clase 24 - 3V - lunes 31 de marzo 2025

Clase 24 - V3 - lunes 31 de marzo 2025
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Clase 24 - V3 - lunes 31 de marzo 2025

Slide 1 - Tekstslide

¿Qué hacemos hoy? (Wat doen we vandaag?)

  • We kijken ons huiswerk na (15m)
  • Schrijfopdracht 17 over je eigen dagroutine (20m)
  • Korte break (5m)
  • Uitleg bron J (trappen van vergelijking) + oefeningen (30m)
  • Huiswerk (5m)

Slide 2 - Tekstslide

Bron C - TB blz. 49
Isabel is een meisje van de Canarische Eilanden, die op uitwisseling is in Nederland. Ze schrijft over haar ervaringen aan haar vriendin die 'thuis' is gebleven.

Slide 3 - Tekstslide

Respuestas 9a
1. Isabel in Nederland: een ander dagelijks leven
2. Van de Canarische eilanden
3. Ze heeft een uitwisseling met een school in Utrecht
4. Bij Eline
5. Aan haar beste vriendin op Gran Canaria

Slide 4 - Tekstslide

Respuestas 9b

Slide 5 - Tekstslide

9c

Slide 6 - Tekstslide

Wederkerende werkwoorden
Schrijf mee!
llamarse
heten

Slide 7 - Tekstslide

Nog meer voorbeelden
levantarse
opstaan
despertarse        e --> ie
wakker worden
acostarse             o --> ue
naar bed gaan
llamarse
heten
presentarse
zich presenteren
irse
weggaan
vestirse                 e --> i
zich aankleden

Slide 8 - Tekstslide

Ejercicio 17 - WB blz. 64 =HW
Hoe ziet jouw dag(indeling) eruit?


ducharse
comer en el colegio
ir al colegio
hacer los deberes
vestirse
(e --> i)
cenar
volver a casa (o --> ue)
acostarse
(o --> ue)
levantarse
desayunar
timer
20:00

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Bron J - TB blz. 53

Slide 11 - Tekstslide

Hoe was het ook alweer?
  • Bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans komen áchter het zelfstandig naamwoord

Slide 12 - Tekstslide

Hoe was het ook alweer?
  • Bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans komen áchter het zelfstandig naamwoord

Slide 13 - Tekstslide

Bron J - TB blz. 53

Slide 14 - Tekstslide

Bron J - TB blz. 53

Slide 15 - Tekstslide

Meer of minder dan, evenveel als...
más           + bijv. nmw.     + que           --> bijvoeglijke naamwoorden
menos      + bijv. nmw.    + que
tan              + bijv. nmw.    + como
Holanda es más pequeña que España: Nederland is kleiner dan Spanje. (‘meer klein’)
Mi casa es menos moderna que la tuya: Mijn huis is minder modern dan dat van jou.
Maria no es tan alta como su hermana: Maria is niet even lang als haar zus.


Slide 16 - Tekstslide

Trappen van vergelijking

Slide 17 - Tekstslide

Wat betekenen deze zinnen?
1. Mi hermano vive más lejos ) que yo.
2. Mi jefe (=baas) habla más lenguas (=talen) que yo. Habla inglés, francés y un poco de español.
3. El Euromast es  menos alto que la torre Eiffel.

Slide 18 - Tekstslide

Voorbeelden
más
más
menos
tan
como
que
que

Slide 19 - Tekstslide

Vergelijken
  1. Lucas es ... joven (jonger) ... Carlos
  2. Valentina trabaja ... horas ... Carlos
  3. Carlos gana (verdient) ... dinero ... Valentina

Slide 20 - Tekstslide

Vergelijken
  1. Lucas es más joven (jonger) que Carlos
  2. Valentina trabaja menos horas que Carlos
  3. Carlos gana (verdient) más dinero que Valentina

Slide 21 - Tekstslide

Ejercicios 27a/b/c
  • Bij 27a onderstreep je de vergelijking
  • Bij 27b vertaal je de in 27a onderstreepte vergelijking
  • Bij 27c maak je juiste Spaanse zinnen + je maakt de Nederlandse vertaling bij deze zinnen 
timer
15:00
Gebruik bron J - TB blz. 53 + de woordenlijst bij deze opdracht

Slide 22 - Tekstslide

Respuestas 27a/27b
1. más joven que
jonger dan
2. menos estrictos que
minder streng dan
3. tan pesado como
even vervelend als
4. menos caro que
minder duur dan
5. mejor que
beter dan 

Slide 23 - Tekstslide

Respuestas 27c
1. Mi hermana es tan caótica como yo.
2. Mis padres son más estrictos que los padres de José. 
3. Fernando es menos amable que Isabel.
4. Juan es más alto que Fátima.
5. (Yo) soy tan inteligente como mi amigo. 

Slide 24 - Tekstslide

Los deberes
  • Oefen de werkwoorden (wederkerend + 'gewoon') via de Blooket
  • L: bron J (TB blz. 53) --> De trappen van vergelijking
  • Afmaken: ej. 27a-27b-27c (WB blz. 72/73)

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide