Wk 9 klas Me8.du 2: opdracht Duits: het onbepaald lidwoord en het woord kein

Willkommen im Deutsch Unterricht
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Willkommen im Deutsch Unterricht

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je het gebruik van 'ein/eine' correct toepassen in eenvoudige zinnen. Aan het einde van de les kun je het woord 'kein' gebruiken om ontkenningen te formuleren.

Slide 2 - Tekstslide

Hoofdonderwerpen
                    1) Het gebruik van onbepaalde lidwoorden in het Duits
2) Het gebruik van 'kein' voor ontkenningen.

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je al over onbepaalde lidwoorden en ontkenningen in het Duits?

Slide 4 - Woordweb

Slide 5 - Video

Gebruik van 'ein' en 'eine'
'Ein' voor mannelijke woorden. 'Eine' voor vrouwelijke woorden en het woord kein. Praktijkvoorbeelden:
(M)                     (V)                       (O)                       (mv)
der Mann      die Frau          das Kind              die Menschen
ein Mann       eine Frau        ein Kind                 x   Menschen
kein Mann    keine Frau      kein Kind            keine Menschen

Slide 6 - Tekstslide

Onbepaalde lidwoorden
Wat zijn onbepaalde lidwoorden? Voorbeelden: 'ein' en 'eine'. Gebruik in zinnen:
1. Hier ist eine Lampe (v).
2. Ein Apfel (m) ist blau.
3. Ein Auto (o) hat vier Räder. 

Slide 7 - Tekstslide

Ontkenningen met 'kein'
Wat is 'kein'? Gebruik van 'kein' in zinnen. Voorbeelden van ontkenningen: 

1. Ich habe kein Buch (o)
2. Er verkauft keine Apfelsinen (mv)
3. Wir bekommen heute kein Frühstück (o)
4. Sie hat keine Tomate (v) gegessen.

Slide 8 - Tekstslide

Wat is het juiste lidwoord voor 'Mutter'?
A
kein Mutter
B
ein Mutter
C
de Mutter
D
eine Mutter

Slide 9 - Quizvraag

Wat is het onbepaalde lidwoord?
Rechnung (v)
A
ein
B
eine

Slide 10 - Quizvraag

Wat is het onbepaalde lidwoord?
Kaffee (m)
A
ein
B
eine

Slide 11 - Quizvraag

Ergänze kein/keine

das Obst: Stefan isst kein/keine Obst.
A
kein
B
keine

Slide 12 - Quizvraag

Ergänze kein/keine

die Kartoffeln: Miriam mag kein/keine Kartoffeln.
A
kein
B
keine

Slide 13 - Quizvraag

Ergänze kein/keine

die Suppe: Wir haben noch kein/keine Suppe.
A
kein
B
keine

Slide 14 - Quizvraag

kein / keine
A
geen
B
een
C
kuiten
D
klein

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide