onvoltooide en voltooide tijd TA thema 5.2.7

Taal, thema 5-week 2-les 7 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Basisschool

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Taal, thema 5-week 2-les 7 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Welke zin staat in de voltooide tijd?
A
Het kind was naar oma gegaan.
B
Het kind ging naar oma.
C
Het kind gaat naar oma.
D
Het kind zal naar oma gaan.

Slide 9 - Quizvraag

Welke zin staat in de onvoltooide tijd?
A
De dokter had zich in de datum vergist.
B
De dokter heeft zich in de datum vergist.
C
De dokter vergiste zich in de datum.

Slide 10 - Quizvraag

Welke zin staat in de voltooide tijd?
A
Juf Anne sport buiten in de tuin.
B
Juf Anne sportte buiten in de tuin.
C
Juf Anne zal buiten in de tuin gaan sporten.
D
Juf Anne heeft buiten in de tuin gesport.

Slide 11 - Quizvraag

Welke zin staat in de voltooide tijd?
A
Juf Anne sport buiten in de tuin.
B
Juf Anne sportte buiten in de tuin.
C
Juf Anne zal buiten in de tuin gaan sporten.
D
Juf Anne heeft buiten in de tuin gesport.

Slide 12 - Quizvraag

Welk gezegde staat in de voltooide tijd?
A
liepen
B
heeft gezongen
C
wandelen

Slide 13 - Quizvraag

Welk gezegde staat in de onvoltooide tijd?
A
schemert
B
heeft gepoetst
C
had gebakken

Slide 14 - Quizvraag

Zet de zin in de onvoltooide tijd.
Nikki had gisteren gedanst.

Slide 15 - Open vraag

Zet de zin in de voltooide tijd.
Ik zing een mooi lied.

Slide 16 - Open vraag

Zet de zin in de voltooide tijd.
Ik zing een mooi lied.

Slide 17 - Open vraag

Zet de zin in de voltooide tijd.
Ik zing een mooi lied.

Slide 18 - Open vraag