stoffentransport les 2

stoffentransport les 2
zuurstoftransport
zuurstofopslag
zuurstofsverzadegingscurve
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

stoffentransport les 2
zuurstoftransport
zuurstofopslag
zuurstofsverzadegingscurve

Slide 1 - Tekstslide

Hemoglobine

jjy

Hoog                                                                                                               Laag
verzadigingspercentage                             verzadingingpercentage
tot 100%                                                                                                      tot 0%
Het verzadigingspercentage (hoeveelheid HbO2) wordt bepaald door verschillende omgevingsfactoren.
0% Hb
100% HbO2

100% Hb
0% HbO2

Slide 2 - Tekstslide

Hemoglobine

jjy

  • Hoge zuurstofconcentratie in de omgeving = hoog verzadigingspercentage
  • Lage zuurstofconcentratie in de omgeving = laag verzadigingspercentage
Zuurstofconcentratie is pO2/ zuurstofdruk
0% Hb
100% HbO2

100% Hb
0% HbO2

Slide 3 - Tekstslide

hemoglobine
Bij Hb (S-curve) neemt de affiniteit toe naarmate er meer O2 moleculen binden (4 plekken, zodra 1e plek bezet is gaat het makkelijker). 


Slide 4 - Tekstslide

O2 opname en afgifte
verzadiging Hb afhankelijk van pO2 in kPa (zuurstofconcentratie) in omgeving

in longen - 12-14 kPa
in weefsels in rust - 5 kPa
in weefsel bij inspanning - 2,5 kPa

afgifte O2 is verschil tussen O2 verzadiging in longen en weefsel 
(in rust verschil 21%, bij inspanning tot 81%) 

Slide 5 - Tekstslide

Myoglobine
  • Zit in de spieren 
  • bindt bij lage pO2 beter aan O2
 dan hemoglobine. 
  • handig om in de spieren extra O2
over te nemen van Hb. 

Slide 6 - Tekstslide

myoglobine
Mb + O2  ⇌ MbO2

Verschuiven evenwicht afhankelijk van o.a. pO2 in omgeving. 

Mb (parabool) geeft pas bij een hele lage pO2 zijn zuurstof af/ hogere affiniteit dan Hb.
Bij Hb (S-curve) neemt de affiniteit toe naarmate er meer O2 moleculen binden (4 plekken, zodra 1e plek bezet is gaat het makkelijker). 


Slide 7 - Tekstslide

invloed temperatuur op HbO2
Binas 83D

Des te hoger de temperatuur, des te minder HbO2.

Bohr-effect = hogere afgifte O2  door oxiHb vanwege hogere temperatuur of pCO2




Slide 8 - Tekstslide

invloed pCO2 op HbO2
Hogere pCO2 verlaagt het HbO2 gehalte
manier 1 - CO2 neemt plek in van O2 op heemgroep
manier 2* - CO2 verlaagt de pH, bij een lagere pH kan minder O2 binden aan Hb

* CO2 reageert met water 
(CO2 + H2O ⇌ H2CO3 koolzuur ⇌ HCO-3  waterstofcarbonaat + H+)


Slide 9 - Tekstslide

Foetaal hemoglobine
In ongeboren kind: foetaal 
hemoglobine dat net iets beter
zuurstof bindt dan hemoglobine:
kan daardoor in de placenta het
zuurstof overnemen van de
hemoglobine van de moeder.

Slide 10 - Tekstslide

De pCO2 is 2,7 kPa en de pO2 is 8,0 kPa.
A)Hoeveel % oxiHb bevat het bloed?
Vervolgens stijgt pCO2 naar 10,7kpa en de po2 blijft 8kpa.
B) Hoeveel % O2 is dan nog gebonden aan Hb?
C) Hoeveel % )2 heeft oxiHb dan afgestaan?

Slide 11 - Open vraag

In het kort
Aflezen curve: x-as = pO₂ (kPa), y-as = % HbO₂ (verzadiging).
Hb: 4 O₂-bindingsplaatsen → binding van O₂ maakt volgende binding makkelijker → S-curve.
Hogere temperatuur / pCO₂ / lagere pH → Hb houdt O₂ minder goed vast → meer O₂-afgifte aan weefsels (Bohr-effect).

Myoglobine: in spieren; heeft bij lage pO₂ een hogere O₂-affiniteit dan Hb → neemt O₂ over van Hb en houdt O₂ beschikbaar in de spier.

Foetaal Hb: heeft hogere O₂-affiniteit dan Hb van de moeder → kan O₂ in de placenta overnemen.
Opdr. 35, 36, 37, 39, 41, 42, 43 en 45 (donderdag) 

Slide 12 - Tekstslide