Overstijgend les - Nederlands - 24 maart 2025

Via Vervolg
Thema 1
Gesprekken voeren, spreken en luisteren
Een interview 

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Via Vervolg
Thema 1
Gesprekken voeren, spreken en luisteren
Een interview 

Slide 1 - Tekstslide

Doelen van deze les:
  • Weet je wat een interview is.
  • Weet je wat een open en een gesloten vraag is.
  • Weet je wat een vervolgvraag is.
  • Waarom oefenen met spreekvaardigheid? (portfolio)

Slide 2 - Tekstslide

Een interview 

Slide 3 - Tekstslide

Theorie - wat is een interview?
Een interview is een vraaggesprek. 

Met een interview wil je een bepaald doel bereiken:
- Je wilt meer weten over een onderwerp.
- Je wilt meer weten over een persoon.
- Je wilt weten hoe een groep mensen over iets denkt. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Theorie - Gesloten vraag
Een gesloten vraag is een vraag die je alleen maar met ja of nee kan beantwoorden.
Bijvoorbeeld: Heb jij je huiswerk gemaakt?

Bij een gesloten vraag kun je ook een keuze geven.
Bijvoorbeeld: Wat wil je drinken: water of frisdrank?

Slide 6 - Tekstslide

Theorie - open vraag
Je kan een open vraag stellen als je een uitgebreider antwoord wilt. 
Vaak begin je de vraag dan met een vraagwoord (wie, wat, hoe).

Bijvoorbeeld:
- Waarom heb jij je huiswerk niet gemaakt?
- Wat is de reden dat je gestopt bent met voetballen?

Slide 7 - Tekstslide


Wat voor soort vragen zie je hier?
A
open vragen
B
gesloten vragen
C
vervolgvragen
D
domme vragen

Slide 8 - Quizvraag


Met het woord wat begint hier ...
A
... een gesloten vraag
B
... een vervolgvraag
C
... een open vraag
D
... een onbeleefde vraag

Slide 9 - Quizvraag

Spel Geen Ja Geen Nee

Doel van het spel: Probeer zo lang mogelijk vragen te beantwoorden zonder het woord “ja” of “nee” te zeggen.
📋 Spelregels:
1 iemand heeft de beurt. Wij als klas stellen een vraag.

De andere speler moet antwoord geven zonder “ja” of “nee” te zeggen (ook niet "jawel", "nee hoor", enz.).

Als je toch “ja” of “nee” zegt, ben je af!

Je mag wel knikken of andere woorden gebruiken zoals “zeker”, “klopt”, “misschien”, “ik denk het wel”, enzovoort.

Als je af bent, krijgt de volgende de beurt! 

Slide 10 - Tekstslide

Opdrachten 
Je maakt in tweetallen opdracht 2 en opdracht 3

Als iedereen klaar is dan presenteer je elkaars antwoorden over zijn of haar held.




Slide 11 - Tekstslide

Doel behaald?
Ik weet wat een interview is
Ik weet het verschil tussen een gesloten en open vraag

Slide 12 - Tekstslide