30 vragen

30 vragen A1
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

30 vragen A1

Slide 1 - Tekstslide

Met wie woon jij in Nederland?
A
Ik woon in Roermond
B
Ik kom uit Polen, Portugal, Balochistan....
C
Ik woon samen met mijn familie
D
Ik woon bij mijn buren

Slide 2 - Quizvraag

Hoe gaat het met jou?
A
Het gaat niet zo goed
B
Het niet gaat goed
C
Dank je wel
D
Het gaat goed

Slide 3 - Quizvraag

Hoe ga jij naar school?
A
Ik ga graag naar school
B
Ik ga met de bus naar school
C
Ik kom met het vliegtuig
D
De school is in Roermond

Slide 4 - Quizvraag

Hoe laat ga jij 's avonds naar bed?
A
Ik ga om 11 uur in bad
B
Ik ga om 3 uur 's middags naar bed
C
Ik sta op om half zeven
D
Ik ga om 10 uur naar bed

Slide 5 - Quizvraag

Hoe veel broers en zussen heb jij?
A
Ik heb twee broers en drie zussen
B
Mijn broer en zus zijn op school
C
Ik heb een broer en een zus
D
Ik heb een grote familie

Slide 6 - Quizvraag

Wat doe jij 's avonds?
A
Ik eet, ik lees een boek en ik sta op om 7 uur
B
Ik kijk tv, ik poets mijn boek en ik eet soep
C
Ik poets mijn tanden en ik ga naar school
D
Ik eet, ik leer Nederlands en ik ga naar bed Ik eet, ik kijk tv , ik leer Nederlands en ik ga naar bed

Slide 7 - Quizvraag

In welk land ben jij geboren?
A
Ik geboren in Oekraïne, Nederland, Afghanistan...
B
Ik ben geboren in Oekraïne, Nederland, Afghanistan...
C
Ik ben geboren in 2009
D
Ik zijn geboren in Oekraïne, Nederland, Afghanistan...

Slide 8 - Quizvraag

Wat doe jij graag samen met jouw familie?
A
Wij gaan op zaterdag naar de stad
B
Wij eten en praten samen
C
Wij leren Nederlands en lopen naar school
D
Wij hebben geen huisdier

Slide 9 - Quizvraag

Wat heb jij gisteren gegeten?
A
Ik eet morgen kip met rijst
B
Ik eet thee of water
C
Ik heb tandpasta gegeten
D
Ik heb gisteren aardappelen gegeten

Slide 10 - Quizvraag

Wat kook jij graag?
A
Ik kook niet, mijn moeder kookt
B
Ik kook mijn hond
C
Ik eet graag yoghurt
D
Ik kook een ei

Slide 11 - Quizvraag

Welke dag is het ?
A
Het is vandaag vridag
B
Het is vandaag vrijdaag
C
Het is vaandag vrijdag
D
Het is vandaag vrijdag

Slide 12 - Quizvraag

Hoe laat sta jij op?
A
Ik sta op mijn bed
B
Ik slaap om 6 uur
C
Ik sta op om 7 uur
D
Ik sta op en ik trek mijn kleren aan

Slide 13 - Quizvraag

Waar ga jij morgen naartoe?
A
Ik ga morgen met mijn kat naar de winkel
B
Ik ga morgen met de fiets naar school
C
Ik ga morgen eten in de schuur
D
Ik ga morgen met mijn tante naar de zolder

Slide 14 - Quizvraag

Welke dieren vind jij leuk?
A
Ik vind honden lekker want zij spelen graag
B
Ik vind katten leuk want zij zijn klein en mooi
C
Ik vind honden niet leuk want zij bijten
D
Ik vind katten leuk want zij zijn groot en aardig

Slide 15 - Quizvraag

Wat doe jij op een feestdag?
A
Ik doe niks, ik slaap
B
Ik trek mooie kleren aan
C
Ik maak het huis schoon
D
Ik poets de keuken

Slide 16 - Quizvraag

Wat is in de keuken?

Slide 17 - Woordweb

Wat is in de woonkamer?

Slide 18 - Woordweb

Met wie woon jij in Nederland?
Ik.....

Slide 19 - Open vraag

Hoe ga jij naar school?
Ik........

Slide 20 - Open vraag

Hoe laat ga jij 's avonds naar bed?
Ik.....

Slide 21 - Open vraag

Hoe laat sta jij 's ochtends op en wat doe jij dan?

Slide 22 - Open vraag

Hoe veel broers en zussen heb jij?

Slide 23 - Open vraag

Wat doe jij 's avonds?
Ik......

Slide 24 - Open vraag

Wat doe jij graag met jouw familie?
Wij.....

Slide 25 - Open vraag

Welke groente vind jij lekker?

Slide 26 - Open vraag

Welke kleren draag jij nu?

Slide 27 - Open vraag

Hoeveel broers en zussen heb jij?
Ik....

Slide 28 - Open vraag

Wat kook jij graag?

Slide 29 - Open vraag

Welk dier vind jij leuk?
Waarom?

Slide 30 - Open vraag

Hoe laat is het nu?

Slide 31 - Open vraag