Starttaal deel b Hfst 6

Spreken
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Spreken

Slide 1 - Tekstslide

Programma

Slide 2 - Tekstslide

Wat kun je na deze les
Je weet wat meningen en argumenten zijn
Je kan je mening geven
Je kan met argumenten uitleggen waarom je een mening hebt

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Tijdens de theorie en instructie hebben de leerlingen aandacht en zijn ze stil, tenzij ze de beurt krijgen.
Dit deel duurt ongeveer 10 minuten, waarna de leerlingen met de behandelde stof aan het werk kunnen. Dus let op en doe mee.

Slide 5 - Tekstslide

Mening & argument
Een mening is wat je ergens van vindt en kan voor iedereen anders zijn. Het is belangrijk om te kunnen vertellen wat je ergens van vindt. Zo kun je laten weten wat je denkt en/of voelt. Hierdoor kan jezelf en kunnen andere ontwikkelen. Met een argument leg je je mening uit. Je geeft inzicht waarom je iets vindt. Als je je mening geeft is het slim om je aan de spreekregels te houden.

Slide 6 - Tekstslide

Spreekregels
Bij het aangeven wat je ergens van vindt (mening) is het belangrijk om je aan de spreekregels te houden. Door deze regels te gebruiken komt je boodschap beter over. De spreekregels zijn:
  • Rechtop staan of zitten (houding)
  • Kijk de mensen tegen wie je praat aan (contact maken)
  • Spreek duidelijk en rustig

Slide 7 - Tekstslide

Kleur
Praktisch
Milieu
Prijs
Ik vind ......., omdat

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld
Ik vind dit een mooie schoen omdat deze kleurcombinatie mij aanspreekt
Ik denk dat deze schoen niet lekker loopt omdat hij een dikke zool heeft

Slide 9 - Tekstslide

Vragen of onduidelijkheden?

Slide 10 - Tekstslide

Opdrachten
In het werkboek gaan we opdracht 1 t/m 3 maken op blz.73-78. Bij opdracht 1 zitten drie geluidsfragmenten die we gezamenlijk luisteren. Ben stil tijdens de geluidsfragmenten, zodat iedereen ze goed kan horen en de drie vragen die bij het geluidsfragment horen kan beantwoorden. Het gaat bij de vragen steeds over de mening van de persoon en de argumenten die worden gebruikt. Per fragment krijg je twee minuten de tijd om het antwoord op te schrijven. Na opdracht 1 (3 geluidsfragmenten met 3 vragen)  kun je zelfstandig (alleen en in stilte) aan de slag met opdracht 2. Bij opdracht 3 moet je een mening geven over een stelling en deze beargumenteren. Maak vraag 3 tot vraag 3d. Vraag 3e en verder doen we gezamenlijk, waarbij je mag kiezen wie jou gaat beoordelen.

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 1
In het werkboek gaan we opdracht 1  maken op blz.73-75. Bij opdracht 1 zitten drie geluidsfragmenten die we gezamenlijk luisteren. Ben stil tijdens de geluidsfragmenten, zodat iedereen ze goed kan horen en de drie vragen die bij het geluidsfragment horen kan beantwoorden. Het gaat bij de vragen steeds over de mening van de persoon en de argumenten die worden gebruikt. Per fragment krijg je twee minuten de tijd om het antwoord op te schrijven.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

Opdracht 2 & 3
In het werkboek gaan jullie zelfstandig (alleen en in stilte)  opdracht 2 t/m 3d maken op blz.75-77. Bij opdracht 2 gaat het om het oefenen met je mening geven en deze te onderbouwen met argumenten. Bij opdracht 3 moet je een mening geven over een aantal stellingen uit het boek. Daarbij wordt gevraagd je mening te beargumenteren (waarom vind je het). Maak vraag 3 tot vraag 3d. Vraag 3e en verder doen we klassikaal. Jullie hebben 10 minuten de tijd vraag 2 t/m 3d te maken. Als je klaar bent ligt er een leesoefening klaar.
timer
10:00

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 3
De spinner bepaalt wie zijn mening met bijbehorende argumentatie gaat vertellen. Iedereen vult de controletabel (blz. 77) in. De spinner bepaalt daarna wie zijn controletabel (ook een mening) zal verantwoorden. Let tijdens het geven van de mening ook op de spreekregels (houding, contact en duidelijkheid). Denk ook na wat er goed ging en wat er de volgende keer beter kan.

Slide 15 - Tekstslide

Wat is er geleerd?
  1. Wat is een mening?
  2. Waar moet je op letten bij het geven van een mening?
  3. Wat is een argument?
  4. Waarom is het belangrijk om een mening te geven en deze te beargumenteren?

Slide 16 - Tekstslide

Evaluatie
Vul het uitgedeelde lesevaluatieformulier 
serieus, eerlijk en in stilte in.

Slide 17 - Tekstslide

Woordenschat

Abonnement, conducteur, dienstregeling, openbaar vervoer, reisplanner, spits, verkeer, vertraging, vervoer en vervoersbewijs

Slide 18 - Tekstslide

Lezen
Doel van een tekst


Amuseren, instrueren, informeren en activeren

Slide 19 - Tekstslide