Discussieren

Discussieren
Op je tafel:
- Leesboek
- Nederlands boek blz. 165-166
- Schrift en pen
- Laptop dicht
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Discussieren
Op je tafel:
- Leesboek
- Nederlands boek blz. 165-166
- Schrift en pen
- Laptop dicht

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
- Stillezen 10 minuten
-Nakijken meer dan lezen 39-45 opdracht 1,2,3
- Uitleg
(Je leert meningen beoordelen)
Aan de slag in de les
- Afsluiting/huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nakijken blz. 39-45
Opdracht 1
1 Verplichte EHBO-cursus.
2 B ingezonden brief
3 Vanaf november 2018 is het in Brussel verplicht om bij je rijbewijs óók een EHBO-cursus te volgen (al. 1). Deze uitspraak kun je wel controleren en is dus een feit .
4 De schrijver van de tekst vindt de verplichte EHBO-cursus een goed plan.
5 een feit en een mening
6 volgens
7 het Rode Kruis
8 wel een argument
9 De laatste zin van alinea 3 kun je wel controleren. Deze zin is dus een feit.
10 vind
11 Bijvoorbeeld: Ik vind dat we in Nederland echt aan het werk moeten om het EHBO-diploma te halen.
12 want

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1
13 Bijvoorbeeld We lopen flink achter op andere landen.
14A Figuurlijk: hij vindt het belachelijk weinig.
15 Bijvoorbeeld Iedereen moet een EHBO-diploma hebben.
Een EHBO-diploma hebben zou verplicht moeten worden gesteld door de overheid.
16 nee
17 Bijvoorbeeld Jos en het Rode Kruis zijn het wel eens met elkaar over het halen van een EHBO-diploma. Je kunt dat goed lezen in alinea(‘s) 2 en 5.
18 scholen
19 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Ik vind dat iedereen moet weten welke diploma’s hij haalt, want anders leert iedereen hetzelfde en dat is ook niet goed.


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2
1 reanimeerde (al.1) beademde, weer tot leven wekken
voornamelijk (al.3) in het bijzonder
defibrillator (al.3) een apparaat waarmee het hartritme hersteld kan worden
onverschillig (al.4) ongeïnteresseerd
relatief (al.5) vergeleken met andere dingen
investering (al.5) dat wat je nodig hebt om iets te bereiken

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 3
1 reanimatiecursus op school / EHBO op school
2 EHBO leek me het enige waar je echt iets aan hebt.
3 Het is toch fijn dat je weet dat je iets kunt doen als dat nodig is.
4 - De les werd gegeven door mijn oude basisschoolleraar.
- Het leek ook heel nuttig om iets van EHBO te weten.
5 Het belangrijkste verband in alinea 3 is (tijds)volgorde.
6 Alinea 3 bestaat vooral uit feiten die je van Robin krijgt.
7 In alinea 4 lees je de mening van Jan van de Velde Hij vindt EHBO-les op school een goed plan, omdat hij het idee dat je andere mensen kunt helpen als dat nodig is geweldig vindt. (en ook: leerlingen er hun hele leven wat aan hebben)
8 Nee, hij zegt: Het is een relatief kleine investering van een paar uurtjes. En jong geleerd is oud gedaan.
9 Voor, ze zijn het ermee eens.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 3
10 Twee van de volgende argumenten:
● Het is een relatief kleine investering van een paar uurtjes.
● Jong geleerd is oud gedaan.
● Als alle scholieren in Nederland een reanimatiecursus krijgen, dan kent iedereen in Nederland de basisbeginselen van het reanimeren.
● Het kan levens redden.
● Laatst kreeg iemand op Schiphol een hartaanval, toen kon ik helpen want we wisten wat we hadden moeten doen.
● Het geeft een goed gevoel als je weet dat je kunt helpen.
● Je bent het eigenlijk verplicht aan je omgeving.
11 Ja, want hij wil ook dat iedereen een cursus EHBO verplicht moet doen, maar dan bij het rijbewijs.
12 A De reddingsactie van Laurens zorgde voor reanimatielessen in het ‘buiten-les-leerplan’ van Het Maerlant in Brielle en daar zijn veel mensen blij mee.


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Discussiëren 
In een discussie praat je met anderen over een bepaald onderwerp of over een stelling.
Iedereen zegt wat hij vindt, dus geeft zijn mening en geeft argumenten. Een discussie kan je helpen om een mening te vormen over een onderwerp. Als je de mening van een ander overtuigend vind, kun je van mening veranderen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spelregels van een discussie
- geef je mening en argumenten.
-luister naar elkaar en laat iedereen uitpraten.
- reageer op de argumenten van een ander.
- blijf bij het onderwerp.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Wat is dit? Een discussie. 
Waar gaat de discussie over? 
Welke regel overtreden zij?
- geef je mening en argumenten.
-luister naar elkaar en laat iedereen uitpraten.
- reageer op de argumenten van een ander.
- blijf bij het onderwerp.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag 
Pak je boek op blz. 165.
Lees opdracht 1

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag 
Lees opdracht 2 op blz. 165-166

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Lees opdracht 3 .

Waar moet je elkaar op beoordelen?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zo beoordeel je de mening van een ander
Let op de inhoud. Brengt de spreker zijn mening duidelijk onder woorden? Geeft hij goede argumenten voor zijn mening?

Heeft de spreker verstand van het onderwerp? Iemand die door zijn studie of baan veel over het onderwerp weet, kan zijn mening duidelijk maken met behulp van feiten en ervaringen.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nabespreken
Welk argument vond jij goed en waarom?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Maandag:
Meer dan lezen afmaken.
Blz. 42 opdracht 4,6,7 en 8

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies