3.11 presentatie voorbereiden en houden

presentatie voorbereiden 
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

presentatie voorbereiden 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel presenteren

  • De leerlingen kunnen hun presentatie op een gestructureerde en overtuigende manier presenteren aan een publiek. 

  • Ze maken gebruik van visuele hulpmiddelen (zoals een PowerPoint/Prezi-presentatie) en passen presentatievaardigheden toe, zoals oogcontact, stemgebruik en lichaamstaal, om hun boodschap effectief over te brengen.



Slide 2 - Tekstslide

Voorbeelden creatieve opening

Citaat

Quiz

Raadsel

Humor

Anekdote

Bedankje

Een vraag aan je publiek


Slide 3 - Tekstslide

Houding
- Sta met twee benen op de grond. 
- Je knieën een beetje gebogen en niet op slot. 
- Je armen langs je lichaam. 
- Rug recht, schouders naar achteren. 
- Ogen het publiek in. 

Slide 4 - Tekstslide

In een presentatie gebruik je verbale en 
non-verbale communicatie 

Slide 5 - Tekstslide

Wat is verbale communicatie?
A
Spreken
B
Spreken en luisteren
C
Met handen en voeten praten
D
Afbeeldingen gebruiken

Slide 6 - Quizvraag

Randvoorwaarden presentatie
  • Lengte van je presentatie (8 minuten)
  • Publiek
  • Wanneer
  • Digibord (werkt alles?) --> usb - stick mee met PowerPoint/Prezi

Slide 7 - Tekstslide

Tips tijdens de presentatie
- Spreek rustig en duidelijk. 

- Kijk je publiek aan en kijk niet te vaak op je spiekbriefje. 

- Zorg voor een logische indeling (inleiding-middenstuk-slot).

 - Gebruik duidelijke  en korte zinnen.

Slide 8 - Tekstslide

Een goede presentatie
Inleiding: waar gaat het onderwerp over?
Kern: deelonderwerpen
Slot: afsluiten van het onderwerp
Logische volgorde

Duidelijke overgang naar het volgende onderwerp. 

Slide 9 - Tekstslide

Opbouw presentatie

Slide 10 - Tekstslide

Structuur van de presentatie
Een goede presentatie heeft de volgende opbouw:

1. Inleiding/ Introductie:

  • Stel jezelf en je onderwerp kort voor.
  • Waarom heb je voor dit onderwerp gekozen?

Slide 11 - Tekstslide

Structuur van de presentatie
2. Kern:
  
  • Deelonderwerpen.
  • Zorg voor een duidelijke overgang.

Slide 12 - Tekstslide

Structuur van de presentatie
3. Slot:
  
  • Afsluiten van het onderwerp.

Slide 13 - Tekstslide

Tips voor een goede presentatie
  • Oefen je presentatie: Minstens drie keer, het liefst voor een klein publiek.

  • Beperk de hoeveelheid tekst op je dia’s; gebruik kernwoorden.

  • Visuele ondersteuning: Grafieken en afbeeldingen houden de aandacht vast.

Slide 14 - Tekstslide

Tips voor een goede presentatie

  • Praat rustig en duidelijk, en maak oogcontact met je publiek.

  • Gebruik je tijd goed: je geeft een presentatie van 8 minuten in week 12/13.

Slide 15 - Tekstslide

Veelvoorkomende fouten en hoe ze te vermijden
  • Te veel tekst op dia’s: Gebruik maximaal 5-6 woorden per bullet point.
  • Niet duidelijk hoorbaar zijn: Zorg dat je luid en duidelijk praat.
  • Te snel praten: Neem de tijd, pauzeer tussen onderdelen.

Slide 16 - Tekstslide

Veelvoorkomende fouten en hoe ze te vermijden
  • Geen oogcontact maken: Probeer niet te veel naar je dia’s te kijken.

  • Niet voorbereid zijn op vragen: Bereid antwoorden voor op mogelijke vragen over je onderzoek.

Slide 17 - Tekstslide

Afronding en laatste tips
  • Zorg dat je op tijd aanwezig bent.

  • Controleer de apparatuur van tevoren.

  • Blijf rustig en geniet van het moment!

Slide 18 - Tekstslide

Vragen?

Slide 19 - Tekstslide

Onderwerp presentatie
1. Je kunt nadenken over een onderwerp of bespreken met je buurman/ buurvrouw.

2. Jouw docent moet het onderwerp goedkeuren.
timer
5:00

Slide 20 - Tekstslide

Woordenschat kern 32
1. aan bod komen: aan de beurt komen
2. de circulaire economie: manier om spullen te produceren waarbij geen afval ontstaat
3. de randvoorwaarde: eis waaraan iets moet voldoen
4. het steekwoord: woord waarbij je een belangrijk woord in je spreekwoord aanduidt

Slide 21 - Tekstslide

Woordenschat kern 32
5. voorkennis: wat je vooraf al weet
6. concreet: wat je kunt zien of aanraken

Slide 22 - Tekstslide

Woordenschat kern 33
1. afvinken: met een V markeren dat iets (goed) gedaan is
2. de cabaretier: artiest die in een theater teksten voordraagt, grappen maakt of liedjes zingt
3. de lichaamshouding: hoe je je lichaam houdt als je staat, zit of ligt
4. de mindmap: schema met tekst en plaatjes om ideeën rond een onderwerp te bedenken en te ordenen

Slide 23 - Tekstslide

Woordenschat kern 33
5. nalopen: checken, controleren
6. de tijdsduur: hoe lang iets duurt
7. enthousiast: als je iets heel leuk, goed of interessant vindt

Slide 24 - Tekstslide

Tip: woordenschat oefenen
--> je kunt oefenen met de drillsteroefeningen van Kern online.
--> je kunt oefenen door flashcards te maken (op papier of online) van de woorden.

Slide 25 - Tekstslide