menselijk lichaam

Hoeveel organen heeft het menselijk lichaam?
timer
0:15
A
12
B
25
C
30
D
19
1 / 26
volgende
Slide 1: Quizvraag
TechniekBasisschoolGroep 4-8

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 1 video.

Onderdelen in deze les

Hoeveel organen heeft het menselijk lichaam?
timer
0:15
A
12
B
25
C
30
D
19

Slide 1 - Quizvraag

Hoeveel spieren heeft het menselijk lichaam?
timer
0:15
A
80
B
560
C
605
D
650

Slide 2 - Quizvraag

Waar zit het kleinste botje in het menselijk lichaam?
timer
0:15
A
Neus
B
Hand
C
Voet
D
Oor

Slide 3 - Quizvraag

Voor hoeveel procent bestaat een menselijk lichaam uit water?
timer
0:15
A
70%
B
60%
C
80%
D
90%

Slide 4 - Quizvraag


Wat onderzoekt anatomie?
timer
0:20
A
Hersenen
B
Menselijk lichaam
C
Planten
D
De ruimte

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het grootste orgaan van het menselijk lichaam?
timer
0:15
A
Hart
B
Huid
C
Maag
D
Longen

Slide 6 - Quizvraag

Uit hoeveel botten bestaat het menselijk lichaam?
timer
0:15
A
169
B
208
C
206
D
212

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de sterkste spier van het menselijk lichaam?
timer
0:15
A
de benen
B
de arm
C
de nek
D
de tong

Slide 8 - Quizvraag

De huid is NIET het grootste orgaan van het menselijk lichaam.
timer
0:15
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Zet de onderdelen van de spijsvertering in de goede volgorde.
timer
0:30
mond
slokdarm
maag
dunne darm
dikke darm
anus

Slide 10 - Sleepvraag

de spijsvertering begint bij de .....
timer
0:15
timer
0:15
timer
0:15
A
B
C
D

Slide 11 - Quizvraag

wat komt er ná de slokdarm....
timer
0:15
A
de dunne darm
B
de dikke darm
C
de mond
D
de maag

Slide 12 - Quizvraag

Wat gebeurt er in de mond
timer
0:15
A
Eten wordt vermalen + Speeksel om makkelijk te slikken.
B
Eten wordt vermalen + Zuur dat het eten verteert.
C
Het speeksel lost het eten op.
D
Door te kauwen kan je het eten makkelijk doorslikken.

Slide 13 - Quizvraag

Wat gebeurt er in de slokdarm?
timer
0:15
A
Haalt energie uit eten
B
Verplaatst het eten van de mond naar de darmen
C
Vermaalt het eten
D
Verplaatst het eten van de mond naar de maag

Slide 14 - Quizvraag

Wat gebeurt er in de maag?
timer
0:15
A
De maag neemt mineralen en zouten op
B
Het zuur in de maag, doodt de bacteriën
C
Maagspieren kneden maagsap door het eten, om het eten te verteren
D
De maag verplaatst eten naar de slokdarm

Slide 15 - Quizvraag

Wat gebeurt er in de dunne darm?
timer
0:15
A
De dunne darm neemt voedingsstoffen op, zodat je energie hebt en alles kan doen.
B
De dunne darm neemt zouten en water op
C
De dunne darm verplaatst het voedsel naar de endeldarm
D
In de dunne darm worden verteringssappen toegevoegd

Slide 16 - Quizvraag

Wat gebeurt er in de dikke darm?
timer
0:15
A
De dikke darm slaat de voedselbrij op (poep)
B
De dikke darm kneed het voedsel tot een gladde brij
C
De dikke darm neemt voedingsstoffen, zouten en water op
D
De dikke darm is het einde van het spijsverteringsstelsel

Slide 17 - Quizvraag

Wat gebeurt er in de endeldarm?
timer
0:15
A
De endeldarm neemt energie op uit de voedselbrij
B
De endeldarm haalt de laatste voedingsstoffen uit de voedselbrij
C
De endeldarm slaat de dikke overgebleven brij op (poep)
D
De endeldarm verplaatst het voedsel naar de finisdarm

Slide 18 - Quizvraag

Bonus: Hoe lang duurt het ongeveer voor eten om door het hele spijsverteringsstelsel te gaan?
timer
0:15
A
5 uur
B
10 uur
C
1 dag
D
2 dagen

Slide 19 - Quizvraag

In de afbeelding is een lengte doorsnede van een schematisch hart weergegeven. 
Sleep de onderdelen naar het hart.
timer
0:15
Rechterboezem
Rechterkamer
Linkerboezem
Linkerkamer

Slide 20 - Sleepvraag

Slide 21 - Video

Hoeveel liter bloed heeft een gemiddelde volwassene in zijn lichaam?
timer
0:15
A
2 à 4 liter
B
4 à 6 liter
C
3 à 5 liter
D
5 à 7 liter

Slide 22 - Quizvraag

Uit welke onderdelen bestaat de bloedsomloop
timer
0:15
A
Hart
B
Bloedvaten
C
Hart, bloedvaten en longen
D
Hart en bloedvaten

Slide 23 - Quizvraag

Bloed is een transport middel, wat vervoert het
timer
0:15
A
Zuurstof
B
Koolstofdioxide
C
Zuurstof en voedingsstoffen
D
Zuurstof, koolstofdioxide, afvalstoffen en voedingsstoffen

Slide 24 - Quizvraag

Haarvaten
Slagaders
Aders
Hebben een stevige wand.
Hierdoor stroomt het bloed altijd naar het hart toe.
Hierdoor stroomt het bloed altijd van het hart af.
Heeft kleppen
Heeft een wand van 1 cellaag dik en er kunnen stoffen door naar buiten en naar binnen
Hier worden afvalstoffen in het bloed opgenomen
Zuurstof afgeven aan cellen 

Slide 25 - Sleepvraag

Maak een presentatie voor je klasgenoten
of 
teken het menselijk lichaam en vertel
of 
heb je zelf een idee?

Slide 26 - Tekstslide