9.5 Formules herleiden

Hoofdstuk 9.4 en 9.5        blz. 102
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 9.4 en 9.5        blz. 102

Slide 1 - Tekstslide

Lineaire vergelijkingen
Wiskunde

vrijdag 21 november 
Leerdoelen:
- Je leert:
1. ongelijkheden oplossen

2. Formules herleiden

3. Wat substitueren is
1. Huiswerk controleren §9.4 + nakijken

2. Terugblik vorige lessen

3. Instructie §9.4 "ongelijkheden oplossen" en 
                     §9.5 "formules herleiden"

4. Maken oefentoets

5. Vooruitblik op volgende les

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

                                 Terugblik:


Twee soorten reclame
Lay-out
Terugblik

Slide 27 - Tekstslide

1. Wat is het startgetal bij de volgende formule:
y = 4(2x - 3) ?
A
4
B
8
C
-3
D
-12

Slide 28 - Quizvraag

2. Los deze vergelijking op
8x+3x+19=7x+59
A
x=3
B
x=31
C
x=10

Slide 29 - Quizvraag

3. Bereken de coördinaten van het snijpunt van de lijnen:
en
y=2x+10
y=5x20
A
(11,30)
B
(30,10)
C
(10,10)
D
(10,30)

Slide 30 - Quizvraag


4. De oplossing van de ongelijkheid 

is 
2x+3>x+18
A
x < 5
B
x = 5
C
y = 5
D
x > 5

Slide 31 - Quizvraag

Voor welke t geldt:

lijn A < lijn B

Slide 32 - Tekstslide


5. Voor welke t geldt:

lijn A < lijn B
A
t < 30
B
t > 30
C
t = 30

Slide 33 - Quizvraag

9.5 Formules herleiden (spiekboekje)

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Link

6. Herleid de volgende formule waarbij je y uitdrukt in x

8x+4y=32
A
4y=32+8x
B
y=8+2x
C
y=82x

Slide 36 - Quizvraag

opgave 31a klassikaal    blz. 107

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Tekstslide

9.5 substitueren (spiekboekje)

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Link

Substitueer formule B in formule A en bereken:

Formule A: b = a + 20
Formule B: a = -4
A
24
B
5
C
80
D
16

Slide 41 - Quizvraag

Substitueer formule B in formule A en bereken:

Formule A: H = 6 - 0,2j
Formule B: j = 10
A
-3,8
B
18
C
-58
D
4

Slide 42 - Quizvraag

Substitueer formule B in formule A
A:
B:
a=9b+10
b=3c+2
A
a=9b+10+3c+2
B
b=3c+2+9b+10
C
a=9(3c+2)+10
D
b=3(9b+10)+2

Slide 43 - Quizvraag

opgave 30 klassikaal    blz. 102

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Wiskunde - Aan de slag!
9.5. Formules herleiden blz. 102-104



Maken: 
9.5: Opdrachten 30 t/m 36

proefwerk 13 maart




timer
10:00

Slide 48 - Tekstslide