Paragraaf 4.1: Een nieuwe kijk op de wereld (volledig)

H4. Nieuw geloof, nieuw land
Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)  
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

H4. Nieuw geloof, nieuw land
Tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)  

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

4.1 Een nieuwe kijk op de wereld
Leerdoelen:
  • Je kunt uitleggen dat mensen door de renaissance anders dachten over het leven en de wereld
  • Je kunt twee oorzaken noemen voor de ontdekkingsreizen
  • Je kunt beschrijven welke gevolgen de komst van Europeanen had voor gebieden in Azië, Afrika en Amerika

Slide 3 - Tekstslide

4.1 Een nieuwe kijk op de wereld
De Renaissance
  • Rond 1300 kregen mensen belangstelling voor: gebouwen, kunst, verhalen en wetenschap uit de Griekse en Romeinse oudheid. 
  • Er ontstond een nieuwe cultuur: Renaissance (wedergeboorte). De cultuur uit de oudheid bloeide weer op. 
 

Slide 4 - Tekstslide

De Renaissance
  • Begon in Italië. 
  • Daar was nog veel uit de Romeinse tijd, zoals het Pantheon. Deze gebouwen werden als voorbeeld gezien. 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

  • Rijke burgers begonnen anders over het leven te denken --> ze vonden het leven nu ook belangrijk , niet alleen het leven na de dood (zoals in de middeleeuwen).  
  • Mensen lieten mooie huizen bouwen en kunst maken. Ze waren trots op hun prestaties.



Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

  • Ook in de wetenschap kwam er een verandering: ze verzamelden info uit de tijd van de Grieken en Romeinen. 

Slide 10 - Tekstslide

  • Erasmus
  • Hij vertaalde opnieuw een deel van de Bijbel naar het Latijn. 
  • Hij ontdekte fouten.
  • Geleerden werden kritischer. 
  • Ze namen niet alles aan wat de kerk beweerde.
  • Je moest zelf nadenken.

Slide 11 - Tekstslide

  • Tussen 1300 en 1600 verspreidde de renaissance zich over de rest van Europa. 

  • In 1500 eindigen de middeleeuwen en begint de vroegmoderne tijd (1500-1800) 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Ontdekkingsreizen
  • Ontdekkingsreis = reis naar gebieden die Europeanen nog niet kenden.

  •  Doel: Nieuwe route over zee naar Azië vinden.

Slide 14 - Tekstslide

  • Columbus probeerde dit in 1492 maar ontdekte een nieuw continent: Amerika.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Oorzaken van ontdekkingsreizen
1) Zelf reizen om zelf producten in te kopen (peper, zout  
    etc.). Specerijen werden gebruikt als geneesmiddel en 
    voor de smaak.

2) Voor het eerst was het mogelijk grote reizen te maken (door 
     (middel van kompas en kaarten).

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Gevolgen van de ontdekkingsreizen
  • Door de komst van Europeanen, waren er grote gevolgen voor mensen in Azië, Amerika en Afrika:

1) Ze stichtten handelsposten --> met geweld dwongen ze lage 
    prijzen af.



Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide


2) Spanjaarden veroverden gebieden in Midden-en Zuid-
     Amerika (koloniën).

      Plantages (landbouwbedrijven) werden gesticht, Indianen 
      werden gedwongen hier te werken


Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

3) De Europese cultuur (taal, geloof) verspreidt zich over de 
      wereld. Sommige indianenculturen hielden op te bestaan 
      (Azteken). Spanjaarden vonden die cultuur 'heidens' (niet-
       christelijk).

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video