Gegeven is de formule a=3(n+1). Bereken a voor n=2.
1 / 26
volgende
Slide 1: Open vraag
WiskundeMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1
In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 100 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Gegeven is de formule a=3(n+1). Bereken a voor n=2.
Slide 1 - Open vraag
Uitleg
Theorie bij paragraaf 9.3
Slide 2 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
Rekenen met variabelen.
Berekening:
Herleiden:
Optelling van drie <span style="font-weight: bold"><span style="color: rgb(242, 0, 24)">gelijke</span> <span style="color: rgb(242, 0, 24)">termen</span></span>.
4+4+4=3⋅4=12
a+a+a=3⋅a=3a
Vermenigvuldiging van twee <span style="color: rgb(242, 0, 24); font-weight: bold">factoren</span>.<div><br></div>
Slide 3 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
De letter (a) wordt ook wel variabele genoemd.
6⋅a=6a
Slide 4 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
4a+2a=
Slide 5 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
4a+2a=a+a+a+a+a+a
Slide 6 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
4a+2a=a+a+a+a+a+a
4a+2a=6a
Slide 7 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
4a+2b=a+a+a+a+b+b
Slide 8 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
4a+2b=a+a+a+a+b+b
4a+2b=4a+2b
Slide 9 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
Deze opgave kun je niet korter opschrijven.
4a+2b=a+a+a+a+b+b
4a+2b=4a+2b
Slide 10 - Tekstslide
9.3 Formule vereenvoudingen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor.
4a+2b=a+a+a+a+b+b
4a+2b=4a+2b
Slide 11 - Tekstslide
Korter schrijven
h=2x+2+10x+6
Vermenigvuldigen
positief getal x positief getal = positief getal<div>positief getal x negatief getal = negatief getal</div><div>negatief getal x positief getal = negatief getal</div><div>negatief getal x negatief getal = positief getal</div>
Slide 12 - Tekstslide
Korter schrijven
h=2x+2+10x+6
Vermenigvuldigen
positief getal x positief getal = positief getal<div>positief getal x negatief getal = negatief getal</div><div>negatief getal x positief getal = negatief getal</div><div>negatief getal x negatief getal = positief getal</div>
Slide 13 - Tekstslide
Korter schrijven
h=2x+2+10x+6
h=12x+8
Vermenigvuldigen
positief getal x positief getal = positief getal<div>positief getal x negatief getal = negatief getal</div><div>negatief getal x positief getal = negatief getal</div><div>negatief getal x negatief getal = positief getal</div>
Slide 14 - Tekstslide
Schrijf de volgende formule korter.
y=12−4x−2x
Slide 15 - Open vraag
Aan de slag
Maak 9,12 t/m 23
Kijk je werk na en verbeter zo nodig!
Let op je notatie!
Heb je het af of heb je 20 minuten
gewerkt vul dan de evaluatie in!
Huiswerk voor vrijdag is 9.2 en 9.3 af!
timer
20:00
Slide 16 - Tekstslide
Afsluiting
Beantwoord de volgende drie vragen!
Slide 17 - Tekstslide
Noteer 2 dingen die je tijdens de les geleerd hebt
Slide 18 - Open vraag
Noteer 1 vraag die je nog wilt stellen.
Slide 19 - Open vraag
Uitleg van afgelopen lessen!
Slide 20 - Tekstslide
Volgorde bij berekeningen
Stappenplan
Haakjes
Machten (dus ook kwadraten en wortels)
Vermenigvuldigen en Delen (v.l.n.r)
Optellen en Aftrekken (v.l.n.r)
Help Mij Van Die Onvoldoendes Af!
Slide 21 - Tekstslide
Grafiek tekenen bij een formule
Stappenplan
Formule noteren
Tabel tekenen
Grafiek tekenen
<ol><li>Assenstelsel tekenen<br></li><li>Stapgrootte assen bepalen<br></li><li>Assen benoemen<br></li><li>Punten uit tabel in assenstelsel tekenen<br></li><li>Punten met elkaar verbinden<br></li></ol><div></div>
<ul><li>Teken een tabel met potlood en geodriehoek.</li><li>Bovenste rij tabel is de horizontale as (x-as)</li><li>Onderste rij tabel de verticale as (y-as)</li></ul>
Slide 22 - Tekstslide
Formule maken
Algemene vorm lineaire formule
Verticale as = Begingetal+/-stapgrootte x Horizontale as
Snijpunt met de verticale as (y-as).
+ stijgende lijn<div>- dalende lijn</div>
Hoeveel komt er per stap bij of af?<div>Een stap is één!</div>
Wat staat er bij de horizontale as (x-as)?
Wat staat er bij de verticale as (y-as)? Wat wil je berekenen?
Slide 23 - Tekstslide
Formule maken
Loon = 5 + 0,20 x aantal kranten
L = 5 + 0,20a
L = 0,20a + 5
0,20a + 5 = L
5 + 0,20a = L
Slide 24 - Tekstslide
van grafiek naar formule
var. y-as = begingetal + of - stijggetal x var x-as
waar de grafiek door de y-as gaat
gaat de grafiek omhoog +<div>gaat de grafiek omlaag -</div>
hoeveel neemt hij toe of af per één eenheid
Slide 25 - Tekstslide
van tabel naar formule
var onder=begingetal + of - stijggetal x var boven