B7 Weefselvloeistof en lymfe + B8 Bloedgroepen

Thema 3 Bloedsomloop
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2,3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Thema 3 Bloedsomloop

Slide 1 - Tekstslide

Pak je boek en je laptop

Slide 2 - Tekstslide

Vandaag
  • Herhaling
  • Basisstof 7 weefselvloeistof en lymfe
  • Basisstof 8 bloedgroepen
  • Zelf aan de slag

Slide 3 - Tekstslide


De bloeddruk wordt gemeten in een
A
Armader
B
Armslagader

Slide 4 - Quizvraag

Noem drie mogelijke oorzaken van hoge bloeddruk.

Slide 5 - Open vraag

Alchohol wordt afgebroken in
A
Bloed
B
Nieren
C
Darmen
D
Lever

Slide 6 - Quizvraag


Bij hoeveel glazen kunnen jongeren al een alcoholvergiftiging oplopen?
A
3
B
5
C
7
D
9

Slide 7 - Quizvraag

Basisstof 7 Weefselvloeistof en lymfe

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoel
  • Ik kan de kenmerken en functies van weefselvloeistof en lymfe noemen.

Slide 9 - Tekstslide

Hoe komen stoffen bij je cellen?

Bloedplasma wordt weefselvloeistof.

Opname van stoffen uit de weefselvloeistof.

Slide 10 - Tekstslide

Weefselvloeistof
  • Cellen rondom haarvaten 
nemen O2 en voedingsstoffen 
op uit weefselvloeistof.

  • C02 en afvalstoffen van cellen 
wordt afgegeven aan de 
weefselvloeistof en een deel aan 
de haarvaten.




Slide 11 - Tekstslide

Wat doen je lymfeknopen
  • Lymfevaten voeren lymfe naar de lymfeklieren / lymfeknopen.

  • Hier wordt het lymfe gecontroleerd op de aanwezigheid van ziekteverwekkers.
  • Dit wordt gedaan door de witte bloedcellen. 

Slide 12 - Tekstslide

Lymfevatenstelsel: lymfevaten en lymfeknopen
Bestaat uit:
  • Lymfevaten en lymfeknopen (lymfeklieren).
  • voert lymfe met opgeloste stoffen terug naar het bloedvatenstelsel.
  • Lymfeknopen zuiveren de lymfe van o.a. ziekteverwekkers.

Slide 13 - Tekstslide

Basisstof 8 Bloedgroepen

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoel
  • Ik kan beschrijven waarin bloedgroepen van elkaar verschillen
  • Ik kan benoemen waar men op moet letten tijdens een bloedtransfusie

Slide 15 - Tekstslide

Bloedgroep A
Bloedgroep A heeft antigen A op zijn cellen liggen

in zijn bloed zit antistof B

Slide 16 - Tekstslide

Bloedgroep B
Bloedgroep B heeft antigen B op zijn cellen liggen

in zijn bloed zit antistof A

Slide 17 - Tekstslide

Bloedgroep AB
Bloedgroep AB heeft antigen A en B op zijn cellen liggen

in zijn bloed zit geen antistoffen

Slide 18 - Tekstslide

Bloedgroep 0
Bloedgroep 0 heeft geen antigenen op zijn cellen liggen

in zijn bloed zit antistof A en B

Slide 19 - Tekstslide

Bloedgroep A
Bloedgroep B
Bloedgroep AB
Bloedgroep 0
Antigen A
Antigen B
Antigen A en B
Geen antigenen
Geen antistoffen
Antistof A
Antistof B
Antistof A en B

Slide 20 - Sleepvraag

Welke bloedgroep(en) heeft/hebben de antigenen B
A
Bloedgroep A
B
Bloedgroep B
C
Bloedgroep AB
D
Bloedgroep O

Slide 21 - Quizvraag

Welke bloedgroep(en) heeft/hebben geen antistoffen
A
Bloedgroep A
B
Bloedgroep B
C
Bloedgroep AB
D
Bloedgroep O

Slide 22 - Quizvraag

Aan welke bloedgroep kan O geven
A
A
B
B
C
AB
D
Alle bloedgroepen

Slide 23 - Quizvraag

Iemand heeft bloedgroep AB.
Deze persoon kan donor zijn voor mensen met de bloedgroepen...
A
A
B
B
C
AB
D
0

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Klontering
Als je antiB en bloed met bloedcellen met antigeen B samenvoegt gaat het klonteren.


Het effect van de klontering 
kun je gebruiken om de
bloedgroep van iemand te bepalen.




Slide 26 - Tekstslide

Klontering
A = linkerdruppel
B = rechterdruppel

Na toevoegen van anti-A of anti-B vind er wel of geen klontering plaats

Slide 27 - Tekstslide

Klontering
p

A = geklonterd
B = niet geklonterd

Geeft aan bloedgroep
A

Slide 28 - Tekstslide

Klontering
Q

A = niet geklonterd
B = geklonterd

Geeft aan bloedgroep
B

Slide 29 - Tekstslide

Klontering
R

A = geklonterd
B = geklonterd

Geeft aan bloedgroep
AB

Slide 30 - Tekstslide

Klontering
S

A = niet geklonterd
B = niet geklonterd

Geeft aan bloedgroep
O

Slide 31 - Tekstslide

Ik heb onbekend bloed en ik voeg anti-A toe. Het bloed gaat klonteren.
Welke bloedgroep is het?
A
Dat weet je niet
B
B
C
AB
D
A

Slide 32 - Quizvraag

Einde van de les
Ga werken aan 3.7 + 3.8
- Maak samenvattingen/begrippenlijst
- Maak per basisstof 2 kennis + 2 inzichtvragen
- Kijk opdrachten na

Slide 33 - Tekstslide