HV1A Leesvaardigheid oefentoets

Hoe lees je een tekst intensief?
A
Plaatjes, kopjes, titel en andersgedrukte woorden bekijken
B
De tekst van begin tot eind lezen.
1 / 13
volgende
Slide 1: Quizvraag
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hoe lees je een tekst intensief?
A
Plaatjes, kopjes, titel en andersgedrukte woorden bekijken
B
De tekst van begin tot eind lezen.

Slide 1 - Quizvraag

Wat is het onderwerp in de tekst?
A
Dat wat ook op de plaatjes staat.
B
Altijd de titel.
C
Altijd de vetdrukte woorden.
D
Iets waar een tekst over gaat.

Slide 2 - Quizvraag

Hoe vind ik het onderwerp van een tekst?
A
Door alleen naar de titel te kijken.
B
Door te kijken naar de titel en tussenkopjes
C
Door de inleiding te lezen en te kijken naar de tussenkopjes.
D
Door te kijken naar de tussenkopjes, titel, illustraties en de inleiding te lezen.

Slide 3 - Quizvraag

Een alinea is een hele tekst.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het onderwerp van deze tekst?

In het schooljaar 2019-2020 gingen de centrale examens niet door vanwege Corona. Veel leerlingen vonden dit erg jammer. Ze hadden graag willen ervaren hoe het zou zijn om samen in een gymzaal de examens te moeten maken. Nu er geen examens zijn gemaakt, weten de leerlingen ook niet of ze ooit officieel geslaagd zouden zijn. Hopelijk gaan dit schooljaar de examens wel gewoon door.

Slide 5 - Open vraag


Wat is een deelonderwerp?
A
Deeltje van een onderwerp van een tekst.
B
Het belangrijkste onderwerp van de tekst.

Slide 6 - Quizvraag


Hoe vind ik een deelonderwerp?
A
Je kijkt waar een nieuwe alinea begint
B
Je leest de tussenkopjes
C
Je stelt jezelf de vraag: waar gaat deze alinea over?
D
Alle drie de antwoorden zijn juist

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een hoofdgedachte?
A
Eén zin die de hele tekst samenvat.
B
Dingen die in je hoofd blijven zitten.
C
Eén zin die het belangrijkste van de tekst samenvat.
D
Het onderwerp dat wordt gezegd.

Slide 8 - Quizvraag

De hoofdgedachte...
A
staat altijd in de inleiding.
B
staat altijd in het slot.
C
moet je altijd zelf bedenken.
D
staat vaak in de inleiding of het slot.

Slide 9 - Quizvraag


Hoofdgedachte?
A
Door alle inspanningen van de gemeente wordt Zwolle gezien als een fietsstad.
B
Door het aanleggen van fietsstraten denkt de gemeente Zwolle dat de binnenstad verkeersveiliger wordt.
C
Een fietsstraat is een straat die ingericht is als een soort fietspad waar ook auto’s op mogen rijden.
D
Door de fietsstraten zijn de belangrijke fietsroutes voor fietsers en automobilisten beter herkenbaar.

Slide 10 - Quizvraag


Wat is de hoofdgedachte?
A
Man vindt vogelspin in fruit, dit is vrij uniek.
B
Arnhemmer Bart van den Akker houdt van druiven.
C
Albert Heijn vindt de vondst van een vogelspin uitzonderlijk.
D
De vrouw van Bart van den Akker koopt druiven.

Slide 11 - Quizvraag

Noem drie soorten tekstverbanden

Slide 12 - Open vraag

Noem 2 signaal woorden die te maken hebben met doel-middel

Slide 13 - Open vraag