Je weet het nieuwe begin dat God heeft gemaakt voor de mensen na de zondeval.
Je kunt uitleggen wat vertrouwen te maken heeft met geloof.
Je kan het begrip 'verbond' uitleggen.
Je weet welke tekenen bij de verschillende verbonden horen.
Je kent de verschillen tussen het natuur- en het genadeverbond.
Je kunt uitleggen hoe jij te maken hebt met het verbond.
Je kunt voorbeelden noemen van geloof en ongeloof.
Je kunt jouw visie op doop en verbond beargumenteren.