FOV 25 les 6 beperking bij kinderen en jongeren

Beperkingen bij kinderen en jongeren
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Beperkingen bij kinderen en jongeren

Slide 1 - Tekstslide

leerdoelen van vandaag
1. Je kunt uitleggen wat verstaan wordt onder een stoornis, beperking en handicap.


2. Je kunt een indeling maken naar de beperkingen die kinderen en jongeren kunnen hebben.

3. Je kunt toelichten hoe verschillende motorische beperkingen ontstaan en wat de gevolgen zijn.

Slide 2 - Tekstslide

Wat betekent het woord stoornis voor jou ?

Slide 3 - Woordweb

Definitie stoornis
Van een stoornis is sprake wanneer een orgaan of orgaanstelsel afwijkingen vertoont of beschadigd is of een lichaamsfunctie ontbreekt, en leeftijd niet de oorzaak daarvan is.
Oftewel: 
👉 Iets in de hersenen of het lichaam dat anders werkt dan bij de meeste mensen.

Slide 4 - Tekstslide

Orgaanstelsel
  • 11 stuks
  • Hebben eigen functie
  • Ze werken samen en beïnvloeden elkaar, zodat het lichaam goed kan werken en je gezond blijft
  • Die samenwerkende organen noem je een orgaanstelsel

Slide 5 - Tekstslide

Het syndroom van Down, ook wel bekend als trisomie 21, is een aangeboren chromosoomafwijking. Mensen met dit syndroom hebben drie exemplaren van chromosoom 21 in plaats van de gebruikelijke twee. Dit leidt tot een aantal kenmerkende fysieke en cognitieve eigenschappen.

Slide 6 - Tekstslide

Ernstig, tijdelijk, vooruitzichten, continu
  • Is de stoornis ernstig (bijvoorbeeld blindheid) of licht (bijvoorbeeld een beetje slechtziend)?
  • Is de stoornis tijdelijk (bijvoorbeeld longontsteking) of blijvend (bijvoorbeeld astma)?
  • Is de stoornis continu aanwezig (bijvoorbeeld verstandelijke beperking) of treedt deze af en toe op (zoals bij epilepsie of de aanvallen van benauwdheid bij astma)?
  • Hoe zijn de vooruitzichten? Blijft de stoornis stabiel (bijvoorbeeld amputatie onderbeen), verergert deze stapje voor stapje (bv de spierziekte van Duchenne) of is verbetering mogelijk (bv dyslexie of lichamelijke conditie na hartinfarct)?



Slide 7 - Tekstslide

wat betekent het woord beperking voor jou?

Slide 8 - Woordweb

Verstandelijke beperkingen
  • Bij een verstandelijke beperking is sprake van duidelijke beperkingen in zowel de intelligentie als het aanpassingsvermogen.
  • De meeste beperkingen treden op vóór de leeftijd van 18 jaar. daarna noemen we het niet aangeboren beperking (NAB)

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeeld
  • (grote) problemen bij leren, denken en onthouden. Allerlei vaardigheden zijn daardoor moeilijker aan te leren. 

Wat komt er bij aankleden kijken?
  • motorische vaardigheden
  • vereist ook dat je de volgorde van kleding aantrekken 
  • onthoudt en de logica daarvan inzien

Slide 11 - Tekstslide

Wat doe je?
  • Als het verkeerslicht op groen staat en je ziet een auto op hoge snelheid aankomen, dan steek je toch maar niet over. 
  • Een persoon met een verstandelijke beperking zou dit zomaar wel kunnen doen. Het verkeerslicht staat immers op groen.

Slide 12 - Tekstslide

Oorzaken van aangeboren beperkingen zijn
  • Erfelijkheid / genetische, zoals chromosoomafwijkingen
  • Stofwisselingsstoornissen
  • Zuurstoftekort bij de bevalling
  • Hersenvliesontsteking
Medicijngebruik tijdens de zwangerschap kan een aangeboren beperking veroorzaken

Slide 13 - Tekstslide

NAB
Niet- aangeboren beperkingen 

Ontstaat op een later leeftijd
Oorzaken: 
  • Hersen(vlies)ontsteking
  • Ongeval, bijvoorbeeld verdrinking of een verkeersongeval (NAH)
  • Ouderdom
  • Geweld of ernstige mishandeling
  • Langdurige ernstige ondervoeding




Slide 14 - Tekstslide

Jouw rol
Een kind met een verstandelijke beperking heeft ondersteuning nodig en geen medelijden

Slide 15 - Tekstslide

Waar denk je aan bij een lichamelijke beperking ?

Slide 16 - Woordweb

Lichamelijke beperkingen​
Een lichamelijke beperking is een situatie waarbij iemand door een stoornis in de bewegingen of blijvende afwijking in een van de organen, minder mogelijkheden heeft in het functioneren​

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Beperkingen op lichamelijk gebied​
Motorische beperkingen (spina bifida, dwarslaesie)​

Zintuigelijke beperkingen (doofheid, blindheid)​
Chronische ziekte (diabetes, astma, sikkelziekte)​
Spraak en taalstoornissen​
Niet-aangeboren hersenletsel(door trauma of ziekte)​
Bewustzijnsstoornissen (coma of epilepsie)​




Slide 19 - Tekstslide

Duchenne dystrofie
  • Spierziekte 
  • Steeds minder sterk 
  • Missen een stofje (het eiwit dystrofine) 
  • Erfelijk
  • Nagenoeg alleen jongens
  • Lagere levensverwachting

Slide 20 - Tekstslide

Spina Bifida

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Herhaling
👉 Stoornis = iets in je lichaam of hersenen werkt anders.
👉 Beperking = daardoor kun je iets niet (goed) doen.
👉 Handicap = als de omgeving niet is aangepast en het daardoor extra lastig wordt.

Slide 23 - Tekstslide

Wat hebben we vandaag bereikt?

  • Student kent de definitie van begrippen ‘beperking’ ‘stoornis’ en ‘handicap’ 
  • Student kan verschillende vormen van beperkingen, stoornissen en handicaps benoemen

Slide 24 - Tekstslide

Vragen?

Slide 25 - Tekstslide

Huiswerk
Lezen: 164 t/m  175 
opdrachten 4 t/m 7

Slide 26 - Tekstslide