4.4 Hoe maak je winst?

4.4 Hoe maak je winst?
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

4.4 Hoe maak je winst?

Slide 1 - Tekstslide

4.4 Hoe maak je winst?
Eerst terugblik & nakijken P4.3

Lesdoelen: 
Wat is een ondernemer?
Wat afzet en omzet is en hoe je die berekent?
Wat winst is en hoe je die berekent?

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik
Aanleg Birma Railroad (1942)
Aanleg Betuwelijn (2005)
  • Mechanisatie
  • machines nemen het zware werk van mensen over

Slide 3 - Tekstslide

Kapitaalintensief vs Arbeidsintensief
Kapitaalintensief
Arbeidsintensief

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Wat is een ondernemer? Wat zijn voordelen en nadelen hiervan?

Slide 6 - Open vraag

Een ondernemer
Een ondernemer is iemand met eigen bedrijf!

Voordelen: Je verdient je eigen inkomen en je bepaalt je uren!
Nadelen: Je inkomen hangt af van hoeveel werk je hebt< en van de prijzen die je voor je goederen en dienste kan ontvangen!

Slide 7 - Tekstslide

Theorie
Afzet:
  • het aantal producten dat je verkoopt
  • bijvoorbeeld: 14 muffins
Omzet:
  • het totale bedrag dat een bedrijf ontvangt door de verkoop van producten
  • (de inhoud van de kassa!!)

Slide 8 - Tekstslide

Theorie
Omzet:
  • je hebt 14 muffins verkocht
  • ze kosten € 1,20 per stuk
  • wat is je omzet?
  • 14 x 1,20 = € 16,80


omzet =  afzet  x  verkoopprijs

Slide 9 - Tekstslide

Wat is omzet?
A
Afzet x inkoopprijs
B
Inkoopprijs x verkoopprijs
C
Afzet x verkoopprijs
D
Afzet : verkoopprijs

Slide 10 - Quizvraag

Ik heb 300 broodjes verkocht van 2,95. Wat is mijn omzet?

Slide 11 - Open vraag

Ik heb 10 broodjes verkocht voor in totaal 30 euro. Wat is de verkoopprijs per broodje?

Slide 12 - Open vraag

Aan de slag:
Blz 128
Opdracht 1 t/m 10

Slide 13 - Tekstslide

4.4 Hoe maak je winst?
Deel 2

Slide 14 - Tekstslide

Terugblik
Typemachine
Laptop
  • Automatisering
  • computers en computerprogramma's sturen de productie aan
Vraag 40
Blz 107
Vraag 41
Blz 107

Slide 15 - Tekstslide

Afzet & omzet 
  • Het aantal producten dat je verkocht hebt, is de afzet.

  • Het totaalbedrag dat je met de verkopen ontvangt, is de omzet


Slide 16 - Tekstslide

Winst of verlies?
Door goederen of diensten te verkopen ontvang je geld. Dat is de opbrengst van de verkoop. Van de opbrengst moet je eerst alle kosten betalen. Als er daarna geld overblijft, heb je winst.

Als de kosten hoger zijn dan de opbrengsten, maak je verlies.
Als een bedrijf lange tijd verlies lijdt en de schulden niet meer kan betalen, gaat het failliet.

Slide 17 - Tekstslide

Winst berekenen
Als er na het betalen van alle kosten geld overblijft, is er winst.

De kosten kunnen ook hoger zijn dan de omzet. Dan is er geen winst, maar
verlies.


Slide 18 - Tekstslide

Winst

Je hebt voor €150 hamburgers verkocht.
Je hebt ze gekocht voor € 100

Je winst is €150 - €100 = €50
Verlies

Je hebt voor €130 milkshakes verkocht.
Je hebt ze gekocht voor € 140

Je verlies is: €130 - €140 = -€10

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Aan de slag:
Blz 132
11 t/m 15

Klaar: Blz 139 maken!

Proefwerk:
10 APRIL

Slide 21 - Tekstslide

Vandaag:
- Nakijken 4.4
- Laptop mee?
Somtoday> leermiddelen > pincode KGT > H4 oefentoets.

Geen laptop
Blz 134 + 135

Slide 22 - Tekstslide