28 feb - telwoorden

Grammatica woordsoorten
Telwoorden
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Grammatica woordsoorten
Telwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Telwoorden

Slide 2 - Woordweb

Doel

Ik weet wat hoofd-en rangtelwoorden zijn

Ik ken het verschil tussen bepaalde en onbepaalde hoofdtelwoorden

Ik ken het verschil tussen bepaalde en onbepaalde rangtelwoorden

Slide 3 - Tekstslide

Wanneer is de man met de pet aan de beurt?
A
eerste
B
tweede
C
derde
D
laatste

Slide 4 - Quizvraag

Wanneer is de man met het rode boek aan de beurt?
A
tweede
B
derde
C
vierde
D
vijfde

Slide 5 - Quizvraag

hoofd- en rangtelwoorden

hoofdtelwoorden geven een hoeveelheid aan:

1, één, 8, acht, 35, vijfendertig, 1000, duizend

rangtelwoorden geven een volgorde aan:

eerste, 1e, tweede, 2e, 120e, honderdtwintigste 

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

bepaald hoofdtelwoord


Noemt een bekend aantal of bekende hoeveelheid

Voorbeeld

Zeven shifts, honderd koeien, twee derde van de klas

Slide 8 - Tekstslide

onbepaald hoofdtelwoord


Noemt een onbekend aantal of onbekende hoeveelheid

Voorbeeld

Veel boeken, weinig koeien, enkele leerlingen


Slide 9 - Tekstslide

bepaald rangtelwoord


Geeft een bekende plaats in een rij aan

Voorbeeld

Zevende, zesendertigste

Slide 10 - Tekstslide

onbepaald rangtelwoord


Geeft een onbekende plaats in een rij aan

Voorbeeld

Middelste, zoveelste, laatste, hoeveelste

Slide 11 - Tekstslide

Nog even op een rijtje

Slide 12 - Tekstslide

Even oefenen

Slide 13 - Tekstslide

4 (vier)
A
bepaald hoofdtelwoord
B
onbepaald hoofdtelwoord
C
bepaald rangtelwoord
D
onbepaald rangtelwoord

Slide 14 - Quizvraag

vijfde
A
bepaald hoofdtelwoord
B
onbepaald hoofdtelwoord
C
bepaald rangtelwoord
D
onbepaald rangtelwoord

Slide 15 - Quizvraag

zoveelste
A
bepaald hoofdtelwoord
B
onbepaald hoofdtelwoord
C
bepaald rangtelwoord
D
onbepaald rangtelwoord

Slide 16 - Quizvraag

Veel leerlingen hebben voor die toets een voldoende gehaald.
Wat is 'veel'?
A
bepaald hoofdtelwoord
B
onbepaald hoofdtelwoord
C
bepaald rangtelwoord
D
onbepaald rangtelwoord

Slide 17 - Quizvraag

Alle leerlingen van de Dean Academy in Engeland kregen plotseling vrij.
Wat is 'alle'?
A
bepaald hoofdtelwoord
B
onbepaald hoofdtelwoord
C
bepaald rangtelwoord
D
onbepaald rangtelwoord

Slide 18 - Quizvraag

Het 6e lesuur zijn wij vrij.

Wat is 6e?
A
bepaald hoofdtelwoord
B
onbepaald hoofdtelwoord
C
bepaald rangtelwoord
D
onbepaald rangtelwoord

Slide 19 - Quizvraag

Wat is
'tweede - tachtigste - honderdste'?
A
bepaald hoofdtelwoord
B
onbepaald hoofdtelwoord
C
bepaald rangtelwoord
D
onbepaald rangtelwoord

Slide 20 - Quizvraag

Twee derde van mijn klas haalde
voor die toets een hoog cijfer.
A
twee derde = bepaald hoofdtelwoord
B
twee derde = bepaald rangtelwoord

Slide 21 - Quizvraag

Maak de paragraaf Telwoord
Nieuw Nederlands 6e editie

Succes!

Slide 22 - Tekstslide

Sleep de woordsoorten naar de juiste voorbeelden.
op, na, voor, gedurende
opbergen, zijn, keek, gelopen
de, het, een
vijf, weinig, tiende, laatste
prachtig, Nederlandse, groot
Utrecht, meisje, geld, kapper
lidwoord (lw)
zelfstandig naamwoord (zn)
bijvoeglijk naamwoord (bn)
werkwoord (ww)
voorzetsel (vz)
telwoord (tw) (hoofd- en rang-)

Slide 23 - Sleepvraag