In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
We bekijken een filmpje, waarna je de volgende opgave gaat oplossen:
Van een vierkant is de oppervlakte 25 cm2.
Van een tweede vierkant is de oppervlakte 100 cm2.
a. Hoe vaak kan het eerste vierkant in de tweede?
b. Wat is de vergrotingsfactor?
Als we de opgave omdraaien in:
Van een vierkant is de oppervlakte 25 cm2. De vf = 2.
Hoeveel is dan de oppervlakte van het vergrootte vierkant?
Als we de opgave omdraaien in:
Van een vierkant is de oppervlakte 25 cm2. De vf = 2.
Hoeveel is dan de oppervlakte van het vergrootte vierkant?
Gebruik formule:
Als we de opgave omdraaien in:
Van een vierkant is de oppervlakte 25 cm2. De vf = 2.
Hoeveel is dan de oppervlakte van het vergrootte vierkant?
Gebruik formule:
= 22 x 25
Als we de opgave omdraaien in:
Van een vierkant is de oppervlakte 25 cm2. De vf = 2.
Hoeveel is dan de oppervlakte van het vergrootte vierkant?
Gebruik formule:
= 22 x 25
= 4 x 25 = 100 cm2
Als we de opgave omdraaien in:
Van een vierkant is de oppervlakte 25 cm2. De vf = 2.
Hoeveel is dan de oppervlakte van het vergrootte vierkant?
Gebruik formule:
= 22 x 25
= 4 x 25 = 100 cm2
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.