Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3
In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.
Lesduur is: 30 min
Onderdelen in deze les
Wat gaan we doen?
Theorie
Praktische opdracht
Opdrachten in het werkboek
Afsluiting les
Slide 1 - Tekstslide
Mens & Zorg
Slide 2 - Tekstslide
Opdracht
Lees blz 66 en 68
Maak opdracht 72 en 73
Slide 3 - Tekstslide
Buikstoot
wordt toegepast bij verslikking
Slide 4 - Tekstslide
Wat te doen bij een verslikking?
A
De persoon laten liggen
B
Bellen naar 112
C
De persoon op de rug kloppen
D
Iets te drinken geven
Slide 5 - Quizvraag
Wat is een teken van verslikking?
A
Hoesten
B
Benauwdheid
C
Slapen
D
Lachen
Slide 6 - Quizvraag
Wanneer moet je hulp inroepen?
A
Bij ernstige benauwdheid
B
Als de persoon glimlacht
C
Bij een lichte hoest
D
Als het hoesten niet helpt
Slide 7 - Quizvraag
Slide 8 - Video
Buikstoot
Oefenen in drietallen met de Buikstoot oefenrugzak.
Slide 9 - Tekstslide
Brandwonden
beschadiging van de huid door warmte, een chemische stof of elektriciteit
Slide 10 - Tekstslide
Wat is een kenmerk van tweede graads brandwonden?
A
Blaren op de huid
B
Rood en droog
C
Geen pijn
Slide 11 - Quizvraag
Wat typeert derde graads brandwonden?
A
Alleen roodheid
B
Slechts oppervlakkige schade
C
Huidweefsel volledig verbrand
Slide 12 - Quizvraag
Welke soort brandwonden zijn er?
A
Vierde graads brandwonden
B
Derde graads brandwonden
C
Eerste graads brandwonden
D
Tweede graads brandwonden
Slide 13 - Quizvraag
Welke eerste hulp is belangrijk bij brandwonden?
A
Smeer boter op de brandwond
B
Koel de brandwond met water
C
Bedek de brandwond
D
Verwijder kleding rondom de brandwond
Slide 14 - Quizvraag
Wat is een veelvoorkomende oorzaak van brandwonden?
A
Verkeersongelukken
B
Hitte van een vlam
C
Contact met hete oppervlakken
D
Insectenbeten
Slide 15 - Quizvraag
Slide 16 - Video
Brandwonden
Oefenen in drietallen met stappenplan brandwonden
Slide 17 - Tekstslide
EHBO
Kneuzingen, ontwrichtingen en botbreuken
Slide 18 - Tekstslide
Kneuzing
Als je je stoot of als je valt heb je al snel een blauwe plek.
De huid is bij een kneuzing niet stuk.
Bij een kneuzing is er sprake van een beschadiging van onderhuids weefsel en/of spieren.
Slide 19 - Tekstslide
Verstuiking
Bij een verstuiking zijn de banden om je gewrichten verrekt of gescheurd.
Een verstuiking komt vaak voor in de enkel.
Slide 20 - Tekstslide
Behandeling kneuzing/verstuiking
RICE methode
R = rust
I = Ice (ijsklontje/coldpack)
C = compressie door steunverband
E = elevation = hoog leggen
Slide 21 - Tekstslide
Een gesloten botbreuk
de huid blijft intact
het slachtoffer heeft pijn
er treedt een zwelling en bloeduitstorting op
het slachtoffer kan niet op het lichaamsdeel steunen.
vaak heeft het lichaamsdeel een abnormale stand
Slide 22 - Tekstslide
Slide 23 - Video
Open botbreuk
Er is een wond ontstaan doordat scherpe uiteinden van het bot door de huid zijn gegaan soms is er alleen een wond, soms steekt het bot door de huid heen.
Er is een groot risico op infectie, doordat ziektekiemen gemakkelijk in de wond kunnen komen
Slide 24 - Tekstslide
Slide 25 - Video
Welke behandeling is gebruikelijk voor botbreuken?
A
Fysiotherapie
B
Gips
C
Chirurgie
D
Antibiotica
Slide 26 - Quizvraag
Wat veroorzaakt meestal botbreuken?
A
Honger
B
Harde impact
C
Valincidenten
D
Zonnebrand
Slide 27 - Quizvraag
Wat is een botbreuk?
A
Een fractuur van een bot
B
Een ziekte van de huid
C
Een spierverrekking
D
Een breuk in een bot
Slide 28 - Quizvraag
Wat doe je bij een openbotbreuk?
Slide 29 - Open vraag
Waar plaats je het deken ter ondersteuning?
Onder het been
Naast het been
Slide 30 - Sleepvraag
Ontwrichting
Wil zeggen dat een bot verplaatst wordt uit het gewricht.
Geen sprake van een breuk, maar van een ontwrichting.
een voorbeeld van ontwrichting is een schouder uit de kom of een ontwrichting van een vinger door een bal die erop terecht komt.
Slide 31 - Tekstslide
Opdracht
Opdracht 82 Verband aanleggen
Slide 32 - Tekstslide
Lesdoelen - EHBO
Je kan verschillende EHBO handelingen zoals verstikking, wonden verbinden, brandwond, verstuiking, steken/beten, kneuzing, flauwte, reanimeren en een stabiele zijligging toepassen.