Lymfestelsel - afweer

Het lymfestelsel en afweer
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Het lymfestelsel en afweer

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
14:45      Check in
15:00      Over de streep
15:15       Opdracht
16:30      Kennis lymfestelsel en afweer
16:45      Afsluiting
17:00      Naar huis

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Je legt uit hoe lymfe ontstaat.
Je wijst aan waar de grote lymfevaten zich bevinden.
Je benoemt de belangrijkste bestanddelen van lymfe.
Je kent de lymfoïde organen.
Je beschrijft de functie van lymfoïde organen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Quiz

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel liter lymfe circuleert er door de lymfevaten
A
Ruim 2 liter
B
Ruim 1 liter
C
Ruim 3,5 liter
D
Ruim 5 liter

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk hormoon wordt ook wel 'stress' hormoon genoemd?
A
Adrenaline
B
Testosteron
C
Melatonine
D
Oxytocine

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de functie van lymfeklieren?
A
Geen functie
B
Ziektekiemen en afvalstoffen wegfilteren
C
Opzoeken van ziektekiemen
D
Onthouden van bacteriën/virussen

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is GEEN hormoon
A
Glucose
B
Insuline
C
Glucagon
D
Glycogeen

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Witte bloedcellen komen voor in lymfe
A
Waar
B
Niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk hormoon stimuleert de schildklier tot afgifte hormonen
A
ACTH
B
FSH
C
ADH
D
TSH

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen typisch vrouwelijk hormoon
A
Prolactine
B
Oestrogeen
C
Progesteron
D
Het zijn alledrie typisch vrouwelijke hormonen

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de functie van lymfeklieren?
A
Geen functie
B
Ziektekiemen en afvalstoffen wegfilteren
C
Opzoeken van ziektekiemen
D
Onthouden van bacteriën/virussen

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De milt is een grote lymfeklier die in de bloedbaan ligt
A
Waar
B
Niet waar

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de functie van een lymfeknoop?
A
Lymfe verzamelen
B
Lymfe zuiveren
C
Lymfe afbreken
D
Lymfe opnemen

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het lymfevatstelsel
1.  Lymfevaten
2. Lymfeknopen en -klieren
3. Milt, amandelen in de keel en de thymus.
 



Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Functie lymfevatstelsel
  • Voert afvalstoffen af, zoals eiwitten en bacteriën
  • Zorgt voor een goede afweer tegen ziektes en infecties
  • Zorgt dat er niet te veel en niet te weinig vocht zit in de weefsels van je lichaam

Het lymfestelsel vervoert lymfe door je lichaam en geeft de lymfe af aan je bloed. 
Zo zuivert het lymfestelsel de lymfe en ruimt het afvalstoffen op.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lymfevatstelsel

  • Lymfevaten voeren lymfe naar de lymfeklieren en lymfeknopen.

  • Hier wordt het lymfe gecontroleerd op de aanwezigheid van ziekteverwekkers.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  Lymfevaten
Lymfevaten bevatten net als aders kleppen om er voor te zorgen dat de lymfe de goede kant op stroomt.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Doel Kennis van het lymfe- en afweersysteem
  
Hoe  Maak 10 meerkeuze vragen én 5 open vragen over het lymfevatstelsel.
  • Zorg dat je het antwoord in eigen woorden kan beschrijven.
  • Noteer de vragen genummerd in een Word document.
  • Deel dit document in Teams.

Alleen/duo/groep Duo

Hulp Powerpoint It’s Learning, Thieme Meulenhof, Google – maak gebruik van de juiste bronnen

Tijd 30 min
Resultaat Toets voor je medestudent
Klaar? Test je kennis op Anatomie online – lymfevatstelsel. Bestudeer zonodig theorie (huiswerk).

timer
30:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Doel Kennis van het lymfesysteem
  
Hoe  Beantwoord de toetsvragen van een andere groep

Alleen/duo/groep Duo

Hulp Powerpoint It’s Learning, Thieme Meulenhof, Google

Tijd 20 min

Klaar? Test je kennis op Anatomie online – lymfevatstelsel. Bestudeer zonodig theorie (huiswerk).
Besteed je tijd aan de oefenopdracht.

timer
20:00

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Doel Kennis van het lymfesysteem
  
Hoe  Kijk de toets die je gemaakt hebt na. Noteer je bevindingen.

Alleen/duo/groep Duo

Hulp Powerpoint It’s Learning, Thieme Meulenhof, Google

Tijd 20 min

Klaar? Test je kennis op Anatomie online – lymfevatstelsel. Bestudeer zonodig theorie (huiswerk).
Besteed je tijd aan de oefenopdracht.

timer
20:00

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe was dit?

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lymfevatstelsel
  1. ...................................
  2. ...................................
  3. ...................................
  4. ....................................
  5. .....................................
  6. .....................................
  7. .....................................
  8. ,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontsteking is...
A
een erfelijke ziekte
B
een ziekte die je maar 1 x kunt krijgen
C
een infectie
D
een reactie van je lichaam op een infectie

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

specifieke afweer

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Infectie
A
De aanval in het lichaam door micro-organismen
B
Als micro-organismen zich in de bloedbaan vermeerderen.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke bloedcellen gaan in de aanval, als je een ontsteking hebt ?
A
Erytrocyten
B
Trombocyten
C
Plastocyten
D
Leucocyten

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

ontsteking - infectie
ontsteking: plaatselijke afweerreactie van het lichaam op een schadelijke prikkel
infectie: een ontsteking die wordt veroorzaakt door micro-organismen

Een infectie is een ontsteking maar een ontsteking is niet altijd een infectie

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5 symptomen bij ontsteking

Slide 30 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ontstekingsverschijnselen
Rubor, calor, dolor, tumor, functio laesa 
Roodheid, warmte, pijn, gestoorde functie, zwelling

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even oefenen
Antigeen = Stof die door het lichaam als lichaamsvreemd wordt beschouwd
Antilichaam / antistof = Maakt antigenen onschadelijk
Infectie = Het binnendringen in een organisme en zich vermenigvuldigen van micro-organismen
Ontsteking = Reactie van weefsel op een schadelijke prikkel
Immuunsysteem = Afweersysteem
Leukocyten= Witte bloedcellen
Fagocytose= Een leukocyt omsluit een bacterie en neemt hem in zich op.
Sepsis= Bloedvergiftiging 
Empyeem= Pusophoping in een bestaande lichaamsholte
Fistel= 'pijpzweer'. 
=> vanuit een abces of Empyeem wil het pus naar buiten. Het graaft als het ware een gangetje naar buiten. 
Exsudaat= Wondvocht
Celnecrose= Afsterven van cellen

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vooruitblik
Vakantie!
Carnavallen,
naar de sneeuw,
naar de zon,
even helemaal niets
óf
KEIHARD werken? 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat vond jij van de les?

Slide 36 - Woordweb

Wat zijn kenmerken van stress?
Stress brengt je lichaam in staat van paraatheid. Het hormoon adrenaline komt vrij, ook wel vlucht- of vechthormoon genoemd. Met als gevolg:
je bloeddruk gaat omhoog
je hartslag stijgt
er stroomt zuurstofrijk bloed naar je spieren, je hart en je hersenen
in je lichaam komt de adrenaline vrij die brandstof levert voor je spieren
je spieren spannen zich
de longblaasjes verwijden zich en je ademhaling wordt sneller
het bloed trekt weg uit je gezicht
je spijsvertering komt op een laag pitje te staan
je keel knijpt samen, je handen worden koud, het zweet breekt je uit
Wat vond je van de lesvorm? 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies