1MH2 - Gedichten - Poëzieweek 2022

Poëzieweek
Welkom 1B
Ga lekker zitten en pak je lees-
boek erbij. Start met lezen. 
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Poëzieweek
Welkom 1B
Ga lekker zitten en pak je lees-
boek erbij. Start met lezen. 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Doel van de les: 
Aan het eind van deze les weet je

- wat een stapelgedicht is
- wat een stiftgedicht is
- wat een knipselgedicht is

Slide 4 - Tekstslide

De regenworm en zijn moeder

Er was een regenworm in Sneek
die altijd naar de sterren keek,
en fluisterde: hoe schoon, hoe schoon!
Zijn moeder zei: Doe toch gewoon,
kijk naar beneden, naar de grond,
dat is normaal, dat is gezond,
kijk naar beneden, zoals ik. 

En toen? Toen kwam de leeuwerik!
Het wormpje, dat naar boven staarde, 
zag hem op tijd en kroop in d'aarde,
maar moe die naar beneden keek,
werd opgegeten (daar in Sneek). 

Dus doe nooit wat je moeder zegt, 
dan komt het allemaal terecht. 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Donderdag in december
de avond kruipt in mijn jas en blijft
daar even hangen
Door mijn adem heen kijk ik omhoog
naar de lucht vol met ruimtebloemen
toch maar wel mijn handen in mijn zakken. 

Slide 7 - Tekstslide

Wat weet jij al van poëzie?

Slide 8 - Woordweb

Moet poëzie altijd rijmen?
Leg je antwoord uit.

Slide 9 - Woordweb

Soorten
  • stapelgedicht 
  • stiftgedicht
  • knipselgedicht

Slide 10 - Tekstslide

Stapelgedichten

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Hoe maak je een  stapelgedicht?
  • Boeken stapelen -> dichten met titels

  • Speur in de boekenkasten en -kratten naar titels van boeken.
  • Maak een stapelgedicht van de titels van boeken door de boeken op   elkaar te stapelen.
  • Let op: zorg ook dat je gedicht een titel heeft. Zet die erbij!
  • Je mag alle soorten boeken gebruiken. 
  • Laat je resultaat aan mij zien, ik maak een foto en print deze voor je. 

Slide 13 - Tekstslide

Stiftgedicht

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Hoe maak je een stiftgedicht?
  • Je neemt een krant, tijdschrift, boek, of een andere tekst en een zwarte dikke stift en een liniaal.
  • Als je een passende pagina hebt gevonden in een boek, laat je mij een kopie daarvan maken op de kopieermachine. NIET IN BOEKEN KLIEDEREN! 
  • Vervolgens lees je de tekst en pik je er hier en daar woorden uit die bij elkaar gaan horen,  je maakt een gedicht.
  • Die woorden laat je wit, de rest van de tekst maak je zwart.
  • Zo verschijnt er uit de oorspronkelijke tekst jouw gedicht.
  • Je kunt nog verder gaan en proberen te spelen met de vorm die verschijnt, of de vorm als uitgangspunt te nemen.



Slide 17 - Tekstslide

knipselgedicht:

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Hoe maak je een KNIPSELGEDICHT? 
1. Bedenk waar je gedicht over gaat.
2. Knip losse woorden uit tijdschrift, krant of reclamefolder.
3. Maak van de losse woorden een gedicht.
4. Lever het resultaat bij mij in.

Slide 21 - Tekstslide

Doel van de les: 
Aan het eind van deze les weet je

- wat een stapelgedicht is
- wat een stiftgedicht is
- wat een knipselgedicht is

Slide 22 - Tekstslide

POËZIE-OPDRACHT:
Kies twee dichtvormen uit en maak een foto van jouw beeldgedichten:
  • stapelgedicht   
  • stiftgedicht       
  • knipselgedicht 

Huiswerkopdracht voor vrijdag 28 januari
Foto's  van maken en inleveren via Classroom

Veel plezier en heel veel succes! 

Slide 23 - Tekstslide