4TL NASK 1 EXAMENTRAINING 1

Examentraining 1
Wat ga je deze les doen: 
- Filmpje tips examen
- Uitleg thema
- Weet-dingen oefenen
Examentraining 1
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Examentraining 1
Wat ga je deze les doen: 
- Filmpje tips examen
- Uitleg thema
- Weet-dingen oefenen
Examentraining 1

Slide 1 - Tekstslide

Doel
Aan het einde van de les ben je iets beter voorbereid op je eindexamen

Slide 2 - Tekstslide

Wat neem je mee naar je examen?

Slide 3 - Open vraag

Examen tips

- Lees de vraag goed door, markeer evt belangrijke woorden

- Bij een rekenvraag: werk altijd volgens het stappenplan
Gegeven:
Gevraagd:
Formule:
Oplossing:

Slide 4 - Tekstslide

- Noteer altijd de berekening bij oplossing
- Noteer altijd een eenheid achter je antwoord als dat een getal is
- Dus antwoord is bijvoorbeeld: U = ..... V
(dus eerst grootheid = getal eenheid)
- Rond je antwoord aan het einde af, niet tussentijds

Slide 5 - Tekstslide

- Bij een meerkeuze vraag is er maar één antwoord goed tenzij anders aangegeven, geef dan de hoofdletter.
 
- Leer dikgedrukte blauwe begrippen uit je boek uit je hoofd
- Oefen met examens van voorgaande jaren op examenblad
- Bekijk uitlegvideo's van nr Wietsma op YouTube

Slide 6 - Tekstslide

Inhoud examen
Het examen NASK 1 bestaat grofweg uit de volgende thema's:
- Kracht & bewegen
- Elektriciteit & energie
- Stoffen & materialen
- Geluid

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Hoe zorg je ervoor dat je goed voorbereid bent op je examen?

Slide 9 - Open vraag

Krachten
Wat ga je doen dit deel?
- Extra uitleg over het onderwep
- Weetvragen 
- Oefenen

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Wat is het verschil tussen een vector en een pijl?

Slide 12 - Open vraag

Aangrijpingspunt
Grootte van de kracht
richting

Slide 13 - Sleepvraag

Als je iets laat vallen, valt het naar beneden.
Als je iets
met je spieren
doet.
Als je een touw strak trekt, trekt het touw terug.
De tafel duwt terug op het voorwerp dat er op staat
Als 2 magneten elkaar aantrekken.
Als je een elastiekje uitrekt en het terug vormt
Zwaartekracht
Spier kracht
Span kracht
Veer kracht
Magnetische kracht
Normaalkracht

Slide 14 - Sleepvraag

De volgende begrippen hebben te maken met krachten.
Wat past bij elkaar? Sleep de correcte betekenis naar de begrippen. 


meetinstrument
symbool eenheid
symbool grootheid
eenheid
grootheid
F
kracht
N
Newton
Veerunster

Slide 15 - Sleepvraag

De zwaartekracht aflezen op een meter
4,3 N
36 N
3,1 N
2,2 N

Slide 16 - Sleepvraag

Op welke plaats grijpt de zwaartekracht aan?
A
Precies in het midden
B
Onderaan het voorwerp
C
Waar de krachten elkaar raken
D
In het massamiddelpunt

Slide 17 - Quizvraag

Welke kracht zorgt er voor dat voorwerpen niet door het oppervlak zakken?
A
Zwaartekracht
B
Nettokracht
C
Tegenwerkende kracht
D
Normaalkracht

Slide 18 - Quizvraag

Massa
Gewicht
Is het massa of gewicht?
100 N
20 gram
m
Fz
5 kilogram
7,6 kg

Slide 19 - Sleepvraag

De kat hiernaast heeft een massa van 8 kg. Hoe groot is de zwaartekracht?

Slide 20 - Open vraag

Bereken de nettokracht bij afbeelding 1 en 2.
690N
310N
90N
510N

Slide 21 - Sleepvraag

Wat is er aan de hand als de nettokracht 0N is?
A
Het voorwerp remt
B
Het voorwerp verstelt
C
Het voorwerp staat stil
D
Het voorwerp valt

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Video

Leg in je eigen woorden uit hoe je een kracht samenstelt en/of ontbindt.

Slide 24 - Open vraag

Slide 25 - Video

19. Bereken voor elke hefboom in de tabel hieronder of er evenwicht is. 
Wel in evenwicht
Niet in evenwicht
A
B
C

Slide 26 - Sleepvraag


Is de hefboom in evenwicht?
F1×l1=F2×l2

Slide 27 - Open vraag

Slide 28 - Video

Bereken de druk op het oppervlak als er 45 kg op 0,3 m2 werkt.

Slide 29 - Open vraag

Examenvragen
- Een aantal examenvragen om te oefenen
- Kijk na volgens het nakijkmodel!

Slide 30 - Tekstslide


Slide 31 - Open vraag


Slide 32 - Open vraag

Antwoordmodel
Let op!

- Halve punten bestaan niet. 
- Het moeten kruisjes zijn

Slide 33 - Tekstslide


Slide 34 - Open vraag


Slide 35 - Open vraag

Antwoordmodel
Let op!

- Halve punten bestaan niet. 
- een vector is een pijl
- de stippellijnen staan er

Slide 36 - Tekstslide


Slide 37 - Open vraag


Slide 38 - Open vraag

Antwoordmodel
Mlinks = Mrechts
F x l = F x l
14 x 18 = 4 x ?
per punt = 1 punt

Slide 39 - Tekstslide


Slide 40 - Open vraag

Antwoordmodel
Mlinks = Mrechts
F x l = F x l
1,2 x 84 = 9,2 x ?

Slide 41 - Tekstslide


Slide 42 - Open vraag

Antwoordmodel
Let op!

- Halve punten bestaan niet. 
- een vector is een pijl
- de stippellijnen staan er

Slide 43 - Tekstslide

Bereken een minicijfer:
Aantal punten examenvragen : 15 x 10

Slide 44 - Open vraag