Stam op -d en -t

   Regelmatige werkwoorden 
op -d of -t
Deutsch
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

   Regelmatige werkwoorden 
op -d of -t
Deutsch

Slide 1 - Tekstslide

Lernziel
Je kunt de werkwoorden met een
stam op een -d of -t vervoegen.

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wat gebeurt er als de stam van een werkwoord eindigt op een
-t of een -d?

Slide 4 - Open vraag

Hoe ver ben ik?
A
Ik snap alles.
B
Ik snap het een beetje.
C
Ik snap het niet.

Slide 5 - Quizvraag

Aufgaben!
Maak op de volgende dia's de 
opgaven.

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de stam van het werkwoord?
kaufen

Slide 7 - Open vraag

Wat is de stam van het werkwoord?
finden

Slide 8 - Open vraag

Wat is de stam van het werkwoord?
heiraten

Slide 9 - Open vraag

Wat is de juiste vorm?
Ich [arbeiten] in einem Supermarkt.
A
arbeite
B
arbeitee
C
arbeitest
D
arbeit

Slide 10 - Quizvraag

Seit wann ... du?
A
reitet
B
reitest

Slide 11 - Quizvraag

Ihr ... aber viel!
A
chattest
B
chattet

Slide 12 - Quizvraag

Warum ... er nicht?
A
antwortet
B
antwortest

Slide 13 - Quizvraag

Tim und Laura ... nicht mehr mit mir.
A
reden
B
redet

Slide 14 - Quizvraag

Hoe ver ben ik?
A
Ik snap alles.
B
Ik snap het een beetje.
C
Ik snap het niet.

Slide 15 - Quizvraag