In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Onderdelen in deze les
Taal les 1
Benodigdheden: Laptop TBI schrift
Slide 1 - Tekstslide
Vandaag
1. Videofragment
2. Wat betekent respect voor jou?
3. Reactiespel spelen
4. Taalgebruik 5. Rollenspel
Slide 2 - Tekstslide
Doelen
1. Kennis maken met het onderwerp en het belang van respect in communicatie en gedrag.
2. Je begrijpt wat respect is en waarom het belangrijk is.
3. Je leert het belang van actief luisteren en op een respectvolle manier reageren.
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Video
Hoe pas jij respect toe in je eigen leven?
Slide 5 - Open vraag
Wat betekent respect voor jou?
Slide 6 - Woordweb
Definitie respect
het respect zelfst.naamw. Uitspraak: [ rɛˈspɛkt ] Afbreekpatroon: res·pect gevoel of uiting waarmee je laat merken dat je iemand aanvaardt als een waardig en waardevol mens Voorbeelden: 'je rustig gedragen op het kerkhof uit respect voor de overledenen'
Slide 7 - Tekstslide
Het reactiespel
Iedereen krijgt 1 kaartje.
Bovenaan staat in het klein wat je klasgenoot voor jou zegt of uitvoert.
In het groot staat wat jij gaat zeggenof uitvoeren.
Slide 8 - Tekstslide
Wat heeft het reactiespel met respect te maken?
Slide 9 - Open vraag
Respectvol taalgebruik
Betekenis van respectvol taalgebruik:
Respect uit zich niet alleen in je houding, maar ook in de manier waarop je met woorden omgaat.
Taalgebruik kan laten zien of je iemand respecteert of niet.
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Video
Respectvol taalgebruik
Je spreekt en luistert met zorg en aandacht naar anderen, zonder hen te kwetsen.
"Ik vind het fijn om naar je te luisteren." "Kunnen we hierover praten? Ik wil je mening horen."
Slide 12 - Tekstslide
Respectloos taalgebruik
Wanneer je iemand beledigt, uitlacht of de ander negeert.
Gaat vaak gepaard met scheldwoorden...
"Jij hebt echt geen idee waar je het over hebt." "Waarom zou ik in hemelsnaam naar jou luisteren?"
Slide 13 - Tekstslide
Zinnen aanpassen
Pas onderstaande zinnen eens aan zodat ze respectvoller zijn.
1. "Jij hebt het weer verpest." 2. "Waarom moet jij altijd zo zeuren?"
3. "Dat slaat nergens op."
4. "Kan jij überhaupt wel iets goed doen?"
Slide 14 - Tekstslide
Voorbeeld van een aanpassing
"Jij hebt het weer verpest." → "Kun je me uitleggen waarom dit misging? Misschien kunnen we samen een oplossing vinden."
"Waarom moet jij altijd zo zeuren?" → "Kun je me helpen begrijpen waarom dit zo belangrijk voor je is?"