6.2 en 6.3 Stroomkring,I en serie/parallel

6.2 stroomkring
  • Je tekent onderdelen in een stroomkring.
  • Je benoemt de werking van verschillende spanningsbronnen.
  • Je herkent geschikte materialen voor een schakelaar.
  • Je tekent een schakeling in een schakelschema.


1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

6.2 stroomkring
  • Je tekent onderdelen in een stroomkring.
  • Je benoemt de werking van verschillende spanningsbronnen.
  • Je herkent geschikte materialen voor een schakelaar.
  • Je tekent een schakeling in een schakelschema.


Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 2
  • Stroomkring

Bij deze stroomkring is de batterij met twee snoeren aangesloten op de batterij. We spreken dan van een gesloten stroomkring.

    Slide 2 - Tekstslide

    Een stroomkring maken

    Slide 3 - Tekstslide

    Stroomkring
    Elektriciteit is eenrichtingsverkeer.
    Stroomdeeltjes moeten terug kunnen naar de batterij.

    Open en gesloten stroomkring

    Geleiders en isolatoren

    Slide 4 - Tekstslide

    Slide 5 - Video

    Onderbroken stroomkring

    Slide 6 - Tekstslide

    Gesloten stroomkring

    Slide 7 - Tekstslide

    geleiders en isolatoren

    Slide 8 - Tekstslide

    Stroomkring
    • Gesloten stroomkring:
    De elektrische lading kunnen een rondje maken.

    • Open stroomkring:
    De kring is niet gesloten.

    Slide 9 - Tekstslide

    Geleiders en Isolatoren
    Waarom is een elektriciteitsleiding aan de binnenkant van koper en aan de buitenkant van pvc?

    Slide 10 - Tekstslide

    Isolatoren en geleiders

    Slide 11 - Tekstslide

    Aan de slag

    We maken samen 24 t/m 30

    Slide 12 - Tekstslide

    spanning en stroomsterkte 

    Slide 13 - Tekstslide

    Spanning en stroomsterkte
    Doel: Je herkent het verband tussen spanning en stroomsterkte.

    Slide 14 - Tekstslide

    Spanning (U)
    Op een apparaat staat een spanning.
    Dit is de pompkracht wat er voor zorgt dat een apparaat werkt.




    grootheid
    symbool
    eenheid
    symbool
    spanning
    U
    volt
    V

    Slide 15 - Tekstslide

    We lezen pagina 73 en 74 samen

    Slide 16 - Tekstslide

    1.1 Stroommeter aflezen
    Je schrijft dit als: 

    I = 0,015 A





    I = 0,32 A

    Slide 17 - Tekstslide

    stroommeter aflezen





    meetbereik staat op 0,5 A
    je kijkt dan dus naar de middelste rij cijfers
    je kunt nu aflezen 0,3A

    Slide 18 - Tekstslide

    Stroomsterkte meter

    Een stroomsterktemeter sluit je altijd in serie aan. 

    Slide 19 - Tekstslide

    Welk schakelschema klopt?
    A
    B
    C
    Het goede antwoord staat er niet tussen

    Slide 20 - Quizvraag

    In een schakelschema is dit het symbool voor een....
    A
    schakelaar
    B
    lamp
    C
    amperemeter
    D
    batterij

    Slide 21 - Quizvraag

    Wat voor schakelschema is dit?
    A
    Een parallelschakeling
    B
    Een serieschakeling

    Slide 22 - Quizvraag

    In een schakelschema is dit het symbool voor een
    A
    schakelaar
    B
    lamp
    C
    ampèremeter
    D
    batterij

    Slide 23 - Quizvraag


    Serie of parallel?
    A
    Dit is een serieschakeling
    B
    Dit is een parallelschakeling

    Slide 24 - Quizvraag

    Aan de slag!
    Je maakt 34 t/m 40

    Klaar? Nakijken!
    Klaar 2.0: 10 minuten lezen
    Klaar 3.0: iets voor jezelf doen!

    Slide 25 - Tekstslide

     6.3 Parallel en serie schakeling

    Slide 26 - Tekstslide

                     serie en parallel

    Slide 27 - Tekstslide

    Serie & Parallel

    Slide 28 - Tekstslide

    Batterijen schakelen
    "Als je batterijen in serie schakelt, mag je hun 
    spanningen bij elkaar optellen"

    Slide 29 - Tekstslide

    Batterijen in serie schakelen

    Slide 30 - Tekstslide

    Batterijen schakelen
    Serie schakelen
    - Meer batterijen serie = meer spanning

    Parallel schakelen
    - Meer batterijen parallel = spanning één batterij

    Slide 31 - Tekstslide

    Wanneer is de Stroomsterkte constant?
    Bij Serie of Parallel?
    A
    Een serieschakeling
    B
    Een parallelschakeling

    Slide 32 - Quizvraag

    Serie of parallel schakeling?
    A
    Serie
    B
    Parallel

    Slide 33 - Quizvraag

    Is dit een serie- of parallel-
    schakeling?
    A
    Serieschakeling
    B
    Parallelschakeling

    Slide 34 - Quizvraag


    Serie of parallel?
    A
    Dit is een serieschakeling
    B
    Dit is een parallelschakeling

    Slide 35 - Quizvraag

    Wat voor soort schakeling is dit?
    A
    serieschakeling
    B
    parallelschakeling
    C
    gemengde schakeling
    D
    combinatie van serie en parallel

    Slide 36 - Quizvraag