7.1 De mens en het milieu

Thema 7 Duurzaam leven
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 7 Duurzaam leven

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even herhalen voor aankomend SE
Wat vragen over Thema 6 Ecologie

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voedselaanbod en soortgenoten. Zijn deze factoren abiotisch of biotisch?
A
Beide abiotisch
B
Beide biotisch
C
Voedselaanbod abiotisch, soortgenoten biotisch
D
Voedselaanbod biotisch, soortgenoten abiotisch.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Consument
Producent
Reducent

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is van invloed op een populatiegrootte?
A
hoeveelheid voedsel
B
natuurlijke vijanden
C
ziekte verwekkers
D
A, B en C

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Snavels bij vogels

Deze vogel heeft een snavel om een grotere prooi te vangen.

Deze vogel kan met zijn snavel goed zaadjes open maken
d

Deze vogel zeeft het water op zoek naar kleine diertjes en plantjes.

Met deze snavel kan de vogel insecten uit boomschors halen.
Deze vogel kan bodemdiertjes uit de grond pikken 

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zoolganger 
Hoefganger 
Teenganger 

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke poot kan van een loopvogel zijn?
A
Poot 1
B
Poot 2
C
Poot 3
D
Poot 4

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vochtige omgeving
Droge omgeving

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom moet een vleesetende plant kleine insecten vangen?
A
Is een plant zonder fotosynthese
B
is een plant die niet aan verbranding doet
C
komt voor op plekken met weinig mineralen/voedingstoffen in de grond.
D
Is een plant die extra koolstofdioxide nodig heeft

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

7.1 De mens en het milieu
Leerdoelen
1. Je kunt 6 manieren noemen waarop de mens afhankelijk is van het milieu

2. Je kunt de belangrijkste milieuproblemen, de oorzaken daarvan en mogelijke tegenmaatregelen noemen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mens & milieu

Mensen zijn afhankelijk van hun milieu, maar hebben ook ivloed op hun milieu.
milieu = leefomgeving

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wist je dat...
Ongeveer 70% van de zuurstof die wij inademen afkomstig is uit de oceanen?

Die zuurstof wordt geproduceerd door microscopisch kleine plantjes in zee, genaamd algen. Zonder gezonde oceanen hebben wij letterlijk geen lucht meer om te ademen!

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De mens is op 6 manieren afhankelijk van het milieu
energie
voedsel                               water
zuurstof                                  recreatie         
grondstoffen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wist je dat...
Dat bijen verantwoordelijk zijn voor één op de drie happen die je eet?

Bijna 75% van onze voedselgewassen, zoals appels, aardbeien en chocolade, is afhankelijk van bestuiving door insecten zoals bijen. Zonder deze kleine insecten zouden jouw favoriete snacks en maaltijden zomaar uit de supermarkt verdwijnen! 

Maar helaas gaat het wereldwijd slecht met bijen: ze sterven massaal door bestrijdingsmiddelen, ziekten en het verdwijnen van bloemen en leefgebieden.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Invloeden op het milieu
Mensen hebben invloed op het milieu:

1. Vervuiling
2. Uitputting
3. Aantasting

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik milieu
  • Vervuiling: giffen, uitlaatgassen, afvalstoffen
  • Uitputting: grondstoffen, voedingsstoffen, energiebronnen
  • Aantasting: door vervuiling en uitputting

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wist je dat...


"Ieder jaar belandt meer dan 8 miljoen ton plastic afval in de oceanen – dat is alsof er elk uur een volle vrachtwagen plastic in zee wordt gedumpt!"
Al dat plastic beschadigt het zeeleven en komt via vissen ook weer op ons eigen bord terecht.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vervuiling van de aarde
Luchtvervuiling, watervervuiling en bodemvervuiling zijn vormen van vervuiling van de aarde.

Slide 19 - Tekstslide

Beschrijf de verschillende vormen van vervuiling van de aarde.
Uitputting
Mensen onttrekken stoffen uit het milieu.
  • Fossiele brandstoffen (olie, gas)
  • Grondstoffen (metalen)
  • Bodem (voedingsstoffen)

Er ontstaat uitputting als er teveel wordt weggehaald. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wist je dat...
"Elke minuut verdwijnt er wereldwijd een bos ter grootte van 30 voetbalvelden!"
Door ontbossing voor landbouw, industrie en veeteelt verliezen we elke minuut kostbare bossen, waardoor dieren hun leefgebied kwijtraken en de biodiversiteit dramatisch afneemt.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontbossing
Gebeurt vaak voor de landbouw.
Hele ecosystemen verdwijnen.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Milieuproblemen 
Aantasting

 Vervuiling               +               uitputting                   =                                                                                                  aantasting
Door acties van de mens verdwijnen natuurlijke ecosystemen
Dit wordt aantasting genoemd.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken milieuproblemen
Overbevolking
- meer voedsel nodig
- meer grond voor landbouw. 
- meer huizen, wegen en industrie. 

Hierdoor natuurlijke ecosystemen worden aangetast.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wist je dat?
"Elke dag komen er wereldwijd ongeveer 220.000 mensen bij—dat is een stad groter dan Groningen, élke dag opnieuw!"

Door deze enorme bevolkingsgroei neemt de druk op onze planeet razendsnel toe. Meer mensen betekent meer voedsel, meer afval en meer gebruik van energie en grondstoffen. Dit versnelt milieuproblemen zoals vervuiling, klimaatverandering en uitputting van natuurlijke hulpbronnen.








Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klimaatverandering door versterkt broeikaseffect

Veel CO2 uit aardolie in het milieu (de lucht) gebracht. Warmte blijft daardoor hangen in de atmosfeer.

  • Extreme weersomstandigheden nemen toe: hittegolven, stormen en droogte.

  • De zeespiegel stijgt, laaggelegen gebieden overstromen. Sommige gebieden zullen op termijn verdwijnen.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afname Biodiversiteit
De variatie aan planten- en diersoorten wordt biodiversiteit genoemd. 

Toename van de wereldbevolking + mens tast ecosystemen aan
--> Steeds minder natuur en wordt aangetast
--> biodiversiteit neemt af
--> verschillende planten- en diersoorten uitgestorven of worden met uitsterven bedreigd. 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vervuiling =
A
Grondstoffen uit het milieu halen
B
Grondstoffen aan het milieu toevoegen
C
Afvalstoffen uit het milieu halen
D
Afvalstoffen aan het milieu toevoegen

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is biodiversiteit?
A
Het aantal dieren van een soort op aarde
B
Het aantal soorten organismen op aarde
C
Het aantal soorten planten in een gebied
D
Het aantal soorten

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Filmpje
Bekijk het filmpje over klimaatverandering.
En beantwoord daarna de vragen.

Gebruik oortjes

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke redenen worden er in het filmpje over klimaatverandering

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Klimaatverandering is merkbaar aan..
A
Extreme weersomstandigheden
B
Stijging van de zeespiegel
C
Stijging van temperatuur op aarde
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van deze beweringen is, of zijn juist?
1. Door de stijging van de temperatuur op aarde ontstaat een klimaatverandering.
2. Door klimaatverandering smelten gletsjers.
3. Door klimaatverandering worden woestijnen groter.

A
Alleen de beweringen 1 en 2
B
Alleen de beweringen 1 en 3
C
Alleen de beweringen 2 en 3
D
De beweringen 1, 2 en 3

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Veel biodiversiteit
Weinig biodiversiteit

Slide 34 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Juist of onjuist?
juist
juist
onjuist
onjuist
Biodiversiteit geeft aan hoeveel verschillende soorten dieren, planten en micro-organismen in een bepaald gebied leven.
Als het aantal plantensoorten toeneemt in een stedelijke omgeving betekent dat dat de biodiversiteit ook stijgt.

Slide 35 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Thema 7, basisstof 1 maken
Alles behalve de plus-opdrachten

Weektaak
- Door met de weektaak: B1 en B2
-Check de Lesson-up genaamd 'Oefenen SE'

Klaar (mee)?
- Herhaal de stof voor het SE aan de hand van deze Quizlet: klik hier


Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies