Leg uit waarom je deze brief schrijft
Waar ben je naar toe gegaan? Waarom daar?
Waar ligt het?
Wat kun je meer vertellen over dat land? (hoofdstad, vlag, munteenheid, aantal inwoners)
Met wie ben je daar naar toe gegaan?
Wanneer was je daar? (welke maand, jaar?)
Hoelang was je daar? (één week, twee weken, een maand)