5.3 CD Exponentiële vergelijkingen

5.3 C Exponentiële vergelijkingen oplossen


Basisniveau en na herleiden
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
wiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

5.3 C Exponentiële vergelijkingen oplossen


Basisniveau en na herleiden

Slide 1 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
5​2x+1​​=125
5 is het grondtal

2x-1 is de exponent (van de macht)

Slide 2 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
- Eerst beide kanten van het gelijkteken als een macht met hetzelfde grondtal schrijven (125 als een macht van 5 schrijven)
5​2x+1​​=125
5​2x+1​​=5​3​​

Slide 3 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
- Eerst beide kanten van het gelijkteken als een macht met hetzelfde grondtal schrijven (125 als een macht van 5 schrijven)



Dan geldt de rekenregel: 
5​2x+1​​=125
5​2x+1​​=5​3​​
g​A​​=g​B​​→A=B

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
5​2x+1​​=125
5​2x+1​​=5​3​​

Slide 6 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
5​2x+1​​=125
5​2x+1​​=5​3​​
2x+1=3

Slide 7 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
5​2x+1​​=125
5​2x+1​​=5​3​​
2x+1=3
2x=2

Slide 8 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
5​2x+1​​=125
5​2x+1​​=5​3​​
2x+1=3
2x=2
x=1

Slide 9 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
3⋅4​x−1​​=192

Slide 10 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
3⋅4​x−1​​=192
4​x−1​​=64

Slide 11 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
3⋅4​x−1​​=192
4​x−1​​=64
4​x−1​​=4​3​​

Slide 12 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
3⋅4​x−1​​=192
4​x−1​​=64
4​x−1​​=4​3​​
x−1=3

Slide 13 - Tekstslide

Exponentiële vergelijking
3⋅4​x−1​​=192
4​x−1​​=64
4​x−1​​=4​3​​
x−1=3
x=4

Slide 14 - Tekstslide

2​x​​=​8​​1​​√​2​​​

Slide 15 - Tekstslide

2​x​​=​8​​1​​√​2​​​
2​x​​=​2​3​​​​1​​⋅2​0,5​​

Slide 16 - Tekstslide

2​x​​=​8​​1​​√​2​​​
2​x​​=​2​3​​​​1​​⋅2​0,5​​
2​x​​=2​−3​​⋅2​0,5​​

Slide 17 - Tekstslide

2​x​​=​8​​1​​√​2​​​
2​x​​=​2​3​​​​1​​⋅2​0,5​​
2​x​​=2​−3​​⋅2​0,5​​
2​x​​=2​−2,5​​

Slide 18 - Tekstslide

2​x​​=​8​​1​​√​2​​​
2​x​​=​2​3​​​​1​​⋅2​0,5​​
2​x​​=2​−3​​⋅2​0,5​​
2​x​​=2​−2,5​​
x=−2,5

Slide 19 - Tekstslide


2⋅3​2x+4​​=54

Slide 20 - Open vraag

Welk probleem heb je?
2​x​​=2​x−2​​+12

Slide 21 - Tekstslide

Hoe lossen we dit op?
2​x​​=2​x−2​​+12
2​x​​−2​x−2​​=12

Slide 22 - Tekstslide

Hoe lossen we dit op?
2​x​​=2​x−2​​+12
2​x​​−2​x−2​​=12
2​x​​−2​x​​⋅2​−2​​=12

Slide 23 - Tekstslide

Hoe lossen we dit op?
2​x​​=2​x−2​​+12
2​x​​−2​x−2​​=12
2​x​​−2​x​​⋅2​−2​​=12
2​x​​−​4​​1​​⋅2​x​​=12

Slide 24 - Tekstslide

Hoe lossen we dit op?
2​x​​=2​x−2​​+12
2​x​​−2​x−2​​=12
2​x​​−2​x​​⋅2​−2​​=12
2​x​​−​4​​1​​⋅2​x​​=12
​4​​3​​⋅2​x​​=12

Slide 25 - Tekstslide

Hoe lossen we dit op?
2​x​​=2​x−2​​+12
2​x​​−2​x−2​​=12
2​x​​−2​x​​⋅2​−2​​=12
2​x​​−​4​​1​​⋅2​x​​=12
​4​​3​​⋅2​x​​=12
2​x​​=16

Slide 26 - Tekstslide

Hoe lossen we dit op?
2​x​​=2​x−2​​+12
2​x​​−2​x−2​​=12
2​x​​−2​x​​⋅2​−2​​=12
2​x​​−​4​​1​​⋅2​x​​=12
​4​​3​​⋅2​x​​=12
2​x​​=16
x=4

Slide 27 - Tekstslide