Een interbellum (van het Latijn inter, tussen en bellum, oorlog) is een periode tussen twee oorlogen.
Het interbellum is de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog (1919-1939)
Slide 4 - Tekstslide
De Russische Revolutie
1917 Russische Revolutie (communisme) onder Lenin.
Opvolger Stalin regeert de Sovjet-Unie vanaf 1924 met harde hand > Stalinsme
Propaganda, persoonsverheerlijking, showprocessen, censuur en zuiveringen.
De Sovjet-Unie wordt een totalitaire staat
Een planeconomie met vijfjarenplannen moeten zorgen voor een florerende staat van boeren en arbeiders....
Zowel het fascisme, als het communisme en het nationalisme zijn totalitare systemen
Slide 5 - Tekstslide
1910
1920
1930
1940
Verdrag van Versailles 1919
Hyperinflatie Duitsland 1923
Roaring '20 in de VS
Dawesplan 1924 , Roaring '20
Beurskrach 1929,
Grote Depressie '30
Aanpassingspolitiek van Colijn '30
Werkverschaffingsprojecten
voor werkelozen in '30
Economische tijdlijn Interbellum
Slide 6 - Tekstslide
Duitsland na de Eerste Wereldoorlog
Eerste democratie in Duitsland: Republiek van Weimar (1919)
Verlies van de oorlog komt hard aan, zowel emotioneel als economisch.
De herstelbetalingen zijn niet op te brengen door de regering, en de inflatie is groot.
Slide 7 - Tekstslide
Bezetting van het Ruhrgebied
1923-1924
Omdat Duitsland de herstelbetalingen niet meer kan opbrengen, bezetten Franse troepen het Ruhrgebied om Duitsland te dwingen tot betalen.
Dit was toegestaan volgens het Verdrag van Versailles.
Franse troepen blijven in het Saargebied tot 1925.
Franse troepen bezetten Essen
Slide 8 - Tekstslide
Duitsland na de Eerste Wereldoorlog (2)
Het vertrouwen in de Weimar republiek (democratie) is laag.
Verschillende groepen (extreemlinks/extreemrechts proberen de macht te grijpen (staatsgreep) en er is veel politiek geweld (o.a. moorden op politici)
Slide 9 - Tekstslide
Dolkstootlegende
Voor sommige Duitsers kwam het verlies niet door de soldaten, maar door het verraad van Joden en communisten (Dolkstootlegende)
Slide 10 - Tekstslide
Hitler in de politiek
Adolf Hitler bewonderde de fascistische (=extreemrechts) leider van Italië, Mussolini, die in 1922 met de Mars op Rome de macht had gegrepen.
Hitler vond dat de tijd was gekomen voor een Mars op München (en zelfs Berlijn): een staatsgreep om de zwakke regering af te zetten > de Bierkellerputsch
Overeenkomst fascisme en nationaal socialisme > geweld verheerlijken, antidemocratisch, militaristisch
Verschil: nazi's zijn antisemitisch/jodenhaat
Slide 11 - Tekstslide
Bierkellerputsch
1923
Hitler's mislukte staatsgreep (putsch) in München.
Hij wordt gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar.
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Mein Kampf
1925
Hitler gebruikte zijn tijd in de gevangenis om zijn boek 'Mein Kampf' te schrijven.
Een slecht geschreven en bij elkaar gefantaseerd boek, met vage hersenspinsels...tenminste: toen nog wel...
Slide 14 - Tekstslide
Duitsland
1924-1929
Politiek en economisch gaat het beter met het land
Duitsland is in 1926 lid van de Volkenbond geworden
De Amerikanen steunen de Duitse economie met het Dawesplan
Mensen hebben weer vertrouwen en lijken Hitler te zijn vergeten...
Slide 15 - Tekstslide
Crisis in de wereld
vanaf 1929
Door overproductie van fabrieken, veel kopen op afbetaling en teveel vertrouwen in aandelenhandel, klapt de Amerikaanse economie in elkaar.
Landen die veel met de VS handelen, worden de crisis mee in gesleept.
In oktober 1929 vindt de Beurskrach plaats... alles gaat verloren
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Tekstslide
Hitler in de politiek
Hitler was inmiddels vrijgelaten en sluit zich aan bij de DAP. Hij blijkt een talent te hebben voor het houden van toespraken.
De partij wordt ongedoopt tot NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij), neemt Hitler steeds meer de rol van leider op zich.
Slide 18 - Tekstslide
Hitler in de politiek
Hitler's ideeën zijn al die tijd vrijwel niet veranderd:
Verdrag van Versailles is slecht
Het land is overgenomen door een buitenlandse bezetter (Frankrijk)
Het is allemaal de schuld van Joden en Communisten
Duitsland heeft Lebensraum (levensruimte nodig)
Er moet één sterke leider komen
Slide 19 - Tekstslide
Hitler wordt kanselier
30 januari 1933
Na de verkiezingen van november 1932, waarbij de NSDAP de grootste werd, wordt het land vrijwel onbestuurbaar
Andere partijen (en de president) kunnen niet meer om Hitler heen:
hij wordt kanselier (minister-president).
Slide 20 - Tekstslide
Het interbellum
De tijdlijn van de NSDAP en Hitler
Slide 21 - Tekstslide
Het interbellum
De tijdlijn van de NSDAP en Hitler
Welke oorzaak-gevolg herken je?
Slide 22 - Tekstslide
Doelen Hitler
Na de machtsovername staan drie doelen centraal:
1. Herstel economie
2. Ontmanteling Verdrag van Versailles
3. Verkrijgen van Lebensraum en Duitsers heim ins Reich
Economie groeit door publieke werken en invoering dienstplicht
Durven Engeland en Frankrijk in te grijpen als Hitler Versailles ontmantelt?
Slide 23 - Tekstslide
Hitler's populariteit stijgt
vanaf 1934
Hitler is rond 1934 mateloos populair. Het gaat goed in Duitsland.
Zolang je niet tot een minderheid hoort, pluk je de vruchten van zijn beleid.
Door grootschalige werkverschaffingsprojecten daalt de werkloosheid snel, en krijgen Duitsers weer zelfvertrouwen én nationalistische gevoelens.
Slide 24 - Tekstslide
Neurenberger Rassenwetten
1935
Deze wetten moeten de rechten voor Joden sterk beperken, met als doel dat ze 'vrijwillig' uit Duitsland zouden vertrekken.
Zo mogen Joden geen Duitser meer zijn, of trouwen met een Duitse burger
Slide 25 - Tekstslide
Stap 1: Saarland Heim ins Reich
Slide 26 - Tekstslide
Stap 2: Dienstplicht en herbewapening
Slide 27 - Tekstslide
Stap 3: militarisering van het Rijnland
Slide 28 - Tekstslide
Stap 4: Anschluss (Oostenrijk)
Slide 29 - Tekstslide
Stap 5: Conferentie van München = appeasement (Sudetenland)
Chamberlain
Daladier
Hitler
Mussolini
Slide 30 - Tekstslide
Net als Oostenrijk, valt Sudetenland onder de Heim ins Reich-politiek, waarbij alle gebieden met Duitsers weer bij Duitsland moeten horen. Sudetenland was na de Eerste Wereldoorlog deel van de nieuwe staat Tsjecho-Slowakije geworden.
Slide 31 - Tekstslide
Kristallnacht
9 november 1938
In Parijs vermoordt een jonge Jood, Herschel Grynszpan, een Nazi.
Na een vlammende radiotoespraak van Joseph Goebbels, trekken Duitsers massaal de straat op om eigendommen van Joden te vernielen.
De politie en SS kregen de opdracht om niet in te grijpen.
Slide 32 - Tekstslide
Hitler bezet Tsjecho-Slowakije
maart 1939
Hoewel Hitler in München had gezegd genoegen te nemen met Sudetenland, bezet hij geheel Tsjecho-Slowakije een half jaar later.
Engeland en Frankrijk veroordelen de bezetting, maar doen niets.
Slide 33 - Tekstslide
Molotov-Ribbentrop Pact
augustus 1939
Hitler en Stalin zijn elkaars politieke vijanden, maar Hitler wil er zeker van zijn dat de Sovjet-Unie geen oorlog tegen hem gaat beginnen, als Duitsland Polen aanvalt.
Ze sluiten een niet-aanvalsverdrag.
Slide 34 - Tekstslide
De aanval op Polen: Duitsland (West) en de Sovjet-Unie (Oost)
Slide 35 - Tekstslide
1 september 1939
Hitler opent de aanval op Polen
Slide 36 - Tekstslide
Aan de slag
Maak de begrippenopdracht af
Leer de personen uit de personenopdracht, de tijdbalk en bestudeer de vragen uit de begrippenopdracht