1.5 + 1.6

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Lesplan
  • Leerdoelen vorige les
  • Leerdoelen deze les
  • Basisregels
  • Regels in het dierverblijf
  • Dierentaal
  • Taal leren
  • Opdrachten maken!

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen vorige les
  • Je kunt een dier herkennen dat ongezond is
  • Je kunt de gevolgen van een te zwaar dier benoemen
  • Je kunt meerdere manieren benoemen om een dier te laten afvallen  

Slide 3 - Tekstslide

Toets komt er aan!
  • Laatste les voor de toets!
  • Hiervoor leer je:
  • Je online boek les 1 t/m 4
  • Je aantekeningen
  • Je begrippen
  • Heb je nog vragen? Moet je nog iets hanteren? Vraag het vandaag!

Slide 4 - Tekstslide

Basisregels?

Slide 5 - Woordweb

Basisregels
Niet iedereen kan met dieren
Angst, het onbekende, allergieën, leeftijd
  • Basisregels houden het veilig:
  • Benader het dier altijd rustig
  • Laat het dier eerst aan jou ruiken voordat je het aanraakt
  • Laat het dier met rust als het slaapt of eet
  • Kom niet in de slaapplek van het dier
  • Vraag eerst toestemming aan de eigenaar voor je een dier aait dat je niet kent  

Slide 6 - Tekstslide

Waar of niet waar: Je mag een dier gewoon oppakken als deze slaapt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Hoe benader je een dier?

Slide 8 - Open vraag

Regels in het dierverblijf
  • Dieren hanteren, voeren of verzorgen mag alleen met toestemming van de docent
  • Voor en nadat je bij de dieren bent geweest, was je je handen met water en zeep
  • Lange haren bind je vast en uitstekende sierraden doe je af
  • Je gaat respectvol om met de dieren; ze zijn geen speelgoed
  • Je gedraagt je altijd rustig. Rustig lopen, normaal praten
  • Je zet dieren terug in hun eigen hok, anders kunnen ze gaan vechten
  • Je gaat respectvol om met de materialen die je nodig hebt. Dat geldt ook voor het voer
  • Je sluit altijd de deuren van het dierenverblijf
  • Je ruimt na afloop altijd alle spullen op en zet ze terug op de juiste plaats
  • Je meldt eventuele bijzonderheden bij een docent.

Slide 9 - Tekstslide

Wat doe je altijd minimaal twee keer in het dierverblijf?
A
Ee n dier oppakken
B
Je handen wassen
C
Een dier water geven
D
Een stal schoonmaken

Slide 10 - Quizvraag

Dierentaal
Dieren gebruiken (meestal) geen woorden
Wel: 
  •   Geluid
  • Gebaren
  • Mimiek
  • Geuren
  • Kleuren
  • Wisselt bij elk diersoort, als je met vele wil werken moet je veel leren!
  • Dier dat solitair leeft, heeft minder ontwikkelde communicatie

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Taal leren
  • Onderzoek naar het verstaan van mensen
Papegaaien kunnen woorden leren, maar begrijpen niet meer dan een kind van 5
  • Dieren kunnen ons niet letterlijk verstaan
  • Wij stralen verschillende dingen uit, als:
  • Energie
  • Spierspanning
  • Hartslag
  • Ademhaling
  • Vooral paarden zijn gevoelig  

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Noem een voorbeeld van geluid als communicatie bij een dier

Slide 15 - Open vraag

Noem een voorbeeld van gebaren als communicatie bij een dier

Slide 16 - Open vraag

Noem een voorbeeld van geur bij de communicatie van dieren

Slide 17 - Open vraag

Begrippen
  • Mimieken
  • Solitair
  • Communicatie 

Slide 18 - Tekstslide

Opdrachten!
  • Zorg dat alle regels opgeschreven zijn (basis & dierverblijf)

  •  Je begrippen

  • Opdrachten van les 4
Klaar? Laat het zien!

Slide 19 - Tekstslide