Situatie 1
Jullie gaan met de klas een dag naar Utrecht, waar jullie de Domtoren gaan beklimmen. Sylvia heeft hoogtevrees. Ze durft niet mee naar boven. De rest van de klas gaat wel. Klasgenoten proberen haar over te halen. Iedereen gaat zich ermee bemoeien: “Doe het gewoon. Ga nou mee, als je eenmaal boven bent, ben je trots op jezelf!”