H5: vaardigheden en vergelijkingen

Herleiden
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Herleiden

Slide 1 - Tekstslide

Wat ga je vandaag leren
Wat merkwaardige producten zijn

Hoe je een factor voor de haakjes wegwerkt

Hoe je een tweeterm met een drieterm vermenigvuldigt

Slide 2 - Tekstslide

Merkwaardige producten
(a+b)​2​​
(a−b)​2​​
(a+b)(a−b)

Slide 3 - Tekstslide

Vermenigvuldigen
4(x−3)​2​​
(x+5)(5x−y+7)

Slide 4 - Tekstslide

Aan de slag

Paragraaf 1, opdracht 
3, 4, 9, 10, 11

Slide 5 - Tekstslide

Kwadraat afsplitsen

Slide 6 - Tekstslide

Kwadraat afsplitsen
(x+3)​2​​=
x​2​​+6x=
x​2​​+8x=

Slide 7 - Tekstslide

Kwadraat afsplitsen bij drietermen


Los hiermee de volgende vergelijking op:


x​2​​+6x+8=
x​2​​−4x+1=0

Slide 8 - Tekstslide

Aan de slag

opdracht 17, 19, 20, 23, 24

Slide 9 - Tekstslide

Breuken met letters herleiden

Slide 10 - Tekstslide

Rekenen met breuken
​5​​3​​+​7​​2​​=
​x​​3​​+​3x​​2​​=
​a​​2​​⋅​3​​b​​=
​6ac​​36ab​​=
​3x​​24x−3a​​=
​a​​2​​:​3​​b​​

Slide 11 - Tekstslide

Breuken herleiden met ontbinden
​2q−2​​q​2​​+6q−7​​

Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag

Opdracht 30, 31, 32, 36, 37, 38

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Wortelfuncties

Slide 15 - Tekstslide

a) Wat is het randpunt van deze grafiek?

b) Welke y hoort er bij x = -2

c) Welke x hoort er bij y = 5
f(x)=2+√​4−x​​​

Slide 16 - Tekstslide

Rekenregels voor wortels
3√​5​​​+2√​7​​​=
2√​6​​​+9√​6​​​=
2√​3​​​⋅4√​2​​​=
​3√​2​​​​​6√​24​​​​​=
√​75p​​​=

Slide 17 - Tekstslide

Gebroken functies

Slide 18 - Tekstslide

Omgekeerd evenredig
Als x twee keer zo groot wordt, wordt y twee keer zo klein.

Bijvoorbeeld: als je twee keer zo snel fietst, heb je de helft van de tijd nodig om op school te komen. 

Kun je ook schrijven als                     of         
y=​x​​a​​
x=​y​​a​​
xy=a

Slide 19 - Tekstslide

Gebroken functie in de vorm 
Gegeven is de formule 

1. Voor welke waarde van x heeft deze formule geen oplossing?
2. Wat is de verticale asymptoot?
3. Welke uitkomst kan deze formule nooit bereiken?
4. Wat is de horizontale asymptoot?
y=​x​​a​​+b
y=​x​​3​​+2

Slide 20 - Tekstslide

Machtsfuncties

Slide 21 - Tekstslide

Twee soorten machtsfuncties
1. Maak 2 tabellen in je schrift, met x van -3 t/m 3
2. Maak 1 tabel voor                                         en een tabel voor 
3. Teken de grafieken die erbij horen (dit mag in 1 assenstelsel).
4. Welke grafiek heeft een top? 
5. Hoeveel snijpunten heeft f(x) met de lijn y = 4?  En met de lijn y = -8
6. f(5) = 5^2 = 25. Er is nog een waarde van x waarbij de functiewaarde van 25 is. Welke waarde is dat?
7. g(5) = 5^ = 125. Is er nog een waarde van x waarvoor de functiewaarde 125 is? Waarom wel / niet?
f(x)=x​2​​
g(x)=x​3​​

Slide 22 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen
(a+b)​2​​
(ab​​​)​2​​

Slide 23 - Tekstslide

En hoe zit dat dan met
(​b​​a​​)​2​​

Slide 24 - Tekstslide

Herleid
(3a​2​​b​3​​)​4​​
(​a​4​​​​−5​​)​2​​

Slide 25 - Tekstslide

Zelf aan de slag
Ondersteunende route: O44, O45, 45, 47, 48

Doorlopende route: 44, 45, 46, 47, 48

Uitdagende route: 44, 45, 47, 48, U11

Slide 26 - Tekstslide