Oefenen met soorten vragen examen (inleiding + categorie1 gesloten-meerkeuze)

Leesvaardigheid Frans
Soorten vragen/ teksten
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Leesvaardigheid Frans
Soorten vragen/ teksten

Slide 1 - Tekstslide

Een blik op de (nabije) toekomst
Wat kan je van het examen Frans verwachten?

Slide 2 - Tekstslide

Hoeveel tijd krijg je voor het eindexamen Frans?
timer
0:20

Slide 3 - Open vraag

Examenzittingen

Dinsdag 13 mei 2025 13:30 - 16:00 1e tijdvak


Dinsdag 17 juni 2025 13:30 - 16:00 2e tijdvak

Slide 4 - Tekstslide

Hoeveel teksten en vragen bevat
het eindexamen Frans meestal?
timer
0:10
A
10 teksten, 30 vragen
B
10 teksten, 45 vragen
C
14 teksten, 30 vragen
D
14 teksten, 45 vragen

Slide 5 - Quizvraag

CSE eindexamen Frans
Het centraal schriftelijk examen (CSE) is een leesvaardigheidstoets van 12 à 15 teksten met in totaal 40 tot 45 vragen. Het examen duurt 2,5 uur. Het merendeel van de vragen zijn meerkeuzevragen. Daarnaast zijn er enkele open vragen.

Het cijfer op dit centrale examen bepaalt voor 50% het eindcijfer voor het vak Frans.

Het centraal schriftelijk examen wordt gemaakt door Cito, vandaar dat het ook vaak het Cito-examen genoemd wordt.

Slide 6 - Tekstslide

Hoeveel tijd heb je dan ongeveer
voor één tekst?
timer
0:20

Slide 7 - Open vraag

Leesvaardigheid tips & tricks
Wat wil het CITO?
  • Grote lijn van het verhaal kunnen volgen
  • Signaalwoorden herkennen en analyseren
  • Mening van "experts" begrijpen
  • Voorbeelden herkennen
  • Foute antwoorden herkennen

Als dit allemaal redelijk lukt: 5,5 à 6 

Slide 8 - Tekstslide

Leesvaardigheid tips & tricks
Hoger cijfer dan een 6: 
wordt bepaald door vocabulairekennis en analytisch denken 

(Denk hierbij aan:
het herkennen van foute antwoorden, het herkennen van de verschillende soorten vragen/ type tekst, het (her)kennen van de signaalwoorden )

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Soorten vragen / type tekst

Slide 11 - Tekstslide

Welke soorten vragen ken je qua leesvaardigheid?

Slide 12 - Open vraag

Door het vragenbos de bomen blijven zien
Alle soorten vragen kunnen worden ondergebracht in één van volgende categorieën:
1. Gesloten vragen
2. Voorgestructureerde vragen
3. Citeervragen
4. Open vragen 

Slide 13 - Tekstslide

1. Gesloten vragen

Slide 14 - Tekstslide

1.1. Meerkeuzevragen
Ongeveer 2/3 van de examenvragen is meerkeuzevragen. Deze pak je als volgt aan:
1. Lees de meerkeuzevraag (alleen de vraag, nog NIET de antwoorden).
2. Bepaal in welk tekstgedeelte je het antwoord op de vraag moet zoeken en lees dit stukje nauwkeurig door. Zoek daar de aanwijzingen die belangrijk zijn voor het beantwoorden van de vraag. Onderstreep die aanwijzingen in de tekst. Zoek ook naar SYNONIEMEN.
3. Probeer in gedachten zelf een antwoord op de vraag te formuleren.
4. Lees nu de antwoordopties nauwkeurig door en zorg dat je ze begrijpt (DUS NIET IEDER WOORD OPZOEKEN). Vergelijk ze met je zelf bedachte antwoord en kies de antwoordoptie die hier het meest op lijkt.
5. Als je niet direct het juiste antwoord op de vraag kunt vinden tussen de gegeven mogelijkheden, pas dan de eliminatiemethode toe >>> onjuiste antwoorden wegstrepen.

Slide 15 - Tekstslide

Oefenen met meerkeuze
- Dans les coulisses du Festival de Cannes (2016, II): vraag 15 + 21 + 22
- L'Atelier du Griffon (2017, I): vraag 19 + 20
- Le spectacle historique a tout bon (2019, I): 40 + 41 + 43
- Après le bac le bal (2016, II): vraag 36 + 37 + 38

Slide 16 - Tekstslide

1.2. Meerkeuzinvulvragen (gatentekst)
Dit is een vraag waarbij uit de tekst een woord, woordgroep of zin is weggelaten. Je kunt kiezen uit een beperkt aantal antwoorden, waarvan er één het juiste antwoord is.

1. Lees de zin (of zinnen) voor en na de open plek gedetailleerd.
2. Bekijk de antwoordmogelijkheden en probeer de betekenis van onbekende woorden te raden. Lukt dat niet, zoek ze dan op in het woordenboek.
3. Vul de antwoordmogelijkheden één voor één in en kijk of je een goed lopende en inhoudelijk kloppende zin krijgt. Als je een signaalwoord moet invullen, let dan ook op het verband tussen de zinnen voor en na de open plek.

Slide 17 - Tekstslide

Op zoek naar verbanden? Tips...
- Staat de open plek aan het einde van de alinea? Dan zou een signaalwoord dat een opsommend verband aangeeft niet logisch zijn. Een signaalwoord dat een concluderend verband aangeeft (bref, pour conclure, donc) zou in dit geval logischer zijn.
- Staat de open plek na een zin waarin een bewering wordt gedaan? Dan zou het kunnen dat deze bewering door middel van een voorbeeld geïllustreerd wordt (par exemple, ainsi, comme) of dat er een uitleg wordt gegeven voor deze bewering (car, parce que, c'est pourquoi)

Slide 18 - Tekstslide

Oefenen met meerkeuze-invulvragen (gatentekst)
- Dans les coulisses du Festival de Cannes (2016, II): vraag 17 + 18 + 20
- L'Atelier du Griffon (2017, I): vraag 18
- Le spectacle historique a tout bon (2019, I): vraag 42
- Do you speak touriste? (2016, I): vraag 41 + 43


Slide 19 - Tekstslide