Ga lekker zitten en pak je lees- boek erbij. Start met lezen.
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1,2
In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Poëzieweek
Welkom 1B
Ga lekker zitten en pak je lees- boek erbij. Start met lezen.
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Doel van de les:
Aan het eind van deze les weet je
- wat een stapelgedicht is
- wat een stiftgedicht is
- wat een knipselgedicht is
Slide 4 - Tekstslide
De regenworm en zijn moeder
Er was een regenworm in Sneek die altijd naar de sterren keek, en fluisterde: hoe schoon, hoe schoon! Zijn moeder zei: Doe toch gewoon, kijk naar beneden, naar de grond, dat is normaal, dat is gezond, kijk naar beneden, zoals ik.
En toen? Toen kwam de leeuwerik! Het wormpje, dat naar boven staarde, zag hem op tijd en kroop in d'aarde,
maar moe die naar beneden keek, werd opgegeten (daar in Sneek).
Dus doe nooit wat je moeder zegt,
dan komt het allemaal terecht.
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Tekstslide
Donderdag in december
de avond kruipt in mijn jas en blijft
daar even hangen
Door mijn adem heen kijk ik omhoog
naar de lucht vol met ruimtebloemen
toch maar wel mijn handen in mijn zakken.
Slide 7 - Tekstslide
Wat weet jij al van poëzie?
Slide 8 - Woordweb
Moet poëzie altijd rijmen? Leg je antwoord uit.
Slide 9 - Woordweb
Soorten
stapelgedicht
stiftgedicht
knipselgedicht
Slide 10 - Tekstslide
Stapelgedichten
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Hoe maak je een stapelgedicht?
Boeken stapelen -> dichten met titels
Speur in de boekenkasten en -kratten naar titels van boeken.
Maak een stapelgedicht van de titels van boeken door de boeken op elkaar te stapelen.
Let op: zorg ook dat je gedicht een titel heeft. Zet die erbij!
Je mag alle soorten boeken gebruiken.
Laat je resultaat aan mij zien, ik maak een foto en print deze voor je.
Slide 13 - Tekstslide
Stiftgedicht
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Hoe maak je een stiftgedicht?
Je neemt een krant, tijdschrift, boek, of een andere tekst en een zwarte dikke stift en een liniaal.
Als je een passende pagina hebt gevonden in een boek, laat je mij een kopie daarvan maken op de kopieermachine. NIET IN BOEKEN KLIEDEREN!
Vervolgens lees je de tekst en pik je er hier en daar woorden uit die bij elkaar gaan horen, je maakt een gedicht.
Die woorden laat je wit, de rest van de tekst maak je zwart.
Zo verschijnt er uit de oorspronkelijke tekst jouw gedicht.
Je kunt nog verder gaan en proberen te spelen met de vorm die verschijnt, of de vorm als uitgangspunt te nemen.
Slide 17 - Tekstslide
knipselgedicht:
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Hoe maak je een KNIPSELGEDICHT?
1. Bedenk waar je gedicht over gaat.
2. Knip losse woorden uit tijdschrift, krant of reclamefolder.
3. Maak van de losse woorden een gedicht.
4. Lever het resultaat bij mij in.
Slide 21 - Tekstslide
Doel van de les:
Aan het eind van deze les weet je
- wat een stapelgedicht is
- wat een stiftgedicht is
- wat een knipselgedicht is
Slide 22 - Tekstslide
POËZIE-OPDRACHT:
Kies twee dichtvormen uit en maak een foto van jouw beeldgedichten:
stapelgedicht
stiftgedicht
knipselgedicht
Huiswerkopdracht voor vrijdag 28 januari Foto's van maken en inleveren via Classroom