- De leerlingen zijn op weg naar zelfbewustzijn en willen op eigen benen staan.
- De interesse in de ander en de wereld wordt breder en verdiept zich meer.
- De waarneming wordt scherper en preciezer; de jonge leerlingen streven naar kennis en rationeel inzicht.
- Het abstracte denken vormt zich.
- De leerlingen beleven genoegen aan hun ontwaakte oordeelsvermogen en geven graag hun mening over van alles en nog wat.
- De wil kan zich steeds beter richten, maar moet nog geholpen worden om door te zetten en af te maken.
- Sterker wordende stemmingswisselingen: stap naar de puberteit gaat gemaakt gaat worden.