Werkwoordspelling

Nederlands Werkwoorspelling 
klas 1 havo

Leg op tafel:
- leesboek, lesboek blz. 256, chromebook/laptop
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Nederlands Werkwoorspelling 
klas 1 havo

Leg op tafel:
- leesboek, lesboek blz. 256, chromebook/laptop

Slide 1 - Tekstslide

Lesopzet
- Lezen (booktok 4 april inleveren)
- Uitleg leerdoel
- Check maken
- Extra oefenen/ beeldend verhaal schrijven

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel: ik kan de persoonsvorm op je juiste manier schrijven.
Criteria: 
Ik weet wat de persoonsvorm is.
Ik weet wat het onderwerp is.

Blz. 256 Check 1, 2 en 3 (kijk zelf je werk na, de antwoorden vind je in SOM/berichten)

Eindopdracht: Ik kan een beeldend verhaal schrijven.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Welke zin is goed geschreven?
A
Hij kiesde een leuk boek uit.
B
Hij koos een leuk boek uit.
C
Hij kieste een leuk boek uit.

Slide 5 - Quizvraag

Welke zin is goed geschreven?
A
Morgen wordt mijn oma 85 jaar.
B
Morgen word mijn oma 85 jaar.
C
Morgen werdt mijn oma 85 jaar.

Slide 6 - Quizvraag

Welke zin is juist geschreven?
A
Zijn moeder dwingde hem om te helpen.
B
Zijn moeder dwong hem om te helpen.
C
Zijn moeder dwingte hem om te helpen

Slide 7 - Quizvraag

Hoe is het gegaan?
Beheers je je leerdoel?
A
Fantastisch!
B
Het ging goed, maar ik moet nog oefenen.
C
Ik begrijp er niets van, ik ga zelf oefenen.
D
Ik vind het lastig en ik heb hulp nodig.

Slide 8 - Quizvraag

Ga aan de slag met de check
Blz. 256 Check 1, 2 en 3 (kijk zelf je werk na, de antwoorden vind je in SOM/berichten)

Slide 9 - Tekstslide

Vind je het moeilijk, oefen dan extra.
Nieuw Nederlands (online)
Cursus 7 spelling
Trainen
Werkwoordspelling (tt/vt enz)

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link

Schrijf een beeldend verhaal
Leerdoel: ik kan een beeldend verhaal schrijven.

Criteria: 
- het verhaal heeft een duidelijke verhaallijn.
het verhaal is beeldend geschreven (horen, zien, ruiken, proeven, voelen)
- de werkwoordspelling is correct

(Zie volgende dia: schrijf het verhaal af..... Of schrijf zelf een verhaal)

Slide 12 - Tekstslide

Schrijf het verhaal af....
Op een warme lentedag kwam Lieke thuis uit school. Ze vindt het leuk op school, want ze heeft veel vriendinnen. Toch maakt ze zich een beetje zorgen. Ze heeft namelijk ruzie met ..................., omdat...........................................
Dit vindt ze erg vervelend want .................................................................,

De laatste dagen heeft ze het gevoel dat ze achtervolgd wordt. Lieke zet haar tas in de gang en pakt een kopje thee. Ze gaat op de bank zetten en ze zet de televisie aan. Op dat moment hoort ze boven iets vallen, ze schrikt en ..........................................

Slide 13 - Tekstslide

Heb je je leerdoel behaald?
Ik kan de persoonsvorm op de juiste manier schrijven.

Slide 14 - Open vraag

Fijn weekend!
Geniet van de zon.

Slide 15 - Tekstslide

De stappen
1. Is het een pv? 

- pv in de tt = stam of stam + t (vervang het ww door lopen, 
hoor je dan een t, dan schrijf je ook een t)

- pv in de vt = gebruik 't exkofschip = hele werkwoord (-en). Laatste letter in 't exkofschip? ja = d, nee = t          

Slide 16 - Tekstslide

De stappen 
2. Is het geen pv?

Dan is het een:
- vtdw
- infinitief (hele werkwword
- bijv. naamwoord 

Slide 17 - Tekstslide

vtdw/infinitief/bijv. nw
vtdw: Als je werkwoord een voltooid deelwoord is, dan gebruik je 
't exkofschip 

infinitief: Dat is het hele werkwoord

bijvoeglijk naamwoord: dat zegt iets over het znw en schijf je zo kort mogelijk. 

Slide 18 - Tekstslide

Even oefenen in je schrift.
(schrijf de zin over en onderstreep als eerst de pv)

1. Hij ........ (tekenen) een huis 

2. Hij heeft een huis ....... (tekenen) 

3. Marije ....(vinden) de les leuk


Slide 19 - Tekstslide

De antwoorden
1. hij tekent een huis 
(pv, tt, stam/stam +t) 

2. Hij heeft een thuis getekend
(vtdw, 't exkofschip

3. Marije vindt de les leuk
(pv, tt, stam/stam +t)

Slide 20 - Tekstslide

Wie zijn lessen goed ....... (voorbereiden), zal er veel van opsteken.
A
Voorbereidt
B
Voorbereid
C
Voorbereit
D
Voorbereidde

Slide 21 - Quizvraag

Wat vond ik van de uitleg?

Slide 22 - Open vraag

Leerdoel: ik kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd op je juiste manier schrijven.
Criteria: Ik weet wat de persoonsvorm is.
Ik weet wat het onderwerp is.

Blz. 252 Check 1, 3, 4 en 5

Slide 23 - Tekstslide

Beheers je je leerdoel?
A
Natuurlijk!
B
Bijna
C
Nog niet, maar ik ga er zelf me aan de slag.
D
Nog niet, ik heb hulp nodig.

Slide 24 - Quizvraag

En nu zelf oefenen!! 
1 t/m 20 moet af zijn. 

Antwoorden in de volgende les.

Als dit niet goed leesbaar is, ga je naar het document in de studiewijzer  

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide