kracht zie je niet!
Maar de invloed zie je wel:

- snelheid wordt groter/kleiner
- richting van een beweging verandert
- vorm van een voorwerp verandert

Slide 7 - Tekstslide

Krachten kun je niet zien, maar om het toch te begrijpen tekenen we ze met een krachtenpijl, die noem je ook wel een vector.



Een krachtenpijl of vector heeft:
  • Een aangrijpingspunt (waar de kracht begint)
  • Een richting
  • Een grootte
Krachtenpijl

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

lengte
richting
beginpunt
aangrijpingspunt
grootte
richting

Slide 10 - Sleepvraag

Op een piano werkt een zwaartekracht van 3 000 N. Teken de krachtenpijl die hoort bij deze kracht. Gebruik als schaal: 1 cm ≙ 1 000 N.

Slide 11 - Tekstslide


Hoe groot is de getekende kracht.
A
3,3 N
B
5 N
C
8,3 N
D
16,5 N

Slide 12 - Quizvraag


Geef aan bij de vector hoe groot de getekende kracht is.

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Video

Geef van alle drie de onderdelen van de brug aan of hier trekkrachten, duwkrachten of allebei plaatsvinden.
Pilaar
kabels
Wegdek
Trekkrachten
Duwkrachten
allebei

Slide 15 - Sleepvraag

Balkbruggen
- vlakke brug
- eenvoudigste type vaste brug
- plank of plaat (met bij grote overspanning pijlers die
   ondersteunen)

Slide 16 - Tekstslide

Boogbruggen
- ook wel welfbrug
- veelvuldig gebruikt door de oude Grieken en Romeinen
   (aquaducten)
- werking berust op het feit dat in een gelijkmatig
   belaste boog uitsluitend drukkrachten optreden


zuivere boogbrug
boogbrug met trekband

Slide 17 - Tekstslide

Hangbruggen
- opgebouwd uit twee (soms één) hoge pijlers of     
   pylonen waartussen een of meer (vaak twee)     
   dikke kabels gespannen zijn
- aan deze dikke kabels worden enkele dunnere
   kabels (hangers) gehangen om de weg te
   dragen en horizontaal te houden
- door de symmetrie worden de pijlers
   hoofdzakelijk verticaal belast
- tussen de pijlers hangt een hoofddraagkabel,
   volgens een kettinglijn – een kromme die lijkt op
   een parabool

Slide 18 - Tekstslide

Tuibruggen
- type brug met één of meerdere pijlers waarbij aan elke           pijler een stuk brugdek door middel van kabels                     
   (de trekkers of tuikabels) opgehangen is
- rijdek is opgehangen aan dikke kabels (de tuien)
 - in de tuien is sprake van trekkracht
- de kabels zijn rechtstreeks bevestigd aan de pylonen of
   worden door de pylonen geleid om in de volgende
   overspanning opnieuw in het brugdek verankerd te
   worden
 - de pylonen voeren het gewicht van de brug vervolgens af
   naar de fundering; in de pylonen is sprake van drukkracht

 

Slide 19 - Tekstslide


Zoals je hiernaast kunt zien werken er 2 krachten op deze brug. Welke 2 krachten?
A
Veerkracht Spankracht
B
Duwkracht Trekkracht
C
Spankracht Trekkracht
D
Veerkracht Spankracht

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Video

huiswerk
mavo 17, 18, 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26a, b, c, 27a, b, c, 28 
havo 17, 18, 21, 22, 24, 26a, b,, c, 27a, b, c, 28
vwo 17, 21, 22, 24, 26a, b,, c, 27a, b, c, 28, E114

Slide 22 - Tekstslide