Spaans les 3 V4 periode 3 carta viaje Latinoamérica escribir I párrafo

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Escribir una carta informal sobre tu viaje a un páis en Latinoamérica
Hoy: mejorar las frases de vuestras cartas y terminar párrafo I


miércoles, 17 de marzo de 2021

Introducción al periodo 3

Slide 2 - Tekstslide

La clase anterior
Contesta a estas preguntas con tu compañero/a en holandés:

1. Wanneer gebruik je de imperfecto?
2. Wanneer gebruik je de indefinido?
3. Hoe vertaal je naar het Nederlands fui?
4. Van welk werkwoord komt fui?
5. Wat is de yo van estar in de indefinido?
6. Wat is de yo van tener in de indefinido?


timer
2:00

Slide 3 - Tekstslide

La preparación para la clase de hoy
Aprender vocabulario pág. 6 y 7 hol-esp

aprender hay/ser/estar las reglas (zie bijlage)
aprender indefinido e imperfecto (uitgangen en alle onregelmatige werkwoorden) (zie bijlage)

Slide 4 - Tekstslide

Vamos a traducir frases con ser/hay/estar

Kies het beste antwoord uit door je vingers op te steken
A = 1 vinger (un dedo)
B = 2 vingers 
C = 3 vingers

Slide 5 - Tekstslide

Ser,estar, hay en in je hoofd bedenken waarom?
México.........en Latinoamérica
A
es
B
hay
C
está

Slide 6 - Quizvraag

Ser,estar, hay en in je hoofd bedenken waarom?
México.......un país bonito
A
es
B
hay
C
está

Slide 7 - Quizvraag

Ser,estar, hay en in je hoofd bedenken waarom?
En México..........mucha naturaleza
A
es
B
hay
C
está

Slide 8 - Quizvraag

El género de las palabras
Habla con tu compañero/a de clase en holandés sobre cuando es una palabra femenina o masculina

¿También hay excepciones? ¿Qué palabras son?
timer
1:00

Slide 9 - Tekstslide

El género de las palabras 

Palabras femeninas:
-a
-dad
-tad
-tud
-ción
-sión
Palabras masculinas:
-o
-or
-e/é
-aje
-ma

timer
1:00

Slide 10 - Tekstslide

El género de las palabras 

Excepciones:
la radio
la moto
la mano
la foto
la tarde
la serie
la noche
Excepciones:
el problema
el clima
el idioma
el día
el mapa
el sistema

timer
1:00

Slide 11 - Tekstslide

Vamos a ver vuestros errores
Kies het beste antwoord uit door je vingers op te steken
A = 1 vinger (un dedo)
B = 2 vingers 
C = 3 vingers
Verbeter gelijk in je tekst.

Slide 12 - Tekstslide

Vertaal:
Beste mevrouw Muñoz,
A
Querido profesora Muñoz:
B
Querida profesora Muñoz,
C
Querida profesora Muñoz:

Slide 13 - Quizvraag

Vertaal:
Argentinië ligt ten oosten van Zuid-Amerika
A
Argentina es en el oeste de Latinoamérica.
B
Argentina está en el oeste de Latinoamérica
C
Argentina es el oeste de Latinoamérica

Slide 14 - Quizvraag

Vertaal:
Ik ging naar Peru.
A
Fui a Perú.
B
Fui en Perú.
C
Fui de Perú

Slide 15 - Quizvraag

Vertaal:
De munteenheid van Argentinië is de peso.
A
La moneda de Argentina es el peso.
B
El moneda de Argentina es el peso.
C
El valuta de Argentina es el peso.

Slide 16 - Quizvraag

Vertaal:
De hoofdstad is Bogotá.
A
El capital es Bogotá.
B
La capital es Bogotá.
C
La capitala es Bogotá.

Slide 17 - Quizvraag

Vertaal:
Ik was in Mexico in de zomervakantie.
A
Estuve en las vacaciones de verano en México.
B
Estuve en las vacaciones de verano a México.
C
Estuve en los vacaciones de verano en México.
D
Estaba en las vacaciones de verano en México.

Slide 18 - Quizvraag

Párrafo 1 - introducción
Leg uit waarom je deze brief schrijft 
Waar ben je naar toe gegaan? Waarom daar?
Waar ligt het?
Wat kun je meer vertellen over dat land? (hoofdstad, vlag, munteenheid, aantal inwoners) 
Met wie ben je daar naar toe gegaan?
Wanneer was je daar? (welke maand, jaar?)
Hoelang was je daar? (één week, twee weken, een maand)

Hulpmiddelen:
woordenboek
aantekeningen

Slide 19 - Tekstslide

Párrafo 2 - El viaje de ida a tu país

Vertel over de heenreis in 100 woorden. Verwerk daarin het volgende (indefinido/imperfecto):
Welke datum / dag/ tijd vertrokken jullie en waarvandaan.
Beschrijf hoe de reis verliep (bezigheden, tegenslag, stewardessen, eten etc.)
Hoe lang duurde de reis?
Wanneer/hoe laat kwamen jullie aan en waar?
Gebruik vocabulaire uit de reader, ook bijvoeglijke nw-en

Tip
Schrijf de alinea eerst in het Nederlands.
Gebruik korte zinnen.
Alleen korte zinnen kan je makkelijk vertalen naar het Spaans.
Doe alsof je het aan een klein kind vertelt.

Slide 20 - Tekstslide

La preparación para 
lunes
aprender todo sobre el indefinido (regular e irregular)
aprender todo sobre el imperfecto (regular e irregular)
aprender todo sobre hay/ser/estar
aprender el género de las palabras
aprender vocabulario pág. 9 y 10 hol-esp


Slide 21 - Tekstslide

Ik heb mijn fouten verbeterd in mijn brief

Slide 22 - Tekstslide

Ik weet nu wanneer een woord mannelijk of vrouwelijk is.

Slide 23 - Tekstslide

Ik heb mijn eerste alinea af (de inleiding)

Slide 24 - Tekstslide