Oefen SE H4, 5 en 6

Oefen schoolexamen 
hoofdstuk 4: Tweede Wereldoorlog
hoofdstuk 5: Europa en de wereld 1945-1990
Hoofdstuk 6: De wereld na 1990

De vragen in dit schoolexamen komen uit oude examens
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Oefen schoolexamen 
hoofdstuk 4: Tweede Wereldoorlog
hoofdstuk 5: Europa en de wereld 1945-1990
Hoofdstuk 6: De wereld na 1990

De vragen in dit schoolexamen komen uit oude examens

Slide 1 - Tekstslide

Onderdeel 1
Tweede Wereldoorlog

tik op de bron om deze volledig in beeld te krijgen

Slide 2 - Tekstslide

De Winterhulp past bij een kenmerk van het nationaal-socialisme. Welk kenmerk wordt bedoeld?
A
aanpassingspolitiek
B
censuur
C
discriminatie
D
gelijkschakeling

Slide 3 - Quizvraag

De vrouw moest naar de gevangenis voor deze uitspraak. Tegenwoordig is dat ondenkbaar omdat de straf in strijd is met een grondrecht uit de Nederlandse grondwet. Welk grondrecht wordt bedoeld?

Slide 4 - Open vraag

Stel: je moet onderzoeken of Duitsland in 1941 een rechtsstaat of een totalitaire staat was. Je komt deze bron tegen.
=> Geef aan of Duitsland in 1941 een rechtsstaat of een totalitaire staat was. Verklaar je antwoord met behulp van de bron.

Slide 5 - Open vraag

Iemand beweert dat dit krantenbericht eigenlijk geen nieuwsbericht is, maar propaganda.
Geef één argument voor deze bewering.

Slide 6 - Open vraag

Na een oproep via Radio Oranje begon op verzoek van de geallieerde legerleiding de Spoorwegstaking van 1944. De staking was redelijk succesvol, maar de bevolking in een groot deel van Nederland heeft ook geleden onder een onbedoeld gevolg van deze staking.
 Noem eerst het doel dat de geallieerde legerleiding met de Spoorwegstaking wilde bereiken.
 Noem daarna een onbedoeld gevolg van de Spoorwegstaking voor de bevolking in een groot deel van Nederland.

Slide 7 - Open vraag

Noem de nationaliteit van de kampcommandant links én noem de nationaliteit van de vrouwen.
Duits
Amerikaans
Japans
Chinees
Nederlands
Brits

Slide 8 - Sleepvraag

Tegenwoordig vinden sommige mensen dat de vrouw een collaborateur was, anderen vinden van niet.
 Geef voor beide meningen één argument.
Doe het zo:
De vrouw was een collaborateur, omdat ... (geef een argument). De vrouw was géén collaborateur, omdat ... (geef een argument).

Slide 9 - Open vraag

Zet deze gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later.
1
1
1
1
1

Slide 10 - Sleepvraag

Iemand wil deze films in de juiste volgorde bekijken, van vroeger naar later, op basis van de gebeurtenissen waarover de films gaan.
 In welke volgorde moeten de films worden bekeken?
1
2
3
4
5
A Bridge Too Far: over de Slag om Arnhem
Battle of Britain: over de Slag om Engeland
Het Bombardement: over het bombardement op Rotterdam
The Longest Day: over de invasie in Normandië
Tora! Tora! Tora!: over de aanval op Pearl Harbor

Slide 11 - Sleepvraag

Er is discussie over de naam van twee gewelddadige conflicten in Indonesië in de periode 1947-1949. De Nederlandse regering noemde deze conflicten politionele acties. In Indonesië werden deze conflicten koloniale oorlogen genoemd.
 Noem één argument dat Indonesiërs gebruikten om deze conflicten koloniale oorlogen te noemen.

Slide 12 - Open vraag

Nederland werd naar aanleiding van de gewelddadige conflicten in Indonesië internationaal onder druk gezet om de strijd op te geven.
Naar aanleiding van welk dreigement gaf Nederland de strijd in Indonesië op?
A
De Veiligheidsraad dreigde Nederland uit de Verenigde Naties te zetten.
B
De Veiligheidsraad dreigde te stoppen met de Marshallhulp.
C
De Verenigde Staten dreigden Nederland uit de Verenigde Naties te zetten.
D
De Verenigde Staten dreigden te stoppen met de Marshallhulp.

Slide 13 - Quizvraag

2. Europa en de wereld 1945 - 1990




tik op bronnen om deze groter te zien

Slide 14 - Tekstslide

Noem één reden waardoor de oprichting van de EGKS na de Tweede Wereldoorlog oorlogen in Europa kon voorkomen.

Slide 15 - Open vraag

In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zitten landen die het vetorecht hebben.
Welke landen hebben het vetorecht?
A
alle landen van de Veiligheidsraad
B
de landen die de Verenigde Naties hebben opgericht
C
de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad
D
het grootste land van elk werelddeel

Slide 16 - Quizvraag

Over welke gebeurtenis gaat de bron?
A
over de Blokkade van Berlijn
B
over de Cubacrisis
C
over de Hongaarse Opstand
D
over de Slag om Engeland

Slide 17 - Quizvraag

Tijdens de Hongaarse Opstand raakten duizenden mensen gewond. Nederland stuurde twee militaire vliegtuigen met dozen medische hulp voor de Hongaren. De vliegtuigen mochten niet in Hongarije landen, dus vlogen ze naar Oostenrijk. Van daar uit werden de dozen door het Rode Kruis naar Hongarije gebracht.Geef in enkele zinnen een verklaring waarom de militaire vliegtuigen uit Nederland niet in Hongarije mochten landen. Gebruik daarbij de begrippen Warschaupact en NAVO in een juiste samenhang.

Slide 18 - Open vraag

Tijdens de Koude Oorlog werd in opdracht van de regering van de DDR in Berlijn een muur gebouwd. Als officiële reden werd genoemd dat de muur een bescherming bood tegen de gevaren van het kapitalistische westen. De westerse landen protesteerden wel tegen de bouw, maar ze grepen niet in om de bouw van de Muur tegen te houden.
 Geef de werkelijke reden waarom de Muur werd gebouwd.
 Geef ook een verklaring waarom de westerse landen niet ingrepen.

Slide 19 - Open vraag

In 1972 werd een wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel stond dat de leeftijd waarop je mocht stemmen, verlaagd werd van 21 naar 18 jaar.
Bij welke ontwikkeling past dit wetsvoorstel?
A
democratisering
B
globalisering
C
secularisatie
D
verzuiling

Slide 20 - Quizvraag

Sleep de juiste ontwikkeling naar de juiste foto. Er blijft 1 ontwikkeling over. 
Multiculturele samenleving
jongerenculturen
opkomst van de televisie
Tweede Feministische Golf

Slide 21 - Sleepvraag

In de tekening is een mening te herkennen over de mogelijke gevolgen van glasnost voor de Sovjet-Unie.
Welke mening wordt bedoeld?
A
dat het communisme te groot zal worden door glasnost
B
dat het communisme zal bezwijken onder glasnost
C
dat glasnost hoort bij de ideologie van het communisme
D
dat glasnost zal bezwijken onder het communisme

Slide 22 - Quizvraag

Hieronder staan vier krantenkoppen over Berlijn in de periode 1945-1990. Sleep deze in de juiste volgorde. Van vroeger naar later. 
1
2
3
4
Berlijn hoofdstad van herenigd Duitsland
Berlijn verdeeld door muur
Oost-Berlijn hoofdstad van de DDR
West-Berlijn geblokkeerd door Sovjet-Unie

Slide 23 - Sleepvraag

In het krantenartikel wordt aangegeven dat de beweging Dolle Mina meerdere eisen en wensen heeft.
 Noem nog twee andere eisen en wensen van Dolle Mina.

Slide 24 - Open vraag

3. De wereld na 1990

Slide 25 - Tekstslide

Welke uitspraak past bij de ontwikkeling die te zien is in de bron?
A
De EU-landen werken samen om terrorisme te bestrijden.
B
De NAVO gaat samenwerken met vroegere tegenstanders.
C
In Europa gaat het nationalisme weer een belangrijke rol spelen.
D
In Europa wordt het Warschaupact opgeheven.

Slide 26 - Quizvraag

Van een website over de Europese Unie:
 Deze instelling mag meebeslissen over EU-wetten en de EU-begroting.
 Deze instelling houdt toezicht op alle werkzaamheden van de Europese
Unie.
Over welke instelling gaat het?
A
over de Europese Commissie
B
over de Europese Raad van Ministers
C
over het Europees Parlement
D
over het Europese Hof van Justitie

Slide 27 - Quizvraag

In 2001 werd de euro ingevoerd.
Noem één economische reden en één politieke reden voor de invoering van de euro.

Slide 28 - Open vraag

Welk begrip wordt omschreven?

Slide 29 - Open vraag

In de prent is een mening te herkennen over de uitbreiding van de EU. Welke mening over deze ontwikkeling is te herkennen in de prent?
A
De uitbreiding is goed voor de EU, want de lidstaten laten andere landen toe die kunnen bijdragen aan de EU.
B
De uitbreiding is goed voor de EU, want er zijn veel rijke landen lid geworden.
C
De uitbreiding is niet goed voor de EU, want de lidstaten verzetten zich tegen de komst van nieuwe landen.
D
De uitbreiding is niet goed voor de EU, want er willen te veel landen lid worden van de EU.

Slide 30 - Quizvraag

In de prent is een mening te herkennen over de Baltische staten. Welke omschrijving hoort bij de bron? De Baltische staten voelen zich:
A
niet veilig, omdat de NAVO niet voldoende bescherming biedt.
B
niet veilig, omdat Rusland wordt bedreigd door de NAVO.
C
veilig, omdat de NAVO meer dan voldoende bescherming biedt.
D
veilig, omdat Rusland niet wordt bedreigd door de NAVO.

Slide 31 - Quizvraag

individualisering
pluriforme samenleving
nationale identiteit
poldermodel
verzorgingsstaat

Slide 32 - Sleepvraag