Woensdag 31 mei 2023

Grammatica
Aan het einde van de les:
  • weet je wat een voltooid deelwoord is;
  • weet je welk hulpwerkwoord je erbij gebruikt;
  • kan je het voltooid deelwoord in een zin gebruiken.
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Grammatica
Aan het einde van de les:
  • weet je wat een voltooid deelwoord is;
  • weet je welk hulpwerkwoord je erbij gebruikt;
  • kan je het voltooid deelwoord in een zin gebruiken.

Slide 1 - Tekstslide

Grammatica
Elk werkwoord kan je schrijven als een voltooid deelwoord.
Een voltooid deelwoord geeft de verleden tijd aan. 

Voltooid betekent: het is klaar, voorbij

Slide 2 - Tekstslide

Heb gewoond, ben gekomen
  • Ik woon in Nederland. Vroeger heb ik in een ander land gewoond.
  • In 2002 ben ik naar Nederland gekomen. Eerst heb ik in een AZC gewoond.
  • Ik werk nu niet. In mijn land heb ik altijd gewerkt. Ik ben kapper geweest.

heb gewoond, ben gekomen, heb gewerkt, ben geweest noemen we de voltooide tijd.
De voltooide tijd wordt gemaakt met het hulpwerkwoord hebben of zijn en een ge-woord.

Slide 3 - Tekstslide

Hebben of zijn?

Bij veel ge-woorden gebruik je het hulpwerkwoord hebben.
Bij deze werkwoorden gebruik je zijn.
blijven - zijn gebleven
komen - zijn gekomen
gaan - zijn gegaan
worden - zijn geworden
zijn - zijn geweest
Hebben en zijn

Werkwoorden hebben
Ik heb
Hij heeft
Wij hebben

Werkwoord zijn
ik ben
hij is
wij zijn

Slide 4 - Tekstslide

Wat is het voltooid deelwoord van:
lopen (ik ben naar huis......)
A
geloopt
B
belopen
C
gelopen
D
geliepen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het voltooid deelwoord van:
maken (ik heb mijn huiswerk....)
A
gemaken
B
gemaakt
C
maakt
D
bemaken

Slide 6 - Quizvraag

Wat is het voltooid deelwoord van:
werken (ik heb vandaag goed.....)
A
gewerkt
B
gewerken
C
gewerkd
D
werkten

Slide 7 - Quizvraag

Wat is het voltooid deelwoord van:
slapen (ik heb vannacht goed...)
A
geslaapt
B
gesliepen
C
slaapten
D
geslapen

Slide 8 - Quizvraag

Wat is het voltooid deelwoord van:
zijn (ik ben gisteren naar school...)
A
gaan
B
zijn
C
geweest
D
gezijn

Slide 9 - Quizvraag

Opdracht
Je ziet een verhaal. Lees het verhaal.
Zoek alle werkwoorden op en schrijf de werkwoorden op.
Maak dan met elk woord een zin met het voltooid deelwoord.
Voorbeeld:
slapen - Ik heb geslapen
gaan - ik ben gegaan

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Woordenschat
Vandaag leer je vijf nieuwe woorden bij het thema Nederland

Schrijf het woord op en ook de betekenis.

Slide 12 - Tekstslide

aanvragen
  • op een officiële manier vragen om iets te krijgen
  •   scheidbaar werkwoord: vroeg aan, heeft aangevraagd
  • de aanvraag: een vraag om iets te krijgen= het verzoek


  • Zin: Informatie kun je gratis aanvragen.
  • Zin: De vereniging heeft een aanvraag voor subsidie gedaan.

Slide 13 - Tekstslide

de bijeenkomst
  • de keer dat mensen bij elkaar komen
  •  de samenkomst
  • meervoud: bijeenkomsten
  • Zin: Tijdens de voorstelling komen de mensen bijeen.
  • Zin: De bijeenkomst is in de bioscoop.

Slide 14 - Tekstslide

de gemeente
  • een gebied dat bestuurd wordt door een burgemeester 
  • meervoud: gemeenten, gemeentes
  • een groep leden van een  kerk in een bepaalde plaats
  • Zin: Zij woont in de gemeente Den Helder.
  • Zin: De hervormde gemeente hier bestaat uit vijfhonderd mensen.

Slide 15 - Tekstslide

de ingenieur
  • iemand die heeft gestudeerd aan een technische hogeschool of universiteit
  •  meervoud: ingenieurs
  • Zin: Zijn vader werkt als ingenieur in Amsterdam.
  • Zin: Om ingenieur te worden moet je heel lang naar de universiteit.

Slide 16 - Tekstslide

de minister-president
  • de minister die de leider van de regering is 
  • de premier
  • meervoud: ministers-presidenten
  • Zin: Dick Schoof is de minister-president van Nederland.
  • Zin: Elk land heeft een minister-president.

Slide 17 - Tekstslide

Wat betekent :
de bijeenkomst
A
iemand alleen
B
in elke ruimte 1 persoon
C
mensen bij elkaar
D
iets met bijen

Slide 18 - Quizvraag

Waar wordt het woord:
aanvragen
goed gebruikt?
A
zomaar iets vragen
B
op een officiële manier iets vragen
C
vragenaan
D
aangevragen

Slide 19 - Quizvraag

Wie is:
de minister-president
A
de leider van een gemeente
B
de leider van de wereld
C
de leider van de regering
D
de lijder van de regering

Slide 20 - Quizvraag

Waar heeft een ingenieur gestudeerd?

Slide 21 - Woordweb

Zoek een foto van een bijeenkomst

Slide 22 - Open vraag

Opdracht: welk woord hoort in de zin?
Welk woord hoort in de zin? Schrijf alleen het woord op, niet de hele zin!

Slide 23 - Tekstslide

Er is morgen een ....................... voor alle leerlingen.

Slide 24 - Open vraag

Mijn oom heeft gestudeerd, hij is ......................

Slide 25 - Open vraag

Dick Schoof is de .....................-.......................... van Nederland.

Slide 26 - Open vraag

In ..... ................ Den Helder wonen 57.000 mensen.

Slide 27 - Open vraag

Mijn ouders hebben een verblijfsvergunning ..........................

Slide 28 - Open vraag

Disk
Werken aan bronnen en bouwstenen Disk thema Nederland.


Slide 29 - Tekstslide

Pauze
    Pauze 
timer
30:00

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Meer lessen zoals deze