Organismen ordenen

Organismen ordenen
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 10 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Organismen ordenen

Slide 1 - Tekstslide

Afmaken toets
- Ik weet welke eigenschappen van cellen tot welk soort organisme behoort
- Je kunt organismen indelen in hoofdgroepen en rijken.
- Je kent de structuur waarmee we alle organismen mee ordenen.
Instructie over celkenmerken en en het indelingssysteem
Biologie
20-1-2025
Thema 3, basisstof 1 opdracht 1
Zijn er vragen?
Thema 3, basisstof 1 opdracht 2 t/m 9

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
- Ik weet welke eigenschappen van cellen tot welk organisme behoort
- Je kunt organismen indelen in hoofdgroepen en rijken.
- Je kent de structuur waarmee we alle organismen mee ordenen.

Slide 3 - Tekstslide

Schema's
Organismen met een zelfde kenmerken in dezelfde groepen

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Vertakkingsschema

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht 1
Bij deze opdracht werk je samen met de leerling naast je.

In de afbeelding is een verzameling van acht dieren getekend.

• De leerling naast je neemt een van de dieren uit deze 
afbeelding in gedachten.
• Jij probeert er door het stellen van 2 vragen achter te 
komen welk dier het is. 
Je mag alleen naar kenmerken vragen. 
Je mag dus niet meteen vragen: ‘Is het soms de olifant?’ 
Op de vragen mag alleen met ja of nee worden geantwoord.
Als je 2 vragen hebt gesteld, moet je het juiste dier kunnen noemen. Dat lukt alleen als je naar de juiste kenmerken hebt gevraagd. Daarom moet je de verzameling dieren eerst in gedachten ordenen.
• Verwissel hierna van rol. Nu neem jij een dier in gedachten en stelt degene naast je de vragen.
In hoeveel keer heb je het antwoord geraden?


Slide 8 - Tekstslide

Reflectie
- Ik weet welke eigenschappen van cellen tot welk organisme behoort
- Ik weet wanneer wanneer twee organismen tot dezelfde soort behoren

Slide 9 - Tekstslide

Zelfstandig aan de slag
Opdracht 2 t/m 9
blz 170 t/m 173

Werk rustig voor jezelf, stoor geen anderen
Rustig overleggen mag

Wat je niet af krijgt is huiswerk!

Slide 10 - Tekstslide