Nieuwsbegrip XL Flamingo's in Grevenlingenmeer

Nieuwsbegrip XL Flamingo's in Grevenlingenmeer
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 8

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Nieuwsbegrip XL Flamingo's in Grevenlingenmeer

Slide 1 - Tekstslide

het egoïsme
inzien
accepteren
illustratief
illusionist
gespreksstof
de belemmering
de dingen om over te praten
begrijpen hoe iets in elkaar zit, iets beseffen
de houding waarbij iemand alleen aan zichzelf denkt
de goochelaar
de hindernis
verduidelijkend
goed vinden

Slide 2 - Sleepvraag

De schrijver van de recensie geeft zowel informatie als een eigen mening. In welke zinnen staat een mening? Er zijn 2 antwoorden goed
A
Na elk verhaal staan er ook vragen en extra informatie om nog verder aan de slag te gaan met de boodschap van het verhaal.
B
Toch weet de schrijver deze onderwerpen goed uit te leggen op een manier die kinderen snappen.
C
De verhalen worden nog mooier door de kleurrijke illustraties van Sebastiaan Van Doninck.
D
In dit boek staan tien verhalen, en in elk verhaal speelt een vogel de hoofdrol.

Slide 3 - Quizvraag

Wat betekent de titel Geluk voor kinderen op basis van wat je uit de recensie en het verhaal over Mingo hebt gelezen?
A
Het gaat erover dat geluk een magische gave is die niet iedereen kan krijgen.
B
Het gaat over manieren waarop kinderen kunnen leren wat geluk betekent en hoe ze gelukkig kunnen worden.
C
Het betekent dat geluk alleen te maken heeft met winnen of cadeautjes krijgen.
D
Het betekent dat alleen kinderen gelukkig kunnen zijn, en volwassenen niet.

Slide 4 - Quizvraag

Waarom heeft de recensent Geluk voor kinderen drie sterren gegeven?
A
De verhalen zijn te simpel en hebben geen boodschap.
B
Het boek heeft een duidelijke boodschap, maar voor jonge kinderen is die best moeilijk te begrijpen.
C
De recensent vond de illustraties van Sebastiaan Van Doninck niet mooi.
D
Het boek biedt geen ruimte voor gesprekken over de thema’s.

Slide 5 - Quizvraag

In het boek zijn de hoofdpersonen vogels. Waarom denk je dat de schrijver ervoor heeft gekozen om vogels als hoofdpersonen te gebruiken?
A
Vogels zijn de favoriete dieren van de schrijver en de meeste lezers.
B
Vogels hebben niets met geluk te maken, maar zijn gewoon leuk om over te schrijven.
C
Vogels kunnen in het echt praten, net zoals in het boek.
D
Vogels staan voor vrijheid, groei en verandering, en ze kunnen levenslessen laten zien.

Slide 6 - Quizvraag

Waarom zouden de ouders van Mingo hem eerst achterlaten als hij weigert mee te gaan? Wat hopen ze hiermee te bereiken?
Er zijn twee antwoorden goed
A
Ze vinden Mingo vervelend en willen hem niet meer bij zich hebben.
B
Ze willen dat hij zelfstandig wordt en zelf de keuze maakt om mee te gaan.
C
Ze hopen dat hij leert vliegen door hem te dwingen alleen te zijn.
D
Ze denken dat Mingo vanzelf gaat vliegen als ze hem achterlaten.

Slide 7 - Quizvraag

Wat zou de boodschap kunnen zijn achter Mingo’s verandering van grijs naar roze?
A
Het betekent dat uiterlijk belangrijker is dan innerlijk.
B
Het laat zien dat alleen roze vogels gelukkig kunnen zijn.
C
Het betekent dat je moet veranderen om geaccepteerd te worden.
D
Het staat voor groei en ontwikkeling; je leert jezelf accepteren.

Slide 8 - Quizvraag

Wat betekent de reis van Mingo naar de grote plas?
A
De reis staat voor opgroeien en jezelf ontwikkelen.
B
De reis laat zien dat vogels altijd in groepen moeten blijven.
C
De reis betekent dat je pas gelukkig kunt zijn als je op een nieuwe plek woont.
D
De reis leert je dat het beter is om jezelf niet te veranderen.

Slide 9 - Quizvraag

Wat ontdekt Mingo als hij bij de grote plas aankomt?
A
Hij is net zo groot en roze als de andere flamingo’s en hoort erbij.
B
Hij vindt geluk niet belangrijk.
C
Hij blijft voor altijd grijs en klein net zoals de andere baby flamingo’s.
D
Hij besluit alleen verder te reizen.

Slide 10 - Quizvraag

Je hebt een recensie gelezen. Wat voor soort tekst is een recensie?
A
een instructietekst
B
een overtuigende tekst
C
een verhalende tekst
D
een informatieve tekst

Slide 11 - Quizvraag