Lente-Paas-quiz

1 / 29
volgende
Slide 1: Video
NatuurBasisschoolGroep 4,5

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Slide 2 - Tekstslide

Hoe heet het seizoen VOOR de lente, als de koeien op stal staan dus?
A
Herfst
B
Winter
C
Zomer
D
Het voorjaar

Slide 3 - Quizvraag

Welk feest vier je in de lente?
A
Sinterklaas
B
Carnaval
C
Pasen
D
Kerst

Slide 4 - Quizvraag

Hoe heet het jong van een paard?
A
Big
B
Pony
C
Mini paard
D
Veulen

Slide 5 - Quizvraag

Welke bloem zie je hier?
A
tulp
B
hyacint
C
narcis
D
krokus

Slide 6 - Quizvraag

Hoe heet het jong van een koe?
A
Kalf
B
Baby
C
Zeug
D
Koetje

Slide 7 - Quizvraag

Wat wordt er met Pasen verstopt?
A
brood
B
eieren
C
kaas
D
snoep

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de oorsprong van Pasen?
A
Het is een feest ter ere van de winter
B
De geboorte van Jezus Christus
C
De opstanding van Jezus Christus
D
Het is een feest ter ere van de lente

Slide 9 - Quizvraag

Hoe heet de donderdag voor Pasen?
A
Gele donderdag
B
Witte donderdag
C
Groene donderdag
D
Oranje donderdag

Slide 10 - Quizvraag

Ik heb 8 dozen van 6 eieren, hoeveel eieren heb ik in totaal?
A
84
B
14
C
32
D
48

Slide 11 - Quizvraag

Welke bloem zie je hier?
A
tulp
B
hyacint
C
narcis
D
krokus

Slide 12 - Quizvraag

2
3
4
Zet de foto's van de groei van een boon in de goede volgorde. 

Slide 13 - Sleepvraag

Hoe hoog is de totale eierconsumptie in Nederland tijdens pasen?
A
1 miljoen
B
3 miljoen
C
15 miljoen
D
35 miljoen

Slide 14 - Quizvraag

Wat hebben eieren met Pasen te maken?
A
In Jezus tijd aten mensen veel eieren
B
Eieren hebben niks met Pasen te maken
C
Het ei staat als symbool voor nieuw leven
D
De haan kraaide 2 keer bij Petrus verloochening

Slide 15 - Quizvraag

Hoe heet de vrijdag voor Pasen?
A
Goede vrijdag
B
Slechte vrijdag
C
Beste vrijdag
D
Paasvrijdag

Slide 16 - Quizvraag


1) Hoeveel eierdozen zie je?
2) Hoeveel eieren per doos?
3) 5 x 10 eieren
4) 5 x 10 = 50
HOEVEEL EIEREN?
Welke som hoort hier bij? 
A
5 x 5
B
5 x 10
C
50 x 1
D
10 x 5

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent:
Eieren voor je geld kiezen.
A
Eieren zijn lekker, doe maar hard gekookt.
B
Een gouden kip kopen.
C
Met minder genoegen nemen dan je eerst wilde.
D
Vandaag kies je voor de kip en morgen voor de eieren.

Slide 18 - Quizvraag

Er staan 20 eieren in de koelkast. Deze eieren zijn verdeeld over 5 dozen.
Hoeveel eieren zitten er in een doos?
A
5
B
3
C
6
D
4

Slide 19 - Quizvraag

Dat is het hele eieren eten.
A
Zo zit de zaak in elkaar.
B
Dit is hoe je een ei moet bakken.
C
Het is een makkelijke klus.
D
Als je ergens voor kiest, moet je het ook afmaken.

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Video

Welke kleur heeft het ei van
Peppa Pig?
A
Donker- en lichtroze
B
Geel en blauwe
C
Roze en wit
D
Paars en geel

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Video

eieren in het Engels:
A
bread
B
cheese
C
eyes
D
eggs

Slide 24 - Quizvraag

10 eieren kosten € 2,10. Hoeveel betaal je voor 15 eieren?
A
€ 3,10
B
€ 3,15
C
€ 4,20
D
€ 2,95

Slide 25 - Quizvraag



1) Hoeveel eierdozen zie je? 
2) Hoeveel eieren per doos?
3) 5 keer 6 eieren
4) 5 x 6 = 30
HOEVEEL EIEREN?
Welke som hoort hier bij? 
A
5 x 6
B
6 x 6
C
6 x 5
D
5 x 8

Slide 26 - Quizvraag

Tot slot een klein filmpje :)

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Video

Hoe heet het jong van een schaap?
A
Schaapje
B
Lammetje
C
Kuikentje
D
Wolletje

Slide 29 - Quizvraag