Thema 6 basisstof 5 Mens en milieu

6.5 Mens en milieu
Lesdoelen:
  • Je kunt enkele oorzaken en gevolgen van uitputting en vervuiling beschrijven.
  • Je kunt enkele oorzaken en gevolgen van klimaatverandering beschrijven.
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

6.5 Mens en milieu
Lesdoelen:
  • Je kunt enkele oorzaken en gevolgen van uitputting en vervuiling beschrijven.
  • Je kunt enkele oorzaken en gevolgen van klimaatverandering beschrijven.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat is een voorbeeld van vervuiling?
A
Mineralen in de grond
B
Steenkool in de grond
C
Metaalerts en stenen
D
Smog in de lucht

Slide 3 - Quizvraag

Waarmee kan de aarde NIET vervuild zijn?
A
Plastic
B
Olie
C
Fossiele brandstoffen
D
Stikstof

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van uitputting?
A
Fijnstof in de lucht
B
Afval in een bos
C
Olieboringen in de zee
D
Het kappen van regenwouden

Slide 5 - Quizvraag

Wat is juist?
A
Een monocultuur zorgt voor vervuiling door teveel van dezelfde soort planten op een akker
B
Een monocultuur zorgt voor uitputting door een teveel dezelfde soort planten op een akker
C
Een monocultuur zorgt voor uitputting door teveel verschillende soorten planten op een akker
D
Een monocultuur zorgt voor vervuiling door teveel verschillende soorten planten op een akker

Slide 6 - Quizvraag

Wat is GEEN oorzaak van milieuproblemen?
A
Uitputting
B
Vervuiling
C
Monoculturen
D
Zonnepanelen

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Video

Welke kleur helm droeg de mevrouw?
A
Rood
B
Wit
C
Blauw
D
Geel

Slide 9 - Quizvraag

Waar werd de duurzame elektriciteit van gemaakt?
A
Stoom
B
Waterkracht
C
Zonne-energie
D
Afval

Slide 10 - Quizvraag

In het filmpje werd duurzame elektriciteit gemaakt van afval. Door afval te verbranden werd water verwarmd, daarbij ontstaat stoom en met de druk van het stoom werd elektriciteit opgewekt.
Met welk voorwerp werd het principe mee vergeleken?
A
Spoel
B
Batterij
C
Dynamo
D
Condensator

Slide 11 - Quizvraag

Slide 12 - Video

Wat is GEEN broeikasgas?
A
Koolstofdioxide
B
Methaan
C
Lachgas
D
Zuurstof

Slide 13 - Quizvraag

Waar zorgt het broeikaseffect voor?
A
Dat er steeds meer broeikasgassen in de atmosfeer komen
B
Dat het op aarde een aangename temperatuur is en niet -30 graden Celsius
C
Dat het op aarde steeds warmer wordt
D
Dat warmte wordt weerkaatst naar de atmosfeer

Slide 14 - Quizvraag

Waar zorgt het VERSTERKTE broeikaseffect voor?
A
Veel warmte uitstraling naar de atmosfeer
B
Minder zonlicht
C
Afname van broeikasgassen
D
Het klimaat verandert

Slide 15 - Quizvraag

Het broeikaseffect

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Wat hoort NIET bij fossiele brandstoffen?
A
Opwarming van de aarde
B
Smog en zure regen
C
Biobrandstof
D
Voorraad raakt op

Slide 18 - Quizvraag

Welke van onderstaande energiebronnen is
GEEN fossiele brandstof?
A
Aardolie
B
Steenkool
C
Kernenergie
D
Aardgas

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Video

Wat hoort NIET bij kernenergie?
A
Er komt geen CO2 vrij
B
Luchtverontreiniging
C
Radioactief afval
D
Splitsen van atoomkernen

Slide 21 - Quizvraag

Fossiele brandstoffen en kernenergie
Overnemen in je schrift:

Broeikaseffect: broeikasgassen (CO2 en methaangas ) houden warmte uitstraling van de aarde tegen, anders was het -30 graden Celsius op aarde.

Versterkt broeikaseffect: steeds warmer op aarde door teveel broeikasgassen (te weinig warmte uitstraling)

Fossiele brandstof: miljoenen jaren geleden ontstaan van dode planten en dieren: aardgas, aardolie, steenkool
Nadelen: veel CO2 komt vrij (opwarming aarde), luchtverontreiniging (smog en zure regen), voorraad raakt op

Kernenergie: splitsen van atoomkernen 
Voordeel: Er komt geen CO2 vrij en geen luchtverontreiniging !
Nadelen: Radioactief afval + ongelukken kerncentrale zijn rampzalig -> Fukushima/Tsjernobyl

Uitputting: stoffen uit milieu halen (fossiele brandstoffen, grondstoffen en mineralen/monocultuur)
Vervuiling: stoffen aan milieu toevoegen (broeikasgassen, stikstof, afval)

Slide 22 - Tekstslide

Maak opdracht 1 t/m 8 (4 niet) van 6.5
Afsluiting:
1. Wat is uitputting?
2. Wat is vervuiling?
3. Waarom is het broeikaseffect goed?
4. Waardoor ontstaat het versterkte broeikaseffect?
5. Wat zijn nadelen van het gebruik van fossiele brandstoffen?
6. Wat zijn de voor- en nadelen van kernenergie?

Slide 23 - Tekstslide

6.4 Vraag 7a
Een houtwal is een aarden wal met veel verschillende soorten bes-dragende struiken en af en toe een boom (zie afbeelding 9). In een houtwal leven ook veel verschillende dieren. Vroeger dienden houtwallen als veekering, terwijl het hout werd gebruikt op de boerderij. Met de komst van prikkeldraad verdwenen de meeste houtwallen. Zijn houtwallen onderdeel van een cultuurlandschap of van de natuur?
A
Cultuurlandschap, want mensen hebben het aangelegd
B
Natuur, want er leven ook dieren
C
Beide, omdat mensen het hebben aangelegd en er leven dieren.

Slide 24 - Quizvraag

Vraag 7b. Neemt de biodiversiteit toe door de aanleg van houtwallen?
A
Nee, want het zijn vaak dezelfde struiken
B
Nee, want er zijn maar weinig dieren
C
Ja, want de planten dienen als voedsel voor veel verschillende dieren en er zijn schuilplaatsen
D
Ja en Nee; Dat verschilt per houtwal.

Slide 25 - Quizvraag

Vraag 7c. Wanneer er meer dieren dan normaal zijn, wordt wel van een plaag gesproken. In een weiland heerst een plaag van veldmuizen. Leg uit dat houtwallen ervoor kunnen zorgen dat een muizenplaag uitblijft.
A
Er is voldoende voedsel aanwezig voor de muizen in de houtwallen.
B
De houtwallen bevatten de natuurlijke vijanden van de veldmuis.
C
Door de houtwallen is er minder weiland, dus ook minder veldmuizen.

Slide 26 - Quizvraag

De oorzaak van milieuproblemen
Uitputting: stoffen uit milieu halen
- Fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas en steenkool)
- Grondstoffen (zand en metaalerts)
- Mineralen (monocultuur)

Vervuiling: stoffen aan milieu toevoegen
- Stikstof (in grondwater en lucht=smog en fijnstof)
- Giftige stoffen (in grond en water)
- Afval

Slide 27 - Tekstslide

In het nieuws

Slide 28 - Tekstslide

Lezen blz. 248 t/m 253
10 minuten STIL

Klaar met lezen?

Maak opdracht 2 t/m 12 van paragraaf 6.6.
Opdracht 1 mag je overslaan!

Slide 29 - Tekstslide