week 13 - zelfstandig

Buenos días
Tijdens deze les gaan jullie
zelfstandig aan de slag.
Lees goed wat je moet doen.

Periódo 3
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Buenos días
Tijdens deze les gaan jullie
zelfstandig aan de slag.
Lees goed wat je moet doen.

Periódo 3

Slide 1 - Tekstslide

Pretérito perfecto
Vul in de volgende dia's de juiste vorm van de pretérito perfecto in

Slide 2 - Tekstslide

Hoy yo __________(trabajar) mucho.

Slide 3 - Open vraag

¿Tú ___________(decir) la verdad?

Slide 4 - Open vraag

El profesor ____________ (escribir) la explicación en la pizarra.

Slide 5 - Open vraag

¿Dónde ___________ (poner) vosotros los libros?

Slide 6 - Open vraag

Nosotros siempre __________(vivir) en Alicante.

Slide 7 - Open vraag

José y Javi ___________ (romper) las ventanas con el fútbol.

Slide 8 - Open vraag

Esta semana Ana ___________(levantarse) temprano.

Slide 9 - Open vraag

Yo nunca __________ (comer) paella.

Slide 10 - Open vraag

Rutina diaria
Vertel wat Paco vandaag gedaan heeft.
Gebruik hiervoor de pretérito perfecto.

Slide 11 - Tekstslide


Slide 12 - Open vraag


Slide 13 - Open vraag


Slide 14 - Open vraag


Slide 15 - Open vraag


Slide 16 - Open vraag


Slide 17 - Open vraag


Slide 18 - Open vraag

Tiempo libre


Schrijf de activiteiten VOLUIT op in het Spaans. Je hoeft ze niet te vervoegen.

Slide 19 - Tekstslide


Slide 20 - Open vraag


Slide 21 - Open vraag


Slide 22 - Open vraag


Slide 23 - Open vraag


Slide 24 - Open vraag


Slide 25 - Open vraag

Bezittelijke voornaamwoorden (met klemtoon)

Maak de opdrachten op de volgende pagina's.

Slide 26 - Tekstslide

Los estuches ______________ (vosotros).
A
vuestros
B
suyas
C
nuestros
D
vuestras

Slide 27 - Quizvraag

Esos cuadernos son _________(ella), los ________(tú) en mi escritorio.
A
suya, tuyo
B
suyos, tuyos
C
tuya, suya
D
mío, tuyos

Slide 28 - Quizvraag

Mi salón es pequeño y el ______ (ellas) también.
A
suyas
B
nuestras
C
suyo
D
vuestro

Slide 29 - Quizvraag

¿Esta mochila es _________(vosotros)?

Slide 30 - Open vraag

Un amigo _____ (yo) ha celebrado una fiesta.

Slide 31 - Open vraag

Zoek de fout en verbeter de zin:
¿Estos bolígrafos son vuestras?

Slide 32 - Open vraag

Ga nu EERST aan de slag met het werkblad.
Klaar?
Dan kan je verder met de huiswerk- opdrachten of verbuga.
ZIE VOLGENDE DIA. 

Slide 33 - Tekstslide

Oefenen met werkwoorden
https://www.verbuga.eu/Esmi/
kies: 
  • bailar
  • comer
  • estudiar
  • escribir
  • hacer
  • leer
  • morir
  • poner
  • romper
  • vivir
  • volver

kies: 
pretérito
perfecto

Slide 34 - Tekstslide