Les 28 Taallab - Deel 2: Taalstudie

Les 28 
Taallab

DEEL 2 - Taalstudie
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Les 28 
Taallab

DEEL 2 - Taalstudie

Slide 1 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Theoriekader op p. 344

Bekijk eerst het instructiefilmpje op Pelckmans Portaal. 
Duid nadien de belangrijke termen aan.
Noteer vragen indien je iets niet begrijpt.

Slide 2 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 2 op p. 345

Kruis de woordsoort van de gekleurde woorden aan.

Slide 3 - Tekstslide

a. De restauratie van het schilderij is (zorgvuldig) uitgevoerd.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 4 - Quizvraag

b. Op dit moment is de laatste, (belangrijke) fase aan de gang.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 5 - Quizvraag

c. Volgens een professor hebben de restaurateurs (ondeskundig) verflagen weggehaald.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 6 - Quizvraag

d. Door die (drastische) aanpak zou het werk onherroepelijk beschadigd zijn.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 7 - Quizvraag

e. De minister vindt daarentegen dat de restauratie (heel) correct verloopt.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 8 - Quizvraag

f. De minister vindt daarentegen dat de restauratie heel (correct) verloopt.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 9 - Quizvraag

g. De beslissing om een laag te verwijderen werd gemaakt op basis van (wetenschappelijk) onderzoek.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 10 - Quizvraag

h. Een internationaal expert zei dat de restauratie het (oorspronkelijke) penseelwerk onthulde.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 11 - Quizvraag

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 3 op p. 345

Screen je inzicht in woorden. Geef de woordsoort aan van het gekleurde woord. 

Slide 12 - Tekstslide

1. India is getroffen door een (ernstige) aardbeving.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 13 - Quizvraag

2. De aarde trilde (hard).
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 14 - Quizvraag

3. De (hevige) trillingen veroorzaakten veel schade.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 15 - Quizvraag

4. De ravage is (erg) groot.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 16 - Quizvraag

5. Heel wat huizen stortten (volledig) in.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 17 - Quizvraag

6. (Indiase) mensen zijn gevlucht.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 18 - Quizvraag

7. De overheid kondigde het (grote) rampenplan af.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 19 - Quizvraag

8. (Snel) werd een reddingsactie op poten gezet.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 20 - Quizvraag

9. Een (jong) meisje werd vanonder het puin gehaald.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 21 - Quizvraag

11. Na de reddingsactie stormde het (hevig).
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 22 - Quizvraag

12. (Levende) slachtoffers traceren werd daardoor moeilijk
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 23 - Quizvraag

13. Gelukkig kan het (kwetsbare) gebied rekenen op steun.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 24 - Quizvraag

14. (Internationale) organisaties bieden hulp.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 25 - Quizvraag

15. Desondanks zal de wederopbouw (heel) traag gaan.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 26 - Quizvraag

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 4 op p. 345

Trek een pijl naar het woord waar het gekleurde woord bijhoort. Kruis dan de woordsoort aan. 

Het trekken van de pijl doe je in de cursus. Dit hoort bij de vraag 'waarbij hoort ...' Zie volgende slides.

Slide 27 - Tekstslide

1. Hoe komen (plastic) wattenstaafjes in zee terecht?
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 28 - Quizvraag

1. Waarbij hoort 'plastic'?

Hoe komen plastic wattenstaafjes in zee terecht?

Slide 29 - Open vraag

2. Rijden we steeds (zuiniger)?
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 30 - Quizvraag

2. Waarbij hoort 'zuiniger'?

Rijden we steeds zuiniger?

Slide 31 - Open vraag

3. (Lang) gezochte misdadiger eindelijk gevat!
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 32 - Quizvraag

3. Waarbij hoort 'lang'?

Lang gezochte misdadiger eindelijk gevat!

Slide 33 - Open vraag

4. (Wit-Russisch) toneelstuk gaat de wereld rond.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 34 - Quizvraag

4. Waarbij hoort 'Wit-Russisch'?

Wit-Russisch toneelstuk gaat de wereld rond.

Slide 35 - Open vraag

5. Leuvenaars lanceren (eigen) versie van Warmste Week.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 36 - Quizvraag

5. Waarbij hoort 'eigen'?

Leuvenaars lanceren eigen versie van Warmste Week.

Slide 37 - Open vraag

6. Ministers vergaderen (weldra) over maatregelen
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 38 - Quizvraag

6. Waarbij hoort 'weldra'?

Ministers vergaderen weldra over maatregelen

Slide 39 - Open vraag

7. Ook Japan stapt op (klimaatneutrale) trein.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 40 - Quizvraag

7. Waarbij hoort 'klimaatneutrale'?

Ook Japan stapt op klimaatneutrale trein.

Slide 41 - Open vraag

8. Polen stort zich in (onzeker) kernavontuur.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 42 - Quizvraag

8. Waarbij hoort 'onzeker'?

Polen stort zich in onzeker kernavontuur.

Slide 43 - Open vraag

9. Privéjet vliegt (beter) dan jumbojet.
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 44 - Quizvraag

9. Waarbij hoort 'beter'?

Privéjet vliegt beter dan jumbojet.

Slide 45 - Open vraag

10. Kerk (volledig) uitgebrand!
A
bijvoeglijk naamwoord
B
bijwoord

Slide 46 - Quizvraag

10. Waarbij hoort 'volledig'?

Kerk volledig uitgebrand!

Slide 47 - Open vraag

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 5 op p. 346

Plaats de gekleurde woorden bij de juiste woordsoort. 

Doe dit direct in de cursus.

Slide 48 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 5 op p. 346
Oplossingen


Slide 49 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 6 op p. 346

Plaats de gekleurde woorden bij de juiste woordsoort. 

Doe dit direct in de cursus.

Slide 50 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 6 op p. 346
Oplossingen


Slide 51 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 7 op p. 347

Markeer de bijwoorden en onderstreep de bijvoeglijke naamwoorden.  

Doe dit direct in de cursus.

Slide 52 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord en bijwoord
Oefening 7 op p. 347
Oplossingen


Slide 53 - Tekstslide