De specht is de timmerman van het bos
De mensen horen hem kloppen en timmeren, daarom noemen ze hem de timmerman van het bos. Om te timmeren gebruikt hij zijn bek. Zijn bek is ijzersterk, lang en recht. Met dit instrument timmert, hakt, beitelt en peutert hij. Ook heeft hij een krachtige kop. Zijn héls is sterk en gespierd en zijn schedelbeenderen zijn bijzonder sterk. De staalsterke spieren dienen als schokbrekers. Hij timmert om aan voedsel te geraken. ’s Morgens vroeg vliegt hij uit op ‘boomonderzoek’. Hij beklopt de bomen om te weten of er insecten onder de schors zitten. Door met zijn bek te timmeren drijft hij ze naar buiten. Met zijn lange tong die bliksemsnel werkt tast hij naar insecten. Door zijn lange roltong voorzien van kleverig speeksel en weerhaakjes zitten de insecten vastgelijmd en vastgepriemd en kunnen deze onmogelijk ontsnappen. Hij timmert ook om zijn nest uit te beitelen. Zijn nest wordt getimmerd in een zieke boomstam, waarin hij een holte uitbeitelt.