Vragen bij 1.1 en 1.2 arm & rijk

Arm & rijk
overhoren en filmkijken
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Arm & rijk
overhoren en filmkijken

Slide 1 - Tekstslide

De bevolking in Ethiopië
A
groeit snel door natuurlijke bevolkingsgroei
B
groeit snel door sociale bevolkingsgroei
C
groeit niet zo snel door een hoog sterftecijfer

Slide 2 - Quizvraag

In Ethiopië is er veel kindersterfte toch is het sterftecijfer ivm Europa niet extreem hoog. Dit komt doordat
A
de gezondheidszorg vrij goed is
B
er een jonge bevolkingsopbouw is
C
er sprake is van vergrijzing

Slide 3 - Quizvraag

De relatieve afstanden in Ethiopie zijn groot. Dit komt vooral doordat
A
er veel geïsoleerde gebieden zijn en slechte wegen
B
de mensen in Ethiopië slechtere auto's hebben
C
de mensen in Ethiopie het niet belangrijk vinden om te reizen

Slide 4 - Quizvraag

Het dichtstbevolkte gebied in Ethiopie is
A
het centrale noordelijke deel
B
het zuidelijkste deel
C
het noordoostelijke deel

Slide 5 - Quizvraag

In Ethiopië zijn veel verschillen talen en godsdiensten
A
juist
B
onjuist

Slide 6 - Quizvraag

De grote armoede in Ethiopie is te wijten aan
A
het koloniale verleden
B
het ontbreken van good governance
C
door slechte landschappelijke omstandigheden

Slide 7 - Quizvraag

De groep Ethiopiers die het meest achterblijven bestaat uit
A
arme stedelingen
B
migranten
C
landarbeiders en kleine boeren

Slide 8 - Quizvraag

In Ethiopie werken de meeste mensen in
A
de landbouwsector
B
de industriesector
C
de dienstensector

Slide 9 - Quizvraag

De sector die het meest bijdraagt aan de economie is
A
de dienstensector
B
de landbouw
C
de industrie

Slide 10 - Quizvraag

Wanneer je het aantal mensen in de landbouw vergelijkt met de bijdrage van deze sector aan de economie kun je concluderen dat
A
er efficiënt gewerkt wordt in de landbouw
B
de productiviteit in de landbouw laag is

Slide 11 - Quizvraag

De commerciële landbouw is vooral exportlandbouw. Groenten, bloemen en koffiebonen zijn belangrijke exportproducten
A
juist
B
onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Erg veel banen levert de secundaire sector nog niet op. Maar vooral de textiel- en kledingfrabicage groeit snel.
A
juist
B
onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Vestigingsvoordelen van Ethiopie zijn onder meer
A
belastingvrije import van machines en apparatuur en goedkope arbeidskrachten
B
goedkope arbeidskrachten en een goed geschoolde bevolking
C
goedkope arbeidskrachten en good governance

Slide 14 - Quizvraag

Het toerisme is een sector die potentie heeft om te groeien in Ethiopië
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quizvraag

In Ethiopie heerst er veel verborgen werkloosheid. Er werken veel mensen in de informele sector
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Ondanks de ligging dichtbij de evenaar hebben grote delen van Ethiopie een gematigd klimaat
A
juist
B
onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Het gematigde klimaat in Ethiopie wordt veroorzaakt door
A
door ligging in de gematigde zone
B
de aanwezigheid van bergen
C
de ligging aan de lijzijde

Slide 18 - Quizvraag

De meeste neerslag in Ethiopie valt in
A
het noodoosten
B
het noordwesten
C
het zuidwesten
D
het zuidoosten

Slide 19 - Quizvraag

Het noordwesten van Ethiopie ligt in de
A
lijzijde van de bergen
B
loefzijde van de bergen

Slide 20 - Quizvraag

In Ethiopie komen de volgende landschappen van nature voor
A
woestijnen, steppes, savannes en tropische bossen
B
woestijnen en steppes
C
steppes en savannes
D
tropische bossen en savannes

Slide 21 - Quizvraag

Vanwege het gunstige klimaat heeft Ethiopie de meeste mogelijkheden voor land- en tuinbouw van heel Noordoost-Afrika
A
juist
B
onjuist

Slide 22 - Quizvraag

95% van de landbouwgewassen wordt geproduceerd in het Ethiopische hoogland. De akkerbouw is hier vooral in handen van
A
grote commerciële landbouwbedrijven gericht op export
B
grote commerciele landbouwbedrijven gericht op de binnenlandse markt
C
kleine vooral zelfvoorzienende boeren

Slide 23 - Quizvraag

De gemiddelde bedrijfsgrootte van de boeren in het hoogland is
A
erg groot
B
gemiddeld
C
erg klein

Slide 24 - Quizvraag

De boeren in het hoogland zijn
A
bezig met mechanisatie
B
hebben geen geld voor mechanisatie. De bedrijfjes zijn te klein

Slide 25 - Quizvraag

Naast de bedrijfsgrootte is een andere oorzaak van de geringe productie
A
het feit dat de grond geen eigendom is van de boeren. Ze durven niet te investeren
B
het feit dat de boeren de grond niet willen kopen
C
het feit dat het klimaat ongunstig is

Slide 26 - Quizvraag

Overbevolking van het platteland leidt tot (2 antwoorden mogelijk)
A
ontbossing van hellingen en daardoor bodemerosie
B
overbegrazing met winderosie als gevolg
C
grootschalige aanleg van wegen en steden

Slide 27 - Quizvraag

Ethiopie heeft een
A
positieve handelsbalans
B
negatieve handelsbalans

Slide 28 - Quizvraag

Ethiopie voert vooral
A
vooral kleding en laagwaardige industrieproducten uit en voedsel en olie in
B
veel olie en kapitaalgoederen in en landbouwproducten uit
C
veel hoogwaardige industrieproducten uit en veel machines in

Slide 29 - Quizvraag

Nederlandse tuinbouwers investeren en vestigen zich in Ethiopie vanwege oa het aantrekkelijke klimaat, de lage loonkosten. De inwoners van Ethiopië zijn erg blij met deze investeringen
A
juist
B
onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Kritiek van de inwoners is
A
dat de overheid te weinig investeert in de eigen bevolking en de verdiensten van buitenlandse bedrijven in eigen zak steekt
B
dat de buitenlanders geen Ethiopiërs in dienst willen nemn
C
dat de buitenlanders ervoor zorgen dat het slechter gaat in Ethiopie

Slide 31 - Quizvraag

Een voordeel van de buitenlandse bedrijven voor Ethiopiërs is (2 antwoorden)
A
er komt meer werk beschikbaar
B
de Ethiopiers kunnen kennis opdoen bij deze bedrijven
C
dat de bodemkwaliteit toeneemt

Slide 32 - Quizvraag

Welke hoort niet tot de voorwaarden van de Transport Theorie van Ullman
A
Complementariteit
B
Transporteerbaarheid
C
Invoertarieven
D
Tussenliggende mogelijkheden/ hindernissen.

Slide 33 - Quizvraag

Welke hoort er niet bij. Het westen voert oneerlijke concurrentie met landen in Afrika vanwege
A
Subsidies eigen landbouw
B
Het gebruik van dollars als munteenheid.
C
Dumping op in Afrikaanse landen
D
Invoertarieven op buitenlandse producten

Slide 34 - Quizvraag

Genetische modificatie/manipulatie. Kies de stelling die niet waar is.
A
Hiermee kan je ideale gewassen creëren.
B
Minder bestrijdingsmiddelen nodig.
C
De machtspositie multinationale ondernemingen neemt toe.
D
Het is meestal goedkoper.

Slide 35 - Quizvraag

Kwantitatieve honger
Hongersnood
Kwalitatieve honger
Ondervoeding
(Acuut) gebrek aan voedsel
langere tijd mindere energie dan 1690 kilocalorieën per dag
te weinig eiwitten en/of vitaminen
voortdurend te weinig of te eenzijdig eten 

Slide 36 - Sleepvraag

Welk van deze landen investeert het meest in de (commerciële landbouw ) in Ethiopië
A
China
B
Nederland
C
Turkije
D
India

Slide 37 - Quizvraag

Hoe heet de breuk die door Oost-Afrika/Ethiopië loopt
A
Sint Andreasbreuk
B
The Rift Valley
C
De Peelbreuk
D
De Marianenbreuk

Slide 38 - Quizvraag

Benoem van welk soort regen er sprake is in Ethiopië.
A
Stuwingsregen
B
Stijgingsregen
C
Frontale regen
D
Laterale regen

Slide 39 - Quizvraag

welke weerfactor is meest bepalend voor diversiteit aan landschappen in Ethiopië
A
wind
B
temperatuur
C
regen
D
zonlicht

Slide 40 - Quizvraag

Wat is een belangrijk handelsgewas van Ethiopië
A
Thee
B
Safraan
C
Koffie
D
Peper

Slide 41 - Quizvraag

Hoeveel inwoners heeft in Ethiopië ongeveer ?
A
50 miljoen.
B
100 miljoen.
C
150 miljoen.
D
200 miljoen.

Slide 42 - Quizvraag

Hoeveel volken kent Ethiopië?
A
Minder dan 25
B
Tussen de 25 en 50
C
Tussen 50 en 75
D
Tussen de 75 en 100

Slide 43 - Quizvraag

Water
Welke is fout ?
A
Gebruik in NL = 126L/PP/Dag
B
NL gebruik => 40 % grondwater & 60 % rivier/duinwater.
C
Te intensief watergebruik kan leiden tot dalen grondwaterspiegel en dus verdroging.
D
waterkringloop: verdamping, condensatie, neerslag, infiltratie en afstroming

Slide 44 - Quizvraag

Water
Welke is fout ?
A
60,5 % verdampt & 39,5 % beschikbaar.
B
Van beschikbaar water = 81% ongunstig & 19% "benutbaar"
C
Neerslag in NL per jaar is 119.000 km3.
D
water is gelijk verdeeld in de wereld.

Slide 45 - Quizvraag

Water
Welke is fout ?
A
Nuttig neerslag = neerslag minus verdamping
B
Verdamping bestaan uit evaporatie (huid & planten) en transpiratie (meren, plassen en rivieren)
C
Totaal verdampte neerslag = evapotranspiratie
D
Droogte index = verhouding neerslag en verdamping

Slide 46 - Quizvraag

Water
Wat is fout ?
A
Wereldvoorraad = 1.386.000.000 km3
B
97,5 % zoet & 2,5 % zout
C
Zoetwater: 30,1 % te diep, 68,7 % ijs, 0,9 % bevroren, 0,3 % bruikbaar.
D
Aquifer= waterhoudend laag (zand/grind)

Slide 47 - Quizvraag

Water
Wat is fout ?
A
Landbouw vervuilt en gebruikt te veel water.
B
Verstedelijking doet de vraag naar water toenemen.
C
Industrie gebruikt veel water.
D
Aquifer= is fossiel water wat ververst wordt & onbeperkt is.

Slide 48 - Quizvraag

Watertekort
Wat is fout ?
A
Rijke landen gebruiken 65% in huishouden, 25 % industrie en 10% landbouw.
B
Absolute waterschaarste vormt een gevaar voor in de toekomst.
C
Ongelijke verdeling: beschikbaarheid en toegankelijkheid verschilt.
D
Economische waterschaarste = niet iedereen heeft toegang.

Slide 49 - Quizvraag

Watertekort: oplossingen
Wat is fout ?
A
Landbouw efficiënter (minder lekken, druppelirrigatie, minder dorstige gewassen, minder vlees, verdamping tegengaan)
B
Gebruik omlaag bij huishoudens. (watervoetafdruk omlaag)
C
Waterpricing: reële kosten maakt water goedkoper.
D
Minder lekken in steden en verbruik in industrie omlaag.

Slide 50 - Quizvraag

Slide 51 - Link

Slide 52 - Link